Marie-Georgette werd in Vichte geboren als oudste in een gezin van zes kinderen. Zij vertelt dat er bij haar ouders een maalderij en een veefokkerij waren. "Tot na de Tweede Wereldoorlog werd alles vervoerd met wagens, getrokken door twee paarden." Zij ging in Vichte naar de lagere school tot haar tien jaar en werd daarna leerlinge in de internaten van Ieper en Dottignies, om daar haar Frans te leren.
...

Marie-Georgette werd in Vichte geboren als oudste in een gezin van zes kinderen. Zij vertelt dat er bij haar ouders een maalderij en een veefokkerij waren. "Tot na de Tweede Wereldoorlog werd alles vervoerd met wagens, getrokken door twee paarden." Zij ging in Vichte naar de lagere school tot haar tien jaar en werd daarna leerlinge in de internaten van Ieper en Dottignies, om daar haar Frans te leren."Aan mijn 14 jaar moest ik thuisblijven als helper van mijn moeder in het gezin. Ik werkte mee in het bedrijf. Vanaf 5 uur 's morgens was het zakken meel rondvoeren met een gespan naar de boeren en bakkers. Ook rondfietsen met bestellingen of facturen. Later hadden wij een jeep."In 1942 leerde ze Frans Vandendriessche kennen, een jaar voordien afgestudeerd als ingenieur. Ze trouwden tijdens 'de congé van Kortrijk', wat de gewoonte was bij zelfstandigen, op maandag 5 augustus 1946.Haar man richtte samen met zijn vader Alois 'Electrotechniek A. Vandendriessche' op, waartoe ook broer Paul achteraf toetrad. Frans was de ingenieur, de werfleider. Hij was 's morgens de eerste aanwezig en 's avonds de laatste om te vertrekken. Haar kinderen: "Ze had in haar woning een manuele breimachine waaruit truien en kousen werden getoverd. Het levenswerk van vader Frans, het zwarte gietijzeren elektrische wafelijzer, hielp ze promoten door de soorten wafeldeeg thuis gedurende vele jaren te testen."Zij voedde haar kinderen Pierre (+2012), Myriam, Marie Paul en Francis op. "In de tijd dat wij studeerden, was zij als een kotmadam. Wij studeerden tijdens de blok allen thuis. De bel werd afgelegd, de buren verwittigd, hun honden incluis." In 1973 sloeg het noodlot toe. Frans, de onverwoestbare, 52 jaar, sterft aan longkanker. Zoon Francis: "Meer dan vroeger stortte zij zich ook op de werking in de parochie en haar kinderen en wist zij zich sterk gesteund door haar christelijk geloof. Meer en meer verbleef ze ook wel eens een paar weken in Arizona, bij haar oudste zoon Pierre. Ze ging mee naar de markten waar hij groenten en fruit kocht en doorverkocht aan restaurants. Ze stond in het weekend op de jaarmarkten, Brusselse wafels bakkend op wafelijzers geïmporteerd uit België, ontworpen door haar man Frans."In Deerlijk hielp ze bij de opvoeding van haar eerste kleinkinderen en steunde haar kinderen. Tot ze na 17 jaar alleen zijn in Arizona, Don Preisler, ook vader weduwnaar van vier volwassen kinderen, leerde kennen. Het werden daar 20 mooie huwelijksjaren. Iedere verjaardag, iedere Kerstdag voor ieder kind of kleinkind een groot pak uit Amerika."Toen ze 90 was, verloor ze haar tweede man en keerde ze terug naar Deerlijk. Ze leeft nu meer teruggetrokken, maar omringd door warme buren, dagelijks gevolgd en gesteund door dochter Marie Paul. Vóór corona was ze iedere voormiddag in de kerk van Broeder Isidoor in Kortrijk te vinden, haar tas gevuld met intenties voor mensen die haar hierom vroegen. "In de namiddag plan ik een activiteit", zegt Georgette "Ik ga naar mijn broer Frans en er is ook een kuis- en kapsterdag. De zondag op bezoek bij een van de kinderen, zodat ik ook mijn acht kleinkinderen en elf achterkleinkinderen blijf ontmoeten."Haar Amerikaanse familie blijft haar jaarlijks bezoeken in Deerlijk. Als tip voor zij die ook 100 willen worden, zegt ze: 'Je gaat niet dood door veel te werken!" Zoon Francis: "Misschien vergeet ons ma te zeggen, dat ze toch wel veel geluk gehad heeft met haar gezondheid in die 100 jaar. Als wij als overblijvende drie kinderen een beeld geven van 'ons Moeder' (met een hoofdletter), dan zou ik durven zeggen: 'De ganse wereld mag morgen vergaan, maar ons Moeder zal rechte blijven staan!'" (MVD)