Johan Verminnen zit ons al op te wachten in de kajuit van de commandant. In de kerstvakantie is het druk in Oostende, de zoektocht naar een parkeerplaats heeft voor wat vertraging gezorgd. Voor Verminnen geen probleem, want al een tiental jaar heeft hij een appartement in hartje Oostende. "Op de tiende verdieping. Half zicht op zee, half zicht op de hele stad. Met oudejaar ben ik hier altijd. Ik hou van de zee. Op al mijn platen vind je wel een liedje over zeevaart, zeilen, bootjes... En ik had altijd al een band met Oostende. Waarom? Voor een Brusselaar is Oostende rechtdoor hé. Voor alle andere badplaatsen moet hij afslaan (lacht)."
...

Johan Verminnen zit ons al op te wachten in de kajuit van de commandant. In de kerstvakantie is het druk in Oostende, de zoektocht naar een parkeerplaats heeft voor wat vertraging gezorgd. Voor Verminnen geen probleem, want al een tiental jaar heeft hij een appartement in hartje Oostende. "Op de tiende verdieping. Half zicht op zee, half zicht op de hele stad. Met oudejaar ben ik hier altijd. Ik hou van de zee. Op al mijn platen vind je wel een liedje over zeevaart, zeilen, bootjes... En ik had altijd al een band met Oostende. Waarom? Voor een Brusselaar is Oostende rechtdoor hé. Voor alle andere badplaatsen moet hij afslaan (lacht)."Heb je ook een band met de Mercator?"Ik heb met de Mercator gezeild. Dat kunnen niet veel mensen zeggen. Zo'n 15 jaar geleden voer het schip eens naar de Gentse Feesten en vandaar naar Antwerpen voor de Tall Ships' Races. Ik mocht mee, samen met cadetten van de zeevaartschool en met mensen die vroeger op de Mercator gewerkt hadden en nog altijd hielpen om het schip te tuigen. Het was leuk om zien dat al die ouwe rakkers nog fluks in de touwen kropen en precies weer herleefden."Hoe vaak kom je in Oostende?"Veel te weinig. Omdat ik nog altijd actief ben hé. Ik woon in Hansbeke, niet zo ver hier vandaan. Maar toch kom ik hier te weinig. Het appartement wordt wel gebruikt door vrienden en familie. Als ik kom, dan schrijf ik hier soms. Iemand die schrijft, moet alleen zijn. En dat kan ik hier. Ik heb ook een heel grote band met de visserij. Ik schreef ooit een boek, De laatste boot, met een hoofdstuk over de O.33, een Oostends vissersschip met een bemanning uit Brènienge. Daarvoor ben ik 14 dagen mee gaan vissen in de Deense wateren. Als je dat gedaan hebt, ben je aanvaard door de vissers. Maar het is heel zwaar. Het is al tien jaar geleden. Ik word 69, ik denk niet dat ik hetzelfde experiment nu nog zou doen."Jij staat 50 jaar op de planken, sinds 1969. "Het begon met een wedstrijd op tv, Ontdek de ster. De eerste prijs ging naar een heel verdienstelijke zanger, met mooie bariton-stem, die een lied van Tom Jones bracht. Maar ik bracht mijn eigