Koen Wittevrongel (53) uit Spiere-Helkijn staat in Tibet voor dé uitdaging van zijn leven: de Mount Everest beklimmen. Als hij daarin slaagt, heeft hij op elk continent de hoogste berg beklommen. In amper zes jaar tijd...
...

Koen Wittevrongel (53) uit Spiere-Helkijn staat in Tibet voor dé uitdaging van zijn leven: de Mount Everest beklimmen. Als hij daarin slaagt, heeft hij op elk continent de hoogste berg beklommen. In amper zes jaar tijd..."In juli 2012 stond de Elbroes in Rusland op het programma, in februari 2013 waren we in Tanzania voor de Kilimanjaro", aldus Koen. "Datzelfde jaar volgde de beklimming van de Carstenzs Piramide. Daarna heb ik Mount Vinson, de Denali en de Aconcagua bedwongen."Die laatste was met 6.962 meter de hoogste tot nu toe. Maar wel bijna 2.000 meter minder hoog dan de Mount Everest, die 8.848 meter telt. "Of ik bewust de Everest tot het laatst heb gehouden? Ja, eigenlijk wel. Logisch ook: dan heb je al een pak ervaring, je weet hoe je met extreme situaties moet omgaan.""Ik kreeg de passie voor de bergen met de paplepel mee. Met mijn ouders ging ik kamperen in de Alpen. Daar deden we bergwandelingen. Later ging ik mee op georganiseerde huttentochten. Dan groeide de goesting om meer te doen, om verder te gaan dan het meertje of de berghut. Toen ik mijn vrouw Lieve (Glorieux, red.) had leren kennen, sloten we ons aan bij de Vlaamse Bergsportvereniging en leerden we rotsklimmen. Elk vrij weekend en elke vakantie trokken we naar de Ardennen of de Alpen. Wekelijks trainden we ook op de klimmuur."De Mount Everest beklimmen kan langs verscheidene kanten. Koens team kiest voor de Tibetaanse kant, de noordkant. "Die is potentieel minder gevaarlijk", legt hij uit. "Wel moet je enkele rotspassages overwinnen die technisch heel zwaar zijn. De moeilijkheidsgraad van een bergkant speelt voor mij niet echt een rol. Het belangrijkste is dat je lichaam zich aanpast aan de omstandigheden ter plaatse."Daarom ook dat Koen al op 7 april naar Nepal vloog om van daaruit richting het basiskamp in Tibet te rijden. Terwijl hij pas in de tweede helft van mei - vanaf dag 44 (!) van de expeditie - een poging zal doen om de top te bereiken. "Ik heb intussen de volledige planning. 'Acclimatisation' is het woord dat je het vaakst leest. We zijn nu in het basiskamp op 5.200 meter. Daar is het rusten geblazen. Daarna gaat het naar het tussenkamp, het 'advanced' basiskamp en kamp 1 op 7.000 meter, met daartussen telkens verscheidene dagen rust. Daarna keren we terug naar het basiskamp.""In een volgende fase gaan we weer in etappes naar boven, dit keer naar kamp 2 op 7.500 meter, om ook dan weer terug te keren naar het basiskamp. Pas na een goede maand start de beklimming naar kamp 3, van waaruit je een poging kan wagen om de top te halen."Zelf heeft de ondernemer nog niet veel problemen gehad om zich aan de hoogte aan te passen. "Ik heb geen last van hoogteziekte, wat natuurlijk een voordeel is. Dat is een kwestie van geluk hebben: je hebt daar last van of niet, met conditie heeft dat niets te maken. Lieve heeft wel te lijden onder de hoogte. Zij is de jongste keren niet meer meegegaan."Behalve de hoogte is er nog een extreem gegeven: de koude die de klimmers moeten trotseren. "In het verleden heb ik met Lieve meegedaan aan expedities op de Noord- en Zuidpool. Dan leer je met koude om te gaan. En ermee omgaan is hier echt van toepassing: je kunt niet leren om tegen koude te kunnen. Je kan je daar wel zo goed mogelijk tegen beschermen door aangepaste kledij aan te trekken.""Voor de beklimming van de Mount Everest zal ik een donspak aanhebben. Ikzelf moet zorgen voor de kledij, de rest voorziet de organisatie. Een donsslaapzak en geïsoleerd slaapmatje zullen zeker nodig zijn, want de temperatuur duikt daar fors onder nul met gevoelstemperaturen tot -35 graden Celsius."Zulke extreme temperaturen zorgen er ook voor dat de klimmers veel calorieën nodig hebben. In het basiskamp is er een keuken en in de andere kampen koken de sherpa's voor ons. Al eten we dan ook vaak gevriesdroogde maaltijden. Maar je kan niet teren op drie maaltijden per dag. Het is zaak om heel geregeld te eten, vooral energierepen. Op een dag klimmen verbrand je tegen de 10.000 calorieën. Ook drinken is heel belangrijk: al is het bitter koud, je loopt kans om uit te drogen."Koen weet dus waar hij straks op moet letten, al wil dat niet zeggen dat hij niet zenuwachtig is. "Het kan best zijn dat ik nooit de kans krijg om vanuit kamp 3 de top te bereiken. Als het weer tegenvalt, ben ik eraan voor de moeite. Tot nu toe heb ik altijd al geluk gehad, ben ik nooit teruggekeerd van een expeditie zonder op de top van de berg te staan. De Mount Everest is bovendien speciaal: je krijgt maar één kans. Als je de klim naar de top begint, ben je pas 20 uur later terug: je vertrekt even voor middernacht en komt pas de volgende dag tegen de avond terug. Van zo'n inspanning herstel je niet in een paar dagen tijd.""Lieve zal op het thuisfront ons bedrijf runnen en mijn prestaties volgen", zegt Koen. "Als geoefend bergbeklimmer beseft ze heel goed dat er risico's verbonden zijn aan de beklimming van de Mount Everest." "Ik weet wel dat Koen een heel berekende klimmer is die geen onnodige risico's zal nemen", zegt ze. "Een hele geruststelling. Koen is op de Everest bovendien omringd door professionele en ervaren mensen. Dat geeft een goed gevoel.""Natuurlijk zijn er ook heel wat gevaren waar je als klimmer geen vat op hebt zoals het weer, lawines, gevolgen van hoogte of zuurstofgebrek, fouten van andere klimmers...", aldus Lieve. "Dan moet je een dosis geluk hebben, hé. Natuurlijk ben ik bezorgd en zelfs een beetje bang, net als familie en vrienden. Maar ik wil vooral positief blijven en me niet onnodig nerveus maken over wat er mis kan gaan."