De 81-jarige Edgard Defoort heeft al een bewogen leven achter de rug. Hij is in 1938 geboren in Kortrijk, huwde met Annie Vanrie (75) en is de oudste uit een gezin van 14 kinderen waarvan er nog acht leven. Het bewogen leven begon tijdens zijn studies in het lager middelbaar. Dat was een ramp. Edgard wou al van zijn elf jaar missionaris worden. Op 16-jarige leeftijd was hij schoolmoe en trad hij toe tot de kloosterorde Missionarissen van Steyl in Nederland. Dat is de meest culturele orde van de wereld en telt wereldwijd 4.000 leden. Op 20-jarige leeftijd verliet hij het klooster.
...

De 81-jarige Edgard Defoort heeft al een bewogen leven achter de rug. Hij is in 1938 geboren in Kortrijk, huwde met Annie Vanrie (75) en is de oudste uit een gezin van 14 kinderen waarvan er nog acht leven. Het bewogen leven begon tijdens zijn studies in het lager middelbaar. Dat was een ramp. Edgard wou al van zijn elf jaar missionaris worden. Op 16-jarige leeftijd was hij schoolmoe en trad hij toe tot de kloosterorde Missionarissen van Steyl in Nederland. Dat is de meest culturele orde van de wereld en telt wereldwijd 4.000 leden. Op 20-jarige leeftijd verliet hij het klooster."Ik mocht niet mee met mijn collega's naar Congo. Dat was voor mij de reden om uit de klooster-orde te stappen. Toen ik buitenkwam, was ik een wereldvreemde jongeling, zonder diploma. Ik ging werken in een psychiatrie in Beernem en daar leerde ik mijn vrouw Annie kennen. Mijn eerste gedacht was direct: zij wordt de moeder van mijn kinderen. En zo geschiedde." Toen Edgard 48 jaar was, begon hij alsnog een eigen zaak: Open Haard Center in Kuurne. Op 60-jarige leeftijd trok hij samen met zijn vrouw naar Compostella. "In 100 dagen stapten we 2.418 kilometer. Dat deden we uit dankbaarheid voor het mooie leven dat we al hadden en voor het avontuur. Al mijn dromen zijn uitgekomen. Ik droomde al van mijn 14de om naar Compostella te gaan. Ook mijn droom om een eigen bedrijf op te richten met vijf werknemers is uitgekomen. Mijn leven is geen toeval. Alles valt ons toe.""Mijn eerste kunstwerk maakte ik naar aanleiding van mijn dochter die zwanger was. Ik kapte in hout een vrouwfiguur met de foetus erin verwerkt. Dat was de start van mijn beeldhouwen. Eerst in hout, daarna in marmer", aldus Edgard, die ook al leerde bronsgieten in Nederland. Hij maakte ondertussen al meer dan 100 kunstwerken. "Ik denk dat ik gemiddeld één per maand maak. Beeldhouwen in marmer is een intensief werk. Ik heb wel een afspraak met mijn vrouw: tijdens de week ga ik iedere voormiddag vier uur beeldhouwen, in de namiddag is het quality time met vrouwlief.""Op een dag vroeg de Kuurnse pastoor Philippe De Bruyne of ik geen oude altaarsteen uit marmer kon gebruiken. Ik vond het ideaal om er een grafzerk van te maken. Ik wou dat absoluut doen en ging ooit een steen kopen in Italië. Was dat toeval? Neen. De altaarsteen uit Arabescatomarmer was een geschenk uit de hemel. Er was juist voldoende steen om mijn grafzerk te realiseren. Ik schetste vlug een ontwerp, de rest zit in mijn hoofd. Beeldhouwen is wel eenzaam bezig zijn. Maar dat is net verrijkend. Ik kan dan nadenken en filosoferen", aldus Edgard.Beeldhouwen in marmer is een werk van lange adem. Edgard werkte al 150 uren aan zijn grafzerk. In het voorjaar van 2020 moet het af zijn. "Ik hoop er nog lang van te genieten en het zelf te mogen bewonderen. Dit grafzerk is niet mijn eindpunt in mijn leven. Ik ben gezond en zit nog vol energie. Ik ben nog lang niet uitgeblust. Nu moet ik nog een plaatsje zoeken op het kerkhof. Daar heb ik nog niet over nagedacht. Een zaak is zeker: we worden begraven onder een gewijde steen", besluit Edgard, die ook een oorlogsmonument ontwerpt voor op het kerkhof van Kuurne, als aandenken aan de gesneuvelden van de wereldoorlogen.