Deze familiezaak werd midden de jaren vijftig opgericht door Jozef Claeren en Cecile Corneillie. Met lichtjes in de ogen vertelt deze 90-jarige kranige oprichtster over haar levenswerk. "Als 17-jarige werkte ik eerst tien jaar bij Deleye-Joye in de Verwerijstraat, die veel verkocht aan de Nieuwmarkters. Daar heb ik de knepen van de stiel wat leren kennen. Jozef had daarvoor al een melkronde. Toen we in 1956 trouwden, zijn we onmiddellijk met een voedingswinkel gestart in de Mandellaan. Ik stond in de zaak en mijn man leurde nog een poosje van deur tot deur met groenten. Op dinsdag deed hij ook de wekelijkse markt van Roeselare en later stonden we op de Ieperse zaterdagmarkt. Daar konden we rekenen op de hulp van twee medewerkers en staken ook de kinderen een handje toe. Die markten deed ik heel graag", zegt Cecile. "De verkoop was er beter en veel vaste klanten uit de ruime regio rond Ieper wisten ons te vinden. De bekende hotels Brittannique en Regina behoorden tot ons clientèle en ook F...

Deze familiezaak werd midden de jaren vijftig opgericht door Jozef Claeren en Cecile Corneillie. Met lichtjes in de ogen vertelt deze 90-jarige kranige oprichtster over haar levenswerk. "Als 17-jarige werkte ik eerst tien jaar bij Deleye-Joye in de Verwerijstraat, die veel verkocht aan de Nieuwmarkters. Daar heb ik de knepen van de stiel wat leren kennen. Jozef had daarvoor al een melkronde. Toen we in 1956 trouwden, zijn we onmiddellijk met een voedingswinkel gestart in de Mandellaan. Ik stond in de zaak en mijn man leurde nog een poosje van deur tot deur met groenten. Op dinsdag deed hij ook de wekelijkse markt van Roeselare en later stonden we op de Ieperse zaterdagmarkt. Daar konden we rekenen op de hulp van twee medewerkers en staken ook de kinderen een handje toe. Die markten deed ik heel graag", zegt Cecile. "De verkoop was er beter en veel vaste klanten uit de ruime regio rond Ieper wisten ons te vinden. De bekende hotels Brittannique en Regina behoorden tot ons clientèle en ook Franky Vanderhaeghe, tegenwoordig de chef van sterrenrestaurant Saint-Nicolas, kwam bij ons zijn producten halen.""Onze sterkte was onze uitgelezen marchandise", benadrukt Cecile. "Mijn man had een neus voor zaken en zorgde altijd dat hij mee was met de tijd. Cressonette was in die periode een nieuwigheid en zat toen al in ons assortiment. Hij ging zelfs naar de veiling in Stene omdat de producten daar gekweekt waren uit poldergrond en aan een nog hogere kwaliteitsnorm beantwoordden." "Die markten waren ook mijn ding", zegt dochter Ann. "Op vrijdagavond ging ik met opzet vroeg slapen om 's morgens om 2 uur mee te kunnen naar Ieper." "Wij hebben de gouden jaren meegemaakt", beseft Cecile. "Toen bestonden er nog geen warenhuizen. De tijdsbesteding van de mensen was helemaal anders. Veel klanten hadden geen auto en kozen voor winkels in de buurt. Wij hadden één van de eerste zelfbedieningszaken in de streek. Daarna zijn de Unic en de GB gekomen. Dat was een dooddoener voor veel gelijkaardige winkels." In 1960 verhuisden Jozef en Cecile naar hun gekende uitvalsbasis in de Stationsdreef. "Om uit te breiden, kochten we tien jaar later het huis ernaast. We maakten zelfs het begin van de BTW mee. Ik haalde veel voldoening uit het contact met de klanten. De kassa was mijn domein en Jozef stond achter de toog. Als wij de markt deden, stond er personeel in de winkel. Onze bekendheid hebben we vooral te danken aan het feit dat we ook op zondagen en feestdagen heel de dag open waren", benadrukt Cecile. Tegenwoordig geniet deze actieve dame volop van haar vrijheid. "Ik rij nog met de auto en bezoek mijn zussen in het rusthuis of maak een wandeling in het Geitepark. In een WZC zou ik wegkwijnen." Na bijna dertig jaar lieten ze hun bloeiende zaak over aan dochter Ann Claeren (59) en schoonzoon Stefaan Vergauwe (60). "Als 10-jarige hielp ik al mee in de zaak. Soms kreeg ik een opmerking van Sinterklaas dat ik uit de winkel moest blijven", lacht Ann, die nog twee broers heeft. "Ik ben erin geboren. Toen was het de gewoonte dat dochters het huishouden deden en meehielpen in de zaak, terwijl de jongens mochten studeren. Pas op! Ik heb het steeds met hart en ziel gedaan", klinkt het oprecht. "Achteraf dacht ik soms: Misschien heb ik als jong meisje iets gemist maar op het moment zelf sta je daar niet bij stil. Ik deed mijn middelbaar bij de Grauwzusters en dan onmiddellijk meegeholpen. Momenteel staat er dus 41 jaar De Fruitkorf op de teller. Ik was 27 toen ik samen met mijn man de boel overnam. Stefaan heeft eigenlijk de doorslag gegeven. In 1999 hebben we het achterste deel verbouwd tot magazijn en een extra stuk winkel." Na de overname hielpen haar ouders nog een lange tijd mee in de winkel. In het begin had Cecile het moeilijk om dat los te laten. De coronacrisis was voor De Fruitkorf een meevaller. "Veel mensen hebben hierdoor de weg naar onze buurtwinkel teruggevonden. Noodzakelijke investeringen deden ons nu beslissen om ermee op te houden. Op onze leeftijd heeft dit geen zin meer. Ook de concurrentie met nieuwe warenhuizen wordt steeds groter. De zaak verder zetten, heeft onze kinderen nooit geïnteresseerd en we moedigden dat ook niet aan. Ze hebben een mooi diploma en gaan daarin verder. Ik weet heel goed welke opofferingen je moet doen om als kleine zelfstandige een zaak uit te baten. Sinds het begin van de lockdown beslisten we om op zondagnamiddag te sluiten. Dat heeft mij nog meer doen beseffen, dat nu het moment aangebroken is, om ermee op te houden. Een vrije namiddag kan toch wel deugd doen. Onze kinderen zijn ook tevreden dat ze op zondagnamiddag eens langs kunnen komen. Na de sluiting, zullen we een paar maanden nodig hebben om alles op te ruimen en daarna zien we wel. Mijn man is tuinarchitect. Hij kan nog in die sector aan de slag. Hij is op zoek naar iets wat hij heel graag doet. We zullen niet stilzitten want daarvoor zijn we allebei nog veel te dynamisch. Eind oktober, begin november sluiten we definitief. Het pand wordt sowieso verkocht."