"Hoe het begon? Met mijn vader en mijn moeder tussen de lakens zeker?", snerpt ie. "Ik ben opgegroeid aan de Koeiemarkt. Mijn moeder was een hippie avant la lettre en een verwoed muziekliefhebber. In plaats van Matchbox-autootjes kreeg ik platen. In het zesde studiejaar moesten we in de klas een liedje zingen. De ene zong van Sinterklaas, de andere van de paasklok en ik zong 'My Lady d'Arbanville' van Cat Stevens. Mijn moeder nam me dikwijls mee naar concerten. We zijn twaalf keer naar Santana gaan kijken. In autostop."
...

"Hoe het begon? Met mijn vader en mijn moeder tussen de lakens zeker?", snerpt ie. "Ik ben opgegroeid aan de Koeiemarkt. Mijn moeder was een hippie avant la lettre en een verwoed muziekliefhebber. In plaats van Matchbox-autootjes kreeg ik platen. In het zesde studiejaar moesten we in de klas een liedje zingen. De ene zong van Sinterklaas, de andere van de paasklok en ik zong 'My Lady d'Arbanville' van Cat Stevens. Mijn moeder nam me dikwijls mee naar concerten. We zijn twaalf keer naar Santana gaan kijken. In autostop." "Ze was een gescheiden vrouw en moest het met weinig stellen. Tijdens de dag werkte ze als secretaresse, 's avonds ging ze opdienen. Ja, scheiden in de jaren zestig, dat maakte je tot een paria, je werd echt uit de maatschappij verstoten. Ik zong als solist in het koor van de Sint-Maartenskerk, maar toen mijn moeder van mijn vader wegging, was ik niet langer welkom. Van de ene op de andere dag was ik het kind van een slechte vrouw. Dat ze drie keer per week slagen kreeg van de dronkenlap tegen wie ik papa moest zeggen, maakte niet uit. Zij was de del. En dat was nog maar het begin van de ellende." Hij neemt een slok van zijn pint, en vertelt onaangedaan verder."Mijn vader was een agressieve alcoholist. Een lelijke roskop met grote flaporen. Hij kwam uit een heel rijke familie. Een verwend nest. Ik was 8 jaar toen mijn moeder van hem wegliep. Hij is gestorven toen ik 13 jaar was van levercirrose en tbc. Mijn twee zussen waren vier en vijf jaar ouder. Zij waren hippies. Als mijn moeder was gaan werken, moesten zij voor me zorgen. Maar zij sleurden me mee naar rare cafés waar ze rare sigaretten rookten. Of ik zwierf rond op straat. En zo belandde ik in een jeugdinstelling. Gewoon voor kattenkwaad. Ik ben aan mijn 13 jaar binnengevlogen tot ik bijna 15 was. Toen ben ik even elf maanden thuis geweest en vervolgens werd ik weer voor 18 maanden opgepakt. Het laatste jaar van het humaniora moest ik verplicht op internaat, in het KTA in Roeselare. Daarna mocht ik zes maanden fladderen, tot ik naar het leger moest. Pas daarna ben ik er echt in gevlogen."Eindelijk vrij, sloot hij zich aan bij de Definitivos. "Ik was toen ook disc-jockey. Ik draaide toen twee of drie keer per week. In die tijd was dat aan 4.000 Belgische frank per avond. Ik verdiende mooi geld. En daarnaast verdiende ik nog wat bij op een minder propere manier. Ik ga dat niet ontkennen", monkelt ie. Hij zat een jaar of zeven bij Definitivos en beleefde unieke hoogtepunten toen ze het voorprogramma van het Duitse DAF mochten verzorgen, maar het avontuur riep. "Daarna ben ik in Amsterdam gaan wonen, in Londen, in Spanje en geëindigd in Oudenaarde. Weer onder toezicht." Zijn grijns zegt veel. Onder meer dat hij beter zwijgt dan alles te vertellen. "Ik heb nooit iemand pijn gedaan. Ik was gewoon een smokkelaar. Dat zat in de familie. De vader van mijn moeder reed met boter