Een voordeur in de Oud-Strijderslaan in Sint-Andries kleurt groen. Weinig verrassend want erachter wacht de allergrootste speler uit de geschiedenis van Cercle Brugge ons op. Amper binnen en je voelt je al een vriend aan huis. "Broere, ge ziet ier thus, zet je en vroag mo wa daj wilt." De hemelsbrede glimlach van de enthousiaste op en top Bruggeling verdwijnt niet het gesprek. Het glas is altijd halfvol. Dankbaar voor wat het voetbal hem heeft geschonken, voor wat zijn tweede vrouw Andrea hem vandaag schenkt en voor wat hij nog droomt met zijn familie.
...

Een voordeur in de Oud-Strijderslaan in Sint-Andries kleurt groen. Weinig verrassend want erachter wacht de allergrootste speler uit de geschiedenis van Cercle Brugge ons op. Amper binnen en je voelt je al een vriend aan huis. "Broere, ge ziet ier thus, zet je en vroag mo wa daj wilt." De hemelsbrede glimlach van de enthousiaste op en top Bruggeling verdwijnt niet het gesprek. Het glas is altijd halfvol. Dankbaar voor wat het voetbal hem heeft geschonken, voor wat zijn tweede vrouw Andrea hem vandaag schenkt en voor wat hij nog droomt met zijn familie.(Lees verder onder de video)LENTE'Ooit' start op 19 mei 1946. Julien Verriest wordt geboren in de Dweersstraat in Sint-Andries, tegenwoordig de Jan Britostraat, als zoon van kruideniers met een eigen winkeltje en huifkar. Als speelkameraad van drie zussen en een broer ook. "Wij kenden een prachtige jeugd, met prachtige ouders. Ze werkten hard voor hun winkeltje. Wij speelden elke dag op straat want auto's waren er nog maar amper."(knikt) "Onze bal maakten we met nat papier, tot we min of meer een ronde vorm kregen. En dan spanden we daar rekkers rond. De voordeuren van de mensen waren onze doelen. Studeren was aan mij niet besteed, ook al was ik goed mee met de bende. Ik wou alleen maar voetballen.""Toen ik tien was, nam mijn neef me mee naar een training. Na afloop werd kwam iemand van het bestuur: Jules'tje zet hier eens je krabbel, vent. Dat was een aansluitingskaart. Ze hadden mijn talent opgemerkt. Ik mocht al snel wedstrijden meespelen, maar ik moest mijn paspoortje elke week 'vergeten', want ik was te jong om met de miniemen te mogen spelen. Het bestuur betaalde de wekelijkse boete met plezier. (lacht)""(schudt het hoofd) Mijn ouders waren totaal niet bezig met voetbal. Mijn pa heeft me één keer zien spelen in mijn hele carrière. We speelden met de miniemen op Club. Mijn vader was na twintig minuten plots weg. 'Stamp die witten zijn poten af', had een ouder geroepen over mij. Mijn pad had er een degout van gekregen. Zelfs toen ik in eerste klasse speelde, kwam hij niet." ZOMERAls schoolverlater op zijn veertiende vindt Jules een job als arbeider in een boekbinderij, een job die hij aanvankelijk kan combineren met trainingen 's avonds."Goh, als jonge gast werd je ingepeperd dat je moest gaan werken om je leven verder uit te bouwen. Het draaide niet om wat je wou. Je ging werken en daarmee uit. Ik had maar één plan in gedachten: ik wou het tot de eerste ploeg van Cercle schoppen én aan een vaste job geraken bij Ebes (het huidige Engie Electrabel, red.) in de Scheepsdalelaan. Als je daar kon beginnen, had je zekerheid voor de rest van het leven. Die drang heeft een grote rol gespeeld in mijn leven.""We waren tien matchen ver en Cercle telde één punt. Ik dacht daar niet te veel bij na. Wat op mijn weg kwam, loste ik altijd op mijn manier op. Ik hield de hele match de beste speler van Lierse uit de wedstrijd. Het werd 0-0. De volgende dag kopte de krant in dikke letters: 'Enig lichtpunt: Verriest'. Ik heb meteen een heleboel van die gazetten gekocht. (lacht) Ik ben nooit meer uit de ploeg verdwenen.""Vandaag zou je die aanbiedingen niet meer kunnen weigeren. Maar Cercle zat in mijn bloed. Ik heb meegebouwd aan de terugkeer. Een jaar of drie later stonden we weer op onze plek.""Ik was God op Cercle. Ik werd bij alles betrokken. Cercle was Jules'tje Verriest. Op een dag zijn we toch eens rond de tafel gaan zitten met Anderlechtvoorzitter Constant Vanden Stock. Hij wou me al twee jaar. Maar het bestuur van Cercle wou me per se houden. Ik zei tegen voorzitter Ducheyne dat ik zou blijven op één voorwaarde: hij moest me aan die job bij Ebes helpen. Dan moest ik geen prof worden, had ik zekerheid voor de rest van mijn dagen en kon ik mijn leven in Sint-Andries verder leiden. En zo geschiedde. Vanden Stock zei achteraf dat er maar één speler ooit het grote Anderlecht heeft geweigerd: Jules'tje Verriest. (lacht)""Aansluitingen van gas en elektriciteit. Onder de mensen komen, was mijn leven. Ik vond dat zo leuk, ook al stond ik vaak bij weer en wind in putten te ploeteren. Ik heb zo wel veel overboord gegooid, ik besef dat. Was ik naar Anderlecht of Club gegaan, was ik zeker Rode Duivel geworden.""Voor mijn naam als voetballer een beetje. Maar ik ben in 1980 gestopt. We zijn straks 40 jaar later. Als je ziet wat voor aanzien ik nu nog heb in Brugge, dan ben ik blij met die keuze. Als ik naar het voetbal ga kijken in Brugge word ik op handen gedragen. Dus ik ben overgelukkig met wat ik wél heb kunnen verwezenlijken. En zag je me al op een appartementje in Brussel zitten? Daar hoorde ik niet thuis.""