In The Bruges Art Institute lopen we museumdirecteur Till-Holger Borchert tegen het lijf. Jan De Cock wil nauw samenwerken met de Brugse musea. "We denken aan het opzetten van tentoonstellingen in de Poortersloge, zodat er een wisselwerking met andere kunstenaars kan gerealiseerd worden", zegt Till-Holger Borchert.
...

In The Bruges Art Institute lopen we museumdirecteur Till-Holger Borchert tegen het lijf. Jan De Cock wil nauw samenwerken met de Brugse musea. "We denken aan het opzetten van tentoonstellingen in de Poortersloge, zodat er een wisselwerking met andere kunstenaars kan gerealiseerd worden", zegt Till-Holger Borchert.De Brusselse kunstenaar Jan De Cock (43) geniet een internationale reputatie met zijn installaties. In het Tate Modern in Londen bouwde hij in 2005 een eigen museum met houten sculpturen. Als eerste levende Belg kreeg hij in 2008 een solotentoonstelling in het New Yorkse MoMA. Vorig jaar sloot hij omwille van financiële problemen The Brussels Art Institute, waar hij jaren samenwerkte met de kunsthumaniora Sint-Lukas. Ontgoocheld trok hij weg uit de hoofdstad, nu komt hij boven water in Brugge en stelde hij Knokke-Heistenaar Mike D'Hooghe aan als general manager van zijn nieuw atelier en kunstschool.Waarom hij naar Brugge komt, terwijl veel creatievelingen de stad net verlaten? "Een kunstenaar is zijn tijd altijd vooruit", zegt Jan De Cock. "Hij is zoals de gele kanarie die ingezet werd in de mijnen om na te gaan of er ontploffingsgevaar is. Met The Bruges Art Institute zal ik voor buskruit zorgen! Ons huidig maatschappelijk model en cultureel beleid staan onder spanning. Het voortbestaan van de kunst en de schoonheid is in gevaar. Tegenwoordig is alles kunst, zelfs pralines en foto's met twee vingers vervormd via je smartphone!" "Ik gruw van deze spektakelkunst en wil met mijn instituut het monopolie van enkele Knokse galeries doorbreken die meestal minderwaardige, doordeweekse kunst verkopen aan een te hoge marktprijs. De voorbije jaren heb ik Europa afgereisd, op zoek naar de ideale plek om te wonen en te werken. In Europa komen slechts twee steden in aanmerking: Brugge ten noorden van de Alpen en Turijn ten zuiden."Volgens De Cock verlieten veel kunstgaleries ten onrechte de Breydelstad. "Brugge is de stad van de toekomst: leefbaar voor de mens en voor de cultuur. Kleinschaliger dan grootsteden, maar een stad waar niet voortdurend ingegrepen wordt in het historisch weefsel, in tegenstelling tot Brussel. Als je de historie van een stad niet respecteert, heb je op den duur geen weefsel meer. Zonder weefsel kan je niet binden."De kunstenaar noemde zich in Knack de eerste Vlaamse Primitief die terugkeert naar Brugge. "Dat is natuurlijk een kwinkslag. Maar ik ben de eerste van een nieuwe generatie Vlamingen die opnieuw in de traditie van Jan van Eyck en Hans Memling wil gaan schilderen. Uiteraard op een 21 ste-eeuwse manier. De Vlaamse Primitieven zijn mijn meesters. Elke dag maak ik in de Brugse musea schetsen en denk ik na hoe ik het werk onze oude meesters een hedendaagse toets kan geven. Dat leidde al tot enkele nieuwe triptieken en een sculptuur van Sint-Sebastiaan. In Brugge vond ik in het stadsbestuur en bij de stedelijke musea gelijkgestemde zielen. In deze stad zullen we een nieuw artistiek verhaal aanvangen.""Ik heb niet het gevoel dat Brugge een provinciestadje is", aldus De Cock. "Voor de topindustriëlen en de directeur van het MoMA in New York, die hier al op bezoek kwamen en razend enthousiast waren, is Brugge de periferie van Brussel. Geschiedenis wordt altijd geschreven in de marge, nooit in het hart van de politiek. Dat is ook zo voor de kunst. In deze burgerwoning zullen we voor een revolutie zorgen!" De Cock wil van The Bruges Art Institute de meest vernieuwende plek van het land maken op het vlak van hedendaagse kunst. "Mijn instituut doet het tegenovergestelde van de musea, die werken presenteren in grote, witte ruimtes met neonlichten. Onze kelder, die open staat voor de Bruggelingen, is een evenement op zich: vol kunst en een loper vol werken die ik in het MoMA tentoonstelde. Dit salon wordt dé plek van het experiment en wil de brug slaan tussen gevestigde waarden, een nieuwe generatie kunstenaars en hun leerlingen. Het is mijn woonst, kunstenaarsatelier, een laboratorium én een school, waar ik 20 studenten zal opleiden. Mijn general manager Mike is de filter die de drempelvrees van de Bruggelingen voor hoge kunsten moet wegnemen. We willen hen leren kijken naar onze manier van beelden maken."Jan De Cock schreef ook een brief naar de toekomstige minister van Onderwijs. "Daarin vraag ik erkenning voor mijn vernieuwende aanpak van het onderwijs die ik hier concreet toepas. Ik noem het meta-onderwijs, het model van de Meester-apprenti in een atelieromgeving kan in het hele onderwijs ingevoerd worden. Uiteraard hoop ik op subsidies."