over de grens in de oorlog en mijn vader was van een diamantairsfamilie en smokkelde diamanten op de Noordzee, buiten de territoriale wateren. Toen ik een kind was, ging ik al mee smokkelen. Dus ik kende de truken. Ik heb er zelf een paar uitgevonden. Maar ik smokkelde alleen hasj. Ik heb vaak voorstellen gekregen om zwaarder te gaan, maar ik heb dat nooit gewild. Een jaar of twintig heb ik nooit problemen gehad, maar aan het eind raakt de bobijn op. Je weet welke risico's je loopt. Er is een spreuk die zegt: 'If you can't do the time, don't do the crime'."Veertig maanden zat ie vast, terwijl hij naar eigen zeggen veel vroeger had kunnen vrijkomen. "Ik was aangeklaagd voor de smokkel van 500 kilogram marihuana. Ik had daar een klein aandeel in, maar ze wilden de grote vissen te pakken krijgen. Ze rekenden erop dat ik ging praten. Maar dat heb ik nooit overwogen. Ik zou niet willen rondlopen met de stempel van verklikker op mijn voorhoofd. Had ik gepraat, was ik na zes maanden weer op vrije voeten."Toen hij eindelijk de gevangenis mocht verlaten, was hij weer niet helemaal vrij. Want hij bleek ziek. "Ik weet niet hoe het gegaan is, maar rond die tijd ben ik besmet geraakt met het HIV-virus. Waarschijnlijk van bloed dat ik in de gevangenis heb gekregen. Ik ga niet ontkennen dat ik ook nog drugs intraveneus heb gebruikt, maar dat was twintig of dertig jaar voordien. Met de vrouwtjes heb ik me evenmin ingehouden, maar ik denk dat ik altijd mijn frak aanhad, dus ja, waar het scheef gelopen is, ik weet het niet. In de beginjaren hadden ze die ziekte nog niet goed onder controle, maar nu is dat in feite niets meer. Ik moet gewoon nog één pil per dag slikken." Hij tast in zijn broekzak en haalt de bewuste pil eruit. "Ik heb er altijd één bij, omdat je nooit weet waar je uitkomt hé." En opnieuw verschijnt die bekende grijns op zijn gezicht. "Ik had er ook hepatitis C bij, maar daar ben ik sinds kort van af, met een pillenkuur van drie maanden. Ik was testpersoon. Een van de tien testpersonen in België. Je moest je aan allerlei voorwaarden houden, maar daar heb ik natuurlijk vierkant mijn voeten aan geveegd. Nochtans zijn er van de tien testpersonen slechts twee van de ziekte verlost, onder wie ik. Alle anderen hebben geleefd als een pater, ik ben mijn gewone gangetje gegaan. En doordat die test bij twee personen gelukt is, krijgen alle mensen die met hepatitis C te kampen hebben nu gratis die pillen geleverd. Toen ik die kuur volgde, kosten die pillen nog 27.000 euro voor drie maanden. Dat zegt veel over hoe de farmaceutische industrie in elkaar zit, nietwaar?""Met mijn gezondheid gaat het nu goed", zegt hij. "Al heb ik ook al een breuk of zestig gehad in mijn leven. Ik heb alles gebroken behalve mijn neus." Nochtans heeft hij daar al vaak een deksel op gehad. In juni hield hij nog een gebroken ellenboog en een barst in de heup over aan een val met de fiets. Of al die breuken iets met zijn ziekte te maken hebben, betwijfelt hij. "Ik ben door een auto overhoop gereden toen ik acht jaar was, en ik had 17 breuken in mijn been en mijn heup. En toen heeft mijn lichaam zoveel kalk gebruikt, dat het er nauwelijks nog kan aanmaken. Mijn botten zijn heel broos. Daardoor ben ik nu in feite een beetje 'Glass Man', de man van glas. Ik breek gemakkelijk." Hij mag dan teerder zijn dan porselein, hij voelt nauwelijks nog pijn. "Pijn? Wat is dat? Ik weet dat niet meer", zegt hij. Voorzichtiger