Die gevarieerde taak behartigde Mark Kemseke sinds 1 juli 2003. Voor de geboren en getogen Deerlijkenaar werd het een afscheid maar nog geen pensioen. "Het is te verwachten dat ik in de loop van het jaar voor een andere opdracht gevraagd word. Wat en waar dit zal zijn, staat nog niet vast. Dat wordt bepaald door de algemene overste van mijn religieuze orde."
...

Die gevarieerde taak behartigde Mark Kemseke sinds 1 juli 2003. Voor de geboren en getogen Deerlijkenaar werd het een afscheid maar nog geen pensioen. "Het is te verwachten dat ik in de loop van het jaar voor een andere opdracht gevraagd word. Wat en waar dit zal zijn, staat nog niet vast. Dat wordt bepaald door de algemene overste van mijn religieuze orde."Mark stamt uit het kroostrijk gezin van Remi en Beatrijs Kemseke-Christiaens, door hun beroep sterk verbonden met de landbouw. Hij was misdienaar en hij trad na zijn humaniora, in het Sint-Jozefsinstituut in Kortrijk, binnen bij de paters Oblaten in Korbeek-Lo. Als jonge oblaat werd Mark econoom in het klooster van Korbeek-Lo. "Ik deed ook dienst in de parochie. Ik weet nog dat ik op zondag bij de pastoor na de vroegmis in de pastorie pistolets mocht eten. Hij bakte eitjes. Niemand kon dat zo goed als hij."Na verschillende taken wenkte Lourdes in 2003. "Het eerste en bijzonderste deel van de taak was het vertaalwerk zodat de Nederlandstaligen uit Vlaanderen en Nederland de pastorale boodschap en vieringen konden volgen. Daarnaast onderhield ik alle contacten met de georganiseerde bedevaarten, met de tientallen busreizen die in Lourdes aankwamen zonder priester en met de individuele bedevaarders", somt Mark op. "Ik moest zoveel mogelijk alle religieuze, praktische en andere vragen regelen of beantwoorden."De zeer centrale plaats voor alles wat met bedevaarten van Nederlandstaligen te maken heeft, bezorgde Mark niet alleen veel vragen en verwachtingen maar ook vergaderingen en contacten. Hij is mee bekend en geliefd bij de confraters omdat hij Lourdes door en door kent en bovendien veel talen spreekt. Zijn collega's zijn er gewoonlijk slechts enkele jaren, maar Mark bleef er werken, schikken, bidden, contacteren en bemoedigen."Enkele jaren nadat de Berlijnse Muur was gevallen, begeleidde ik een groep Oost-Europeanen. Bij een tocht naar de plaatsen waar Bernadette had geleefd, ging alles goed in de Boly-molen, haar geboortehuis. Toen wij echter in het cachot kwamen - de om hygiënische redenen afgekeurde gevangenis - barstte iedereen in tranen uit. Er was een gids bij de groep die een beetje Duits kende en zij vertaalde naar het Tsjechisch", vertelt Mark."Zij legde mij uit dat de mensen uit het Oostblok geen enkele voorkennis van Lourdes hadden. Alleen hadden hun grootouders altijd gezegd: 'Als het ooit mogelijk wordt, dan moet je naar Lourdes gaan.' Voor hen was Lourdes een klein zwart puntje op de kaart van Frankrijk, een land in het rijke West-Europa. En daar ontdekten ze dat Maria, die zij sterk vereerden, in Lourdes juist een meisje had bezocht dat nog armer was dan zijzelf. Een grote emotionele schok."De verbindingspriester die Mark in Lourdes bijna 20 jaar was, deed hem niet minder houden van zijn Deerlijk. Hij onderhield contacten met de familie, de pastorale eenheid en met de confraters in Vlaanderen en ook daarbuiten. "Vooral met mijn Deerlijk bleven die banden intens. Duizenden bedevaarders kwamen mij in Lourdes speciaal opzoeken met de groeten uit of met een link met Deerlijk, Waregem en de brede regio. (MVD)