Kaat Defrancq is kleuterjuffrouw in Kinderland. Ze heeft een mooie fiets. Met een grote mand. 'Beter een grote mand dan een grote mond,' zegt ze. Ze houdt van haar fiets, maar tegen wind rijden en omhoog, vindt ze maar niets. Daarvoor is haar mooie fiets die ouderwets tracht te lijken, veel te zwaar. En ze moet vaak bergop. Want Kinderland ligt op het bergachtige binnenweggetje dat een verbinding vormt tussen de weg die Kortrijk met Aalbeke verbindt en de weg tussen Aalbeke en Rollegem. Het stijgingspercentage naar Sint-Anna toe is zo groot dat zelfs Chris Froome er uit het zadel zou moeten. Anderzijds doet het haar zichtbaar deugd.

Kaat ziet er nog lang geen halve eeuw oud uit. Ze is naar eigen zeggen net vijftig geworden. En we geloven haar. Terwijl ze moeiteloos voor een vrouw van veertig kan doorgaan. Maar geen vrouw die een hogere leeftijd zal opgeven dan wat op haar identiteitskaart staat. Haar dochters zouden haar meteen in een dwangbuis stoppen. Kaat is moeder van een tweeling. Twee meisjes. Ze studeren allebei psychologie. De ene in Gent, de andere in Leuven. Ver van elkaar. Kwestie van niet voortdurend met hun spiegelbeeld te worden geconfronteerd.

Kaat wordt dan weer geconfronteerd met een man die zichzelf 'De Langen' noemt. Komt wellicht doordat Philip Kerckhove niet bepaald kort is. Kaat en hij vormen samen een mooi plaatje. Hij zegt het graag. Maar dit keer moet hij zwijgen. In de mate van het mogelijke. Want hij is van Harelbeke. En in een rubriek die 'De Kortrijkzaan' heet, mag hij tevreden zijn dat hij een bijrol mag spelen. Een rol die hij volop te danken heeft aan de vrouw die hij graag ziet. Een mens zou geneigd zijn om te zeggen: schoon koppel. Dat al hun dromen waar mogen worden en dat ze samen de wereld mogen zien. Als de kinderen afgestudeerd zijn.