"Onze zusters worden ouder en op termijn is het niet meer mogelijk om er de communauteit in stand te houden", zegt algemeen overste zuster Riet Devriese in Heule. "Slechts één zuster is nog actief in de pastoraal, alle anderen zijn gepensioneerd en op leeftijd. Het betekent niet dat wij Wevelgem verlaten, want de zustergemeenschap Herfstvreugde in de Kloosterstraat blijft. De verhuizingen zullen geleidelijk gebeuren en vanaf begin september zal het klooster dan te koop gesteld worden."
...

"Onze zusters worden ouder en op termijn is het niet meer mogelijk om er de communauteit in stand te houden", zegt algemeen overste zuster Riet Devriese in Heule. "Slechts één zuster is nog actief in de pastoraal, alle anderen zijn gepensioneerd en op leeftijd. Het betekent niet dat wij Wevelgem verlaten, want de zustergemeenschap Herfstvreugde in de Kloosterstraat blijft. De verhuizingen zullen geleidelijk gebeuren en vanaf begin september zal het klooster dan te koop gesteld worden." In Herfstvreugde in de Kloosterstraat, waar zusters dienstbaar zijn voor het wzc Sint-Camillus ernaast, verblijven nu vier zusters. Ze krijgen het gezelschap van drie zusters van het klooster. Drie andere zusters verhuizen naar Heule in Huize Sparrenhof, rusthuis voor zusters die verzorging nodig hebben. Twee zusters ten slotte verhuizen naar het hoofdklooster in de Mellestraat in Heule. Er is momenteel een masterplan voor het centrum van Wevelgem in de maak. Hierin kan het klooster een rol spelen. "Dat komt inderdaad goed uit", zegt zuster Riet, "maar het is niet de reden waarom het klooster gesloten wordt."Hoewel je ze niet zo vaak in het straatbeeld kon aantreffen, hebben de zusters van liefde - voordien zusters Paulinen - een voorname rol gespeeld in de zorg voor armen, kinderen en ouderen in de gemeente. Alles begon met de start van een school voor de armen in 1827, in de jaren 50 en'60 was er zelfs een tijdje een moederhuis.Al van in de 13de eeuw was er een kloostergemeenschap in Wevelgem, in de guldenbergabdij waar tot eind 18de eeuw een cisterciënzerinnenklooster was. Het werd in 1797 verwoest door de Franse bezetter. Enkel de kloosterhoeve, met de monumentale poort, is nog een overblijfsel.De huidige kloostergemeenschap in de Deken Jonckheerestraat vindt zijn oorsprong in 1827, en heeft niets te zien met de Guldenbergabdij. In dat jaar ziet de toenmalige pastoor P. J. Lerycke dat er op zijn parochie nood is aan een degelijke armenschool. Hij koopt een huis om het om te vormen tot een nieuwe school, en hij zoekt ook een aantal juffrouwen. De school opent op 4 juni 1827 met een 70-tal leerlingen van zeven tot veertien jaar. Al in 1836 wordt de school uitgebreid, een jaar later worden de juffrouwen 'zusters Paulinen', het klooster in Wevelgem wordt gesticht en de Wevelgemse Sint-Vincentius a paolo kloostergemeenschap is een feit. Met aandacht voor kinderen en jeugd. Maar ook voor ouderen en bejaarden.Historicus en Wevelgemnaar Philippe Haeyaert schreef in 1987 naar aanleiding van het 150-jarig bestaan van de gemeenschap het boek 'Iuventus et Pauperus' dat de geschiedenis van het klooster tot in de details weergeeft. "Het prille begin van het klooster was dus de kleuterschool en daarna de basisschool centrum, de start van het vrij lager onderwijs in de gemeente. Later kwam de Kijkuitschool, waar nu de Levensboom gevestigd is, de school op de Wijnberg en die op de Posthoorn. Er was ook aandacht voor de ouderen: er werd een ouderlingenhuis gesticht, het huidige Sint-Camillus." In 1951 kreeg de kloostergemeenschap een vergunning om een moederhuis uit te baten. Tot 1968 werden er jaarlijks drie tot vierhonderd kinderen geboren, met een piek in 1964 toen er 395 kinderen in het moederhuis het levenslicht zagen. Op een bepaald ogenblik waren er meer dan vijftig zusters in het huidige klooster, in 1955 fusioneerde het klooster met de zusters van liefde van Heule.