"Ik studeerde af in 1981 en na een jaar van interimopdrachten kreeg ik telefoon van toenmalig directeur Rene Smet of ik het niet zag zitten om juf Lieve te komen helpen met de allerkleinsten", herinnert Karin Vandekinderen het zich nog goed. "Dat eerste kleuterklasje was overbezet en toen ik aankwam, had ik zelfs geen eigen lokaal. Ik kreeg een hoekje van de sportzaal toegewezen, dat we konden afsluiten met een gordijn. Het is pas een paar jaar later dat er bijgebouwd werd en ik over een volwaardig klaslokaal kon beschikken. Doorheen de jaren heb ik net als mijn collega's leerplannen zien vernieuwen en...

"Ik studeerde af in 1981 en na een jaar van interimopdrachten kreeg ik telefoon van toenmalig directeur Rene Smet of ik het niet zag zitten om juf Lieve te komen helpen met de allerkleinsten", herinnert Karin Vandekinderen het zich nog goed. "Dat eerste kleuterklasje was overbezet en toen ik aankwam, had ik zelfs geen eigen lokaal. Ik kreeg een hoekje van de sportzaal toegewezen, dat we konden afsluiten met een gordijn. Het is pas een paar jaar later dat er bijgebouwd werd en ik over een volwaardig klaslokaal kon beschikken. Doorheen de jaren heb ik net als mijn collega's leerplannen zien vernieuwen en de digitalisering nam zijn intrede. Vaak kwam het op hetzelfde neer en gebruikte men andere bewoordingen, maar we moesten mee. Belangrijk, ondanks al die leerplannen, is dat het aantal peuters in een klasje beperkt blijft. 20 peuters is volgens mij het maximum. Al wat meer is, is bijna niet te doen. Ook pleit ik voor een permanente kinderverzorgster in het peuterklasje. Nu is die maar één dag in de week aanwezig.""Zelf ben ik al die jaren blijven hameren op twee, volgens mij dan toch, heel belangrijke uitgangspunten voor de peuters. Ik zorgde er in de eerste plaats altijd voor dat elke nieuwe peuter zich zo snel mogelijk thuis voelde in ons klasje. Ik zorgde dus altijd voor een warm onthaal. Daar had ik een trucje voor, met pop Jules, die ik als onze beste vriend voorstelde. Als er al eens een peuter het moeilijk kreeg omdat hij zijn mama, papa of thuis miste, kon hij of zij even bekomen met Juultje. Daarnaast zorgde ik er altijd voor dat de peuters voldoende konden bewegen. Van bij mijn aankomst werd mijn aandacht getrokken door een hobbelpaard en een klimrek, die in een hoek stof stonden te vergaren. Ik kon die recupereren en nam ze mee naar mijn lokaal. Tot op het laatste vormden die het middelpunt van mijn klasje. Als je de kinderen regelmatig kan laten bewegen of aan sport kan laten doen, dan zijn de lessen achteraf nog zo efficiënt." "Als er iets is wat ik zou willen meegeven, dan is het dat wel. Meer sport op school is o zo belangrijk. Ik ben daar trouwens zelf het levende bewijs van. Ik heb namelijk een zwakke rug. Vele jaren geleden zei een specialist me dat ik aan sport moest doen. Anders zou ik op mijn 40ste in een rolstoel belanden. Ik heb die man zijn wijze raad gelukkig opgevolgd. Toch is het door mijn gezondheid, mijn zwakke rug, dat ik niet heb kunnen afscheid nemen zoals ik had gehoopt. Door een rugoperatie heb ik jammer genoeg de laatste maanden van dit schooljaar moeten missen. Ik had er nog zoveel van verwacht. Kleuterjuf van de eerste kleuterklas, dat was eigenlijk echt iets dat op mijn lijf was geschreven en ik ben iedereen, de directie, de collega's, ouders en kinderen heel dankbaar voor de kans die ik gekregen heb en voor het vertrouwen dat ze mij gegeven hebben. Ik heb ook geluk gehad dat ik vrij snel een vaste stek kreeg hier in de Schatkist. Ik heb dan ook veel bewondering voor de jonge leerkrachten, die een lange tijd moeten toeleven van interim naar interim." (RI)