is hij niet geworden. "Nee, het is het één of het ander." Of hij niet bang is. "Van niets", zegt hij zonder aarzelen. "Dat heb ik geleerd van mijn moeder, maar ze is al dood." Ook zijn twee zussen zijn overleden. "Alle drie in twee jaar tijd." Wat dat gedaan heeft met hem? "Ja, dat zijn de mensen die me opgekweekt hebben. Wat doet dat met een mens? Het leven gaat voort. Doodgaan maakt deel uit van het leven. Ik heb gelukkig veel goeie vrienden. Een zwart gat? Dat ken ik niet. Dat heb ik het laatst gezien in Afrika. Nee, dat is niets voor mij. Ik ben een eeuwige optimist. Ik heb nog nooit het hoofd laten hangen." Familie heeft hij niet meer. Al is er nog een zoon ergens in Spanje. "Ik heb eens een accidentje gehad in Ibiza, met een meisje van Pamplona. Die kerel is intussen 42 jaar. Ik heb hem voor het eerst ontmoet toen hij 26 was. Hij is zelfs naar mij genoemd, Luca heet ie. Hij heeft ook iets van mij. Ik heb hem ook eens bezocht in de gevangenis. Hij was van Pamplona. En hij was sterk bezig met de ETA. Daardoor is hij een paar keer achter de tralies beland."Lucien zat zelf ooit vijf jaar ondergedoken in Spanje. "Toen troepte al wat elders gezocht werd daar samen", gniffelt ie. Nog voor hij gezocht werd, vond hij Kortrijk toentertijd een flikkenstad. Hij vertelt van zijn tijd toen hij De 21 uitbaatte, "het café dat ik met mijn maat Barry met pokeren had gewonnen en dat we zeven jaar zonder BTW-nummer, zonder huurcontract hebben uitgebaat. Op een keer overvielen de punkers het politiebureau. En een paar dagen later werd ik opgepakt en helemaal bont en blauw geslagen. Ik kon bijna niet meer lopen. Ik plaste bloed. Op dat gebied is Kortrijk verbeterd. Want kijk, onlangs lag ik met een stuk in mijn kraag op een bankje in de winkelstraat. Ik was er 's nachts in slaap gevallen. Ik ben wakker geworden rond zes uur 's morgens omdat er iemand op mijn schouder aan het tikken was. Het waren de flikken. Ik sprong recht en riep: 'Wat doen jullie hier in mijn slaapkamer?' Ze waren heel vriendelijk en hebben me gewoon naar huis gebracht. Vroeger had ik van de matrak gekregen." Vrijdag gaan ze vast ook hun matrak op zak houden tijdens het verjaardagsfeestje dat Definitivos samen met The Kids en Red Zebra in Tranzit vieren. Een buitenkans. Want een vijftigste verjaardag komt er wellicht niet. "Niet dat het niet mag blijven duren, want er is niets leuker dan een keer per week repeteren met de boys, en dan in het weekend hier of daar ergens wat onnozel gaan doen: pinten drinken voor niets, slechte spaghetti's en pizza's eten. This is rock 'n' roll. Maar we moeten realistisch zijn. Als we nog 10 jaar doorgaan, dan is Rik (Masselis, red.) 74, Frans (Holvoet, red.) 72, Peter (Coppens, red.) 66 en ik 70. Dat zal moeilijk worden. Veertig jaar is ook al niet mis, nog altijd met dezelfde bezetting. Er was eergisteren nog een reportage over ZZ Top. En zij zijn vijftig jaar met dezelfde bezetting bezig. Dat is uniek in de wereld. Ik denk dat wij wel uniek zijn in België. Nee, de erkenning hebben we er nooit voor gekregen. Maar dat komt doordat we nooit bij een platenfirma hebben getekend. DIY, Do It Yourself, het blijft het motto van de punk. Alles wat we tot nu toe gedaan hebben, hebben we zelf gedaan. En dat blijven we doen. Als je me nu wil excuseren, ik moet de zaal gaan klaarzetten voor vrijdag", besluit hij. Slechts een frisse pint kan de zoveelste grijns van zijn gezicht halen.