Marc Delaet kreeg zijn eerste modelbouwdoos toen hij 9 jaar was van zijn 14 jaar oudere broer. "Dat was een klein bootje en ik was meteen verkocht. Zowel het in elkaar knutselen als het resultaat achteraf sprak me aan. Op die doos stond in die tijd nog echte 'box art', de tekeningen op de bouwdozen zijn ook heel belangrijk. Sindsdien kocht ik met mijn zakgeld regelmatig bouwsetjes. Mijn fascinatie voor oorlogsmateriaal uit WO II heb ik van thuis meegekregen. Mijn vader is geboren in 1926 en heeft die oorlog bewust meegemaakt en mijn peter heeft hier in de streek nog gevochten. Als ik een dubbeldekker vliegtuig nabouwde dan kon mijn vader zeggen dat h...

Marc Delaet kreeg zijn eerste modelbouwdoos toen hij 9 jaar was van zijn 14 jaar oudere broer. "Dat was een klein bootje en ik was meteen verkocht. Zowel het in elkaar knutselen als het resultaat achteraf sprak me aan. Op die doos stond in die tijd nog echte 'box art', de tekeningen op de bouwdozen zijn ook heel belangrijk. Sindsdien kocht ik met mijn zakgeld regelmatig bouwsetjes. Mijn fascinatie voor oorlogsmateriaal uit WO II heb ik van thuis meegekregen. Mijn vader is geboren in 1926 en heeft die oorlog bewust meegemaakt en mijn peter heeft hier in de streek nog gevochten. Als ik een dubbeldekker vliegtuig nabouwde dan kon mijn vader zeggen dat hij het nog had zien vliegen. Hij vond het heel belangrijk dat ik ook de geschiedenis erachter kende en op die manier leerde appreciëren hoe goed we het nu hebben. Op modelbouwbeurzen kom je wel eens een oud-strijder tegen. Dit jaar nog zag ik nog een Duitse oud-strijder een discussie beslechten over een detail van een Duitse Tiger tank. Hij wist het beter want hij had er zelf nog in meegereden, dat is onvoorstelbaar als je daar bij staat", lacht Marc."Modelbouw heeft een officiële, overkoepelende organisatie: de International Plastic Modelling Society. Hiervan hebben we een afdeling in Olsene met 39 leden. We komen één keer per maand samen in het zaaltje van café Den Afzakker en vergaderen een hele dag. Vaak komen we samen met andere clubs, wisselen we tips uit, geven workshops aan buitenstaanders of organiseren een beurs. Het uitwisselen van tips helpt om de kostprijs wat te drukken want het kan een vrij dure hobby zijn, zeker als je volwaardige diorama's wil maken rond je modellen. Voor één klein, afgewerkt boompje betaal je al snel 6 of 7 euro. Terwijl je ook een bepaald plantje in de tuin kan zetten waarvan de takjes sprekend op een miniatuurboompje lijken.""Naast geld, kruipt er ook veel tijd in. Op elke doos staat een niveau aangegeven. Een niveau 1 kan ik op anderhalf uur afwerken maar voor een niveau 5 mag je 4 tot 5 weken werk rekenen. De keerzijde van de modelbouwclubs is dat we elkaar wat opjutten in ons perfectionisme en zeer kritisch zijn op details. Die houding schrikt de jeugd af en zorgt ervoor dat deelnemen aan wedstrijden soms niet meer leuk is.""De gemiddelde leeftijd op zo'n beurs is vrij oud maar er worden veel inspanningen gedaan voor de jeugd. Op wedstrijden krijgen kinderen jonger dan 12 jaar altijd een medaille en de jury beoordeelt iedereen op basis van eerder behaalde prijzen. Hoe meer prijzen je wint, hoe strenger je beoordeeld wordt. Ook de bedrijven achter de bouwdozen mikken op de jeugd met setjes rond de laatste Star Wars films, al zijn die enorm duur."De toekomst van het modelbouwen ligt misschien wel in het 3D-printen, de plastic onderdelen zijn ideaal om na te maken of te bewerken. "Volledig eigen ontwerpen zijn de toekomst," zegt Marc. "Al moet je dan wel met een 3D-modelleringprogramma kunnen werken en de prijs van zo'n printer bedraagt nog steeds 400 à 500 euro. Daar komen nog materialen en templates voor onderdelen bij die je online koopt. Welgestelde clubs investeren in één printer voor in hun clublokaal. De mogelijkheden van het 3D-printen zijn eindeloos."(Jonathan Folens)