De verpleegkundigen en gezinsondersteuners van Kind en Gezin gaan tijdens hun contacten met gezinnen na of er signalen zijn van kansarmoede op zes domeinen. Het gaat om het maandinkomen van het gezin, de opleiding van de ouder(s), het stimulatieniveau van het kind, de arbeidssituatie van de ouder(s), de huisvesting en de gezondheid. Wanneer een gezin zwak scoort op drie of meer criteria, spreken we over...

De verpleegkundigen en gezinsondersteuners van Kind en Gezin gaan tijdens hun contacten met gezinnen na of er signalen zijn van kansarmoede op zes domeinen. Het gaat om het maandinkomen van het gezin, de opleiding van de ouder(s), het stimulatieniveau van het kind, de arbeidssituatie van de ouder(s), de huisvesting en de gezondheid. Wanneer een gezin zwak scoort op drie of meer criteria, spreken we over een kind dat in kansarmoede leeft. De kansarmoede-index geeft daarvoor een score voor de kinderen tussen nul en drie jaar. Dat gebeurt ook op deelgemeenteniveau.Aan de kust pieken de cijfers voor 2018: Oostende stijgt nog in vergelijking met 2017 van 39,3 naar 40 procent, ook De Panne (van 27 naar 28,7 procent) en Adinkerke (14,5 naar 18,3) laten nog een stijging noteren. Opvallend is de grote kansarmoede in het toch mondaine Knokke: van 26,3 naar 33,1 procent, zelfs meer dan de volksere deelgemeente Heist, waar de kansarmoede-index toeneemt van 24,1 naar 27,2 procent.In Blankenberge daalt de kansarmoede-index: van 49,6 naar 45,7, al blijft het cijfer het hoogste van de kust. Ook een kleine daling in Nieuwpoort (29,1 naar 27,7) en Middelkerke: van 32,3 naar 31,8. Dat geldt ook voor de Middelkerkse deelgemeenten Lombardsijde (19,4 naar 16,7) en Westende (23,3 naar 18,7). In Bredene (13,1 naar 11,8), De Haan (17,5 naar 16,7) en Wenduine (24,6 naar 23,9) daalt het cijfer licht. Een vrij forse daling doet zich voor in Koksijde: van 28,8 naar 19,5 procent. Hetzelfde in deelgemeente Oostduinkerke: van 11,4 naar 10,8.Opvallend is de stijgende kansarmoede in het hinterland, ook in de kleine deelgemeenten. Die is erg zichtbaar in Oudenburg (van 8,8 naar 16,8) en deelgemeente Ettelgem (van 4,7 naar 9,4), maar ook in Gistel (10,2 naar 12,2) en Veurne (12,3 naar 14). Opvallende cijfers ook in de Middelkerkse deelgemeenten Sint-Pieters-Kapelle (33,3) en Slijpe (van 5,9 naar 14,3), de Haanse deelgemeente Vlissegem (van 8 naar 18,4), Steenkerke bij Veurne (25 procent) en Moere bij Gistel (van 4,7 naar 9,3).(HH)