De feiten speelden zich af in de nacht van 24 op 25 oktober vorig jaar in het Rode Kruis-opvangcentrum voor asielzoekers in de Vlamingstraat in Brugge. Een veertienjarig m...

De feiten speelden zich af in de nacht van 24 op 25 oktober vorig jaar in het Rode Kruis-opvangcentrum voor asielzoekers in de Vlamingstraat in Brugge. Een veertienjarig meisje uit Mauretanië lag in haar bed en voelde omstreeks vijf uur 's ochtends een hand in haar slip en over haar borsten gaan. Ze herkende de stem van beklaagde M.W., die in haar oor fluisterde dat hij van haar hield. Het slachtoffer smeekte hem om te stoppen en wekte haar zus die in dezelfde kamer lag te slapen. Hierop sloeg M.W. op de vlucht. De politie sloeg de Somaliër even later in de boeien. De man ontkende de feiten en beweerde dat het voor een man onmogelijk is om de vrouwenafdeling van het centrum na 22 uur te betreden. Het onderzoek wees echter het tegendeel uit. De rechter stelde verder ook vast dat de zussen geloofwaardige en consistente verklaringen aflegden. (AFr)