Marc Renier is net als Rino Vandromme gepassioneerd door alles wat met de fiets te maken heeft. "Na mijn profcarrière werkte ik enkele jaren als fietsenmaker en ging daarna meer dan dertig jaar bij Venturelli aan de slag. Ondertussen begeleidde ik de duatlonbroertjes Benny en Joeri Vansteelandt als mecanicien en als coach. Een fantastische periode. Samen met hen heb ik een heel stuk van de wereld gezien. Als iets helemaal je ding is, steek je graag een tandje bij", zegt hij. Ooit nam Marc deel aan de Powerman van Zofinge. "Ik heb dat tweemaal gedaan. Eén keer tijdens mijn zotte jaren en daarna als ultiem eerbetoon aan Benny."
...

Marc Renier is net als Rino Vandromme gepassioneerd door alles wat met de fiets te maken heeft. "Na mijn profcarrière werkte ik enkele jaren als fietsenmaker en ging daarna meer dan dertig jaar bij Venturelli aan de slag. Ondertussen begeleidde ik de duatlonbroertjes Benny en Joeri Vansteelandt als mecanicien en als coach. Een fantastische periode. Samen met hen heb ik een heel stuk van de wereld gezien. Als iets helemaal je ding is, steek je graag een tandje bij", zegt hij. Ooit nam Marc deel aan de Powerman van Zofinge. "Ik heb dat tweemaal gedaan. Eén keer tijdens mijn zotte jaren en daarna als ultiem eerbetoon aan Benny." Rino is ooit zevende geëindigd op het Europese duatlonkampioenschap bij de Masters. Vroeger was hij de vaste verzorger van de Vlaamse damesploeg, waar zijn dochter Sharon een talentvolle profrenster was. Tegenwoordig is hij de gedreven voorzitter van de Grote Prijs Jean-Pierre Monseré. We treffen Marc en Rino terwijl ze de laatste voorbereidingen voor hun avontuur overlopen.Naast schoonbroers zijn beide wielerfreaks ook goede vrienden. "Marc is de enige met wie ik dit soort dingen zou doen", zegt Rino. "We kennen elkaar door en door. Er is overal wel eens een woord maar een paar minuten later is dit vergeten. Vanaf mijn vijftiende trainden we al samen bij de nieuwelingen. Als jonge renners waren we aan elkaar gewaagd. Ofwel won Marc. Ofwel won ik. Soms schreven ze in de krant: BVBA Renier-Vandromme heeft weer de zegebloemen gepakt. We waren allebei heel explosief." Rino heeft Freddy Maertens als nieuweling ooit 18 keer na elkaar in de sprint geklopt en ook Marc presteerde dit enkele keren bij de juniores. "Hij zag ons niet zo graag komen. Ondanks het feit dat hij wist dat hij geklopt was, belde hij elke week om te vragen waar we dat weekend koersten."Zoals voor zoveel fietsers is het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela de ultieme uitdaging. "Onze tocht beslaat ongeveer 2.400 kilometer en we gaan ervan uit dat we daar zo'n 24 dagen over doen. Het is de bedoeling dat we daarna terugkeren met het vliegtuig. Eigenlijk hebben we niet echt een schema uitgewerkt. We rijden tussen de 100 en 120 kilometer per dag. Voor de eerste vier dagen, boekten we al een hotelletje. Daarna zien we wel. Onze eerste stopplek is de kathedraal van Doornik. We houden ons vanaf daar aan de uitgestippelde pelgrimsroute. Het is louter een spirituele tocht maar we willen wel onze stempels ophalen." Het is volgens Rino de bedoeling om onderweg vooral te genieten. "Als je met een koersfiets aan het trainen bent, zie je de mooie dingen langs de weg niet. Dat gaat puur over de kick van het afzien. Nu zijn we echt wel van plan om te genieten van de omgeving en de natuur. Als we door een mooi dorpje rijden, stoppen we zeker aan een terrasje om een koffie te drinken.""Misschien nemen we halverwege wel eens een dag pauze. We zien wel waar we uitkomen. Het blijft natuurlijk een niet te onderschatten uitdaging. We zijn geen van beiden rasklimmers. De Pyreneeën zullen misschien de zwaarste etappes worden. Maar we zijn goed voorbereid. Ik heb de voorbije zeven maanden veel getraind", zegt Marc. "De conditie zit goed. We hebben altijd al op onze voeding gelet. Mijn gewicht en levensstijl zijn nog hetzelfde als toen ik prof was." "Er is geen bezemwagen mee", lacht Rino. "Eens vertrokken trekken we ons van niets meer aan."