Majoor Chris De Dobbelaere en commandant Michel Casteleyn leggen uit hoe deze eerste testcase verlopen is. "We willen niet alleen het transportluik uittesten, maar kijken ook of het informaticasysteem alles kan volgen. Daarom doen we dit met een eerste beperkte lading van een pallet stropdassen. Als alles positief geëvalueerd wordt, dan zullen we vanaf augustus een redelijk groot deel van de nog aanwezige stock verhuizen naar Beringen. Dit zou tegen oktober afgelopen moeten zijn."
...

Majoor Chris De Dobbelaere en commandant Michel Casteleyn leggen uit hoe deze eerste testcase verlopen is. "We willen niet alleen het transportluik uittesten, maar kijken ook of het informaticasysteem alles kan volgen. Daarom doen we dit met een eerste beperkte lading van een pallet stropdassen. Als alles positief geëvalueerd wordt, dan zullen we vanaf augustus een redelijk groot deel van de nog aanwezige stock verhuizen naar Beringen. Dit zou tegen oktober afgelopen moeten zijn."De persoonlijke veiligheidsartikelen worden niet overgedragen naar de burgerfirma, die de Katoennatie is. "Kevlarhelmen, kogelvrije vesten of woestijnkledij zullen allemaal in de kazerne in Peutie terechtkomen. Momenteel zitten we hier in het CCMP nog met 140 personeelsleden, waarvan er een aanzienlijk deel bezig is met deze operatie. Tegen 2023 blijven we hier nog met 70 over. De rest zal via natuurlijke afvloeiingen vooral met pensioen zijn gegaan. De gemiddelde leeftijd is hier vandaag 51 jaar." Over een nieuwe invulling voor het 35 hectare grote terrein is het ook voor majoor De Dobbelaere nog koffiedik kijken. "Er zijn al goeie contacten met het War Heritage Institute, dat zes loodsen zou willen huren of kopen. Ze zouden hier oude legervoertuigen willen stockeren, onderhouden en tentoonstellen. Een beetje zoals dat nu gebeurt in Bastenaken. We zijn hier intussen ook een satellietkantoor geworden voor collega's die in andere kazernes werken, maar in de regio wonen." Wat wel actief blijft tot eind 2023 zijn de werkplaatsen. "Als de laatste man hier in Ieper het licht uitdoet, verhuist dat onderdeel na 2023 naar Rocourt. Als er tegen dan geen nieuwe invulling gevonden is voor de site in Ieper, dan komen de sleutels terecht bij de provinciecommandant."Volgend jaar gaat majoor De Dobbelaere met pensioen. "Ik zal hier dan sinds 2011 administratief directeur geweest zijn. Dat is uitzonderlijk lang, zeker als je weet dat je in het leger normaal maar drie jaar op dezelfde stoel zit." Commandant Casteleyn vertoeft in Ieper sinds 2013. "Ik heb eerst logistieke jobs gedaan en ben nu officier Human Resources. Ik blijf tot het einde."Ook corona had een impact op de Ieperse legerkazerne. "Wat de verhuis betreft, is het een en ander met twee maanden vertraagd. We zijn wel slechts vier dagen gesloten geweest en daarna werkten onze mensen voor 50 procent van thuis uit. Sinds 18 mei is iedereen weer aan de slag. De voorbereiding van de verhuis vereist nu onze volle aandacht. Al onze producten komen in een opslagplaats van vier voetbalvelden groot.""De reorganisatie in het Belgische leger mikt nu vooral op regionale spreiding en dat is van groot belang bij toekomstige rekrutering. De medewerkers die hier weg moeten, mogen drie locaties opgeven waar ze naartoe willen. Ze zijn zo goed als zeker dat een van die drie hun nieuwe werkstek zal worden. Velen kiezen voor Poelkapelle, Koksijde, Oostende of Doornik. Ook de 40 medewerkers uit onze legerwinkels (Leopoldsburg, Peutie, Marche-en-Famenne en Ieper, red.) moeten een nieuwe jobinvulling krijgen. We hopen dan ook dat er hier een aantal lokale medewerkers zullen kunnen blijven en ook het War Heritage Institute zou een mooie meerwaarde zijn voor deze site", meent commandant Casteleyn.