(knikt) Christiane kreeg borstkanker toen ze vijftig was. Ze is na de behandeling een paar jaar genezen verklaard, tot ze herviel. We hebben lang op hoop geleefd, ze heeft geknokt, maar het mocht niet zijn. Kanker is geen doetje, hé. Je hebt zo'n zaken niet in de hand. Ik was zestig jaar en stond er alleen voor. Gelukkig had ik veel steun aan mijn zoons, schoondochters en toen twee kleinkinderen. Ik moest voort, hé.""Eigenlijk niet. Ik ben twee jaar alleen geweest en ging regelmatig op mijn eentje eten. Een van mijn adresjes was Martins Visrestaurant, in Zeebrugge, dat Andrea al snel overnam. Op den duur maakte ze speciaal mijn vaste tafeltje voor me vrij als ze wist dat ik kwam. Maar ik had lang niet door dat ze een oogje op me had. Ik was als jonge kerel nooit uit geweest en was jong getrouwd. Wist ik veel. (lacht) Maar van het een kwam het ander. Ik heb enkele jaren meegeholpen in het restaurant en in 2011 nam mijn tweede zoon Christophe de zaak over met zijn vrouwtje. We gaan er wekelijks iets eten. En dan wordt er langs alle kanten aan mijn mouw getrokken. Aan aandacht geen gebrek. (glimlacht)" HERFSTJules geniet naar eigen zeggen van het gepensioneerde leven met Andrea. "Profiteer ervan, zeggen de mensen. Maar dat vind ik een verkeerd woord. We mogen nu vooral genieten van wat we al die jaren hebben opgebouwd." "Mijn familie. Ondertussen zijn er al vier kleinkinderen, twee van elk. Lennert, de oudste, zit sinds dit jaar aan de unief en heeft een lief. Zijn zus Lois vrijt ook. Dat is confronterend. Soms zou je hun groei willen tegenhouden. Het gaat zo snel. Cyriel is een uitstekend voetballertje. (zie kader rechts) Juliette is het kleinste. Vier is ze nu, en ze is naar mij genoemd. (straalt) Je zou dat kunnen opeten, hé. Het is al opa wat de klok slaat. Maar binnen tien jaar zal die band met haar ook alweer helemaal anders zijn. Ik moet er nu dus van genieten.""Hoe ouder ik word, hoe gelukkiger ik word. Omdat ik dankbaar ben voor mijn mooie oude dag. En voor wat de mensen me hebben gegeven. Ik ben groot geworden dankzij de Cercle-supporters. Andrea en ik leven ons leventje en zijn overgelukkig. Ik denk niet dat de koning en koningin zo'n leven hebben als dat van ons. (lacht)""Iedere thuismatch gaan we kijken, maar de laatste vijf jaar is Cercle inderdaad Cercle niet meer. Het familiale is eruit. Dat doet zeer, want ik maakte alles mee. Ik heb veel respect voor de Cerclesupporters. Die mensen zijn Cercle en zullen dat altijd blijven.""Enkele weken geleden heb ik ze toegesproken over de geschiedenis van Cercle, op blijvende vraag van het bestuur. Ik voelde na afloop respect. De spelers wilden allemaal met mij op de foto. Maar veel van die gasten hadden zich veel meer voorgesteld bij hun overeenkomst met Monaco dan een transfer naar Cercle. Dat is misschien wel het grootste probleem."WINTER"Je moet alles in het leven een plaatsje geven, ook de dood. Het hoort er nu eenmaal bij", vertelt Jules over het laatste seizoen van het leven, dat ons allemaal te wachten staat. Angst heeft hij niet. "Als je al eens in de zeventig bent, heb je alles meegemaakt. Je kunt alles beter plaatsen.""Dat wel. Ik wil als eerste gaan. Ik ben de oudste van de bende. (wijst naar de familiefoto op de schouw) Ik zou niet weten wat ik zou doen mocht er met een van hen iets gebeuren. Ik zou het niet meer aankunnen. Ik word zot, denk ik. Ik moet op een dag als eerste 'vaarwel' zeggen. Maar hopelijk is die dag nog ver weg.""Dat zou niet onlogisch zijn als speler van de eeuw. Maar dat kun je niet meer hopen. Zulke zaken worden verkocht.""Ja, misschien. (knipoogt) Op Cercle is er nu al het restaurant Chez Jules. Dat doet me al heel veel. Aan waardering geen gebrek bij Cercle. Eigenlijk is het lelijk om te zeggen over jezelf, maar volgens mij heeft er nooit iemand meer gedaan voor Cercle dan ik.""Ik laat dat over aan de mensen voor wie ik heb geleefd. Zij moeten dat kiezen. Mijn zoons en Andrea zullen het wel weten als het zover is. Weet je wat typisch is aan onze familie? De Verriestjes trekken elkaar recht als het nodig is. Dat weten mijn zoons en de kleinkinderen maar al te goed."