"Ik ben van het bouwjaar 1948. Ik werkte vanaf mijn 14de tot aan mijn pensioen in 2013 onafgebroken bij vatenhandel en -recycleerder Verstraete in de Schaapbruggestraat", begint Leopold geanimeerd te vertellen. Joseph Verstraete was er toen de baas. Als snotneus werkte ik aan de brandoven om de reeds gebruikte vaten op primitieve wijze te reinigen door de inhoud uit te gloeien.Het was een zeer ongezonde job. Begin van de jaren zestig waren we met een dertigtal medewerkers. Ik trouwde in 1972 met Noëlla Desmet. Onze eerste huwelijksjaren woonden we in bij haar moeder in Zonnebeke. Ann is onze dochter en Sven en Brent onze twee kleinkinderen. Om de dagelijkse rit Zonnebeke-Rumbeke en omgekeerd te vermijden, namen we onze intrek in een huisje naast de fabriek en vanaf 1976 werd ik er conciërge. Dat betekende steeds als eerste en als laatste aanwezig en altijd en overal paraat zijn."
...

"Ik ben van het bouwjaar 1948. Ik werkte vanaf mijn 14de tot aan mijn pensioen in 2013 onafgebroken bij vatenhandel en -recycleerder Verstraete in de Schaapbruggestraat", begint Leopold geanimeerd te vertellen. Joseph Verstraete was er toen de baas. Als snotneus werkte ik aan de brandoven om de reeds gebruikte vaten op primitieve wijze te reinigen door de inhoud uit te gloeien.Het was een zeer ongezonde job. Begin van de jaren zestig waren we met een dertigtal medewerkers. Ik trouwde in 1972 met Noëlla Desmet. Onze eerste huwelijksjaren woonden we in bij haar moeder in Zonnebeke. Ann is onze dochter en Sven en Brent onze twee kleinkinderen. Om de dagelijkse rit Zonnebeke-Rumbeke en omgekeerd te vermijden, namen we onze intrek in een huisje naast de fabriek en vanaf 1976 werd ik er conciërge. Dat betekende steeds als eerste en als laatste aanwezig en altijd en overal paraat zijn.""Bij de firma heb ik de drie generaties Verstraete gekend. Toen ik er begon was Joseph Verstraete er de baas, nadien André. Marc, de zoon van André, verkocht de firma aan een Engelse overnemer. In augustus 2015 was er een ernstige brand met veel schade maar gelukkig zonder slachtoffers. Na de brand heeft Filip Verstraete, het petekind van André, de zaak opnieuw gekocht. Onder de leiding van Filip en manager Bart Vandekerckhove draait het bedrijf nu met 120 medewerkers verder onder de naam DrumDrum."Mijn voetbalgeschiedenis startte in 1966", vertelt Leopold verder. "Mijn broer Gilbert was scheidsrechter bij het Roeselaars liefhebbersverbond. Hij vroeg me om eens te komen kijken. Na die match kwam de vraag om het ook eens te proberen. Ik zag dit wel zitten maar ik had geen enkele voetbalkennis, laat staan ervaring. Ik was enkel supporter van SK Oostnieuwkerke, dat toen in 4de provinciale speelde. Mijn eerste match als scheidsrechter was een vriendschappelijke partij tussen de wijk Schiervelde en de Trompetters uit Beveren tijdens de wijkfeesten. Er werd heel wat gezaagd, maar ik haalde zonder kleerscheuren het einde. De wedstrijd eindigde op 3-3, dus was iedereen content! En ik had de microbe te pakken en werd regelmatig gevraagd om vriendenwedstrijden te leiden. Achiel Blauwe was actief bij de Koninklijke Belgische Voetbal Bond (KBVB) en hij had me tijdens één van mijn eerste matchen aan het werk gezien. Op zijn verzoek volgde ik thuis bij Maurice Vanhaeve voetballes. Ik slaagde voor het examen in café Wiels in Roeselare en vanaf dan kon ik wedstrijden bij de KBVB leiden.""Mijn eerste wedstrijd voor de KBVB floot ik op 20 augustus 1967. Dat was een match van de miniemen van SK Roeselare tegen Dosko Beveren op het Kerelsplein. Eerst floot ik een heel seizoen bij de miniemen en knapen uit de streek. Daarna bij de scholieren en nadien bij de reserven om na een viertal jaar te fluiten in 4de provinciale. Op een dag meldde controleur Achiel Blauwe, die me voor de Bond moest beoordelen, dat er soms geen klank uit het fluitje kwam als ik floot. Hij raadde me aan om het fluitje, toen nog met een houten bolletje, voor elke wedstrijd even in het water te leggen. En inderdaad: het fluitje floot als nooit tevoren. Hij zei me ook: doe zo verder, je gaat het nog ver schoppen. Dat was een opsteker van formaat!""Tijdens mijn legerdienst kwam ik, na drie dagen Turnhout, in Westhofen in de Duitse deelstaat Reinland-Palts terecht. Men zocht een vrijwilliger om een oefenwedstrijd tussen beroepsmilitairen Westhofen-Keulen te leiden. Ik greep mijn kans en als dank kreeg ik een nachtvergunning en mocht ik de hele nacht op de lappen gaan. Ik werd ook referee in de militaire voetbalcompetitie. Alle deuren gingen toen open. Ik kreeg een makkelijk jobke in de keuken en tijd om te trainen. Het was een zalige tijd. Ik was de held van de kazerne. Nadien heb ik acht jaar, op vraag van Willy Vanthournout, zowel in bevordering, 1ste en 2de provinciale als lijnrechter gefungeerd. Ik heb dat zeer graag gedaan tot de match SK Torhout-Bredene met promotie als inzet. De wedstrijd eindigde op 0-1 en de beoordelaar van scheids- en grensrechters, die liever had dat Torhout won en promoveerde, zei dat ik er niets van gebakken had. Ik kon dat verwijt niet plaatsen. Ik ben wenend naar huis gereden en de maandagmorgen daarop ik heb mijn ontslag als grensrechter ingediend. Achteraf beschouwd heb ik te snel gereageerd en heb ik spijt van mijn te snelle, emotionele beslissing.""Zo ben ik bij de nationale jeugd terechtgekomen en na een negatief verslag, werd ik in 2015 doorverwezen naar het provinciale jeugdvoetbal. Ik kon er niet mee leven. Ik kreeg een nieuwe kans in de wedstrijd Zedelgem-Ruddervoorde. De controleur van dienst zei me: u hebt me verbaasd, doe zo voort. Ik had toen 49 jaar als scheidsrechter op de teller staan. Steeds en altijd heb ik me positief en professioneel opgesteld. Streng, maar rechtvaardig. Vandaag ben ik reeds 53 jaar actief. Ik fluit nog elk weekend twee tot drie wedstrijden bij de U17 en U15, af en toe ook in coöperatief voetbal en soms ook bij de dames op zondagnamiddag. Dat laatste doe ik zeer graag", lacht Leopold. "Ik ben ongetwijfeld een unicum in het Belgische voetbalwereld met zo'n lange staat van dienst. Uiteraard is er in al die jaren veel veranderd. Vooreerst het respect voor de man met het fluitje. Vroeger was de ontvangst een feest, nu zijn we een noodzakelijk kwaad. Ouders zien hun kind te veel als 'mijn kind, schoon kind'. Hun kind kan niets mispeuteren, het is steeds de fout van een ander en in hun ogen dikwijls de fout van de referee, die dan alle mogelijke verwensingen naar zijn hoofd krijgt. Als eenzame scheidsrechter op de grasmat in de jeugdcategorieën moeten we alles zien, terwijl de supporters alles met een vergrootglas bekijken. Jonge scheidsrechters krijgen het soms hard te verduren. Niet te verwonderen dat er zoveel reeds na enkele maanden afhaken. Ze zien het niet meer zitten. Ze zijn de verwensingen beu. Het olifantenvel is nog niet volgroeid. In al die jaren heb ik gelukkig geen zware vorm van fysieke of verbale agressie meegemaakt. Je moet kordaat kunnen optreden waar nodig en leren leven met het feit dat de beste stuurlui aan wal staan. Als je dat niet kunt, moet je er niet aan beginnen", aldus de gouden scheidsrechter Leopold."Ik hoop dat ik gespaard mag blijven van kwetsuren en dat ik nog enkele jaren kan meedraaien. Met lopen en fietsen hou ik mijn conditie op peil. We moeten immers vanaf 60 jaar, jaarlijks en op eigen kosten, een inspanningstest en een cardiogram laten afnemen. Indien beide tests goed zijn mogen we verder, anders moeten we onherroepelijk stoppen. Mijn koersfiets op rollen heb ik nog van André Verstraete als cadeau gekregen na 35 jaar trouwe dienst in zijn bedrijf. De tijd van een pistolet en pintje is ook voorbij. We krijgen een kleine vergoeding en wat euro's voor onze verplaatsingskosten. Met onze scheidsrechterskaart kunnen we in provinciale gratis matchen bijwonen en in hogere klasse ook, mits we op voorhand een entreekaart aanvragen. Je wordt er niet rijk van, maar het helpt. Fluiten is en blijft een hobby. Via mail krijgen we ons fluitschema voor de volgende weken. Ik kijk er steeds naar uit waar ik aan de slag moet. In 1966 had ik de microbe te pakken en ze is er nog steeds", besluit Leopold met een knipoog. (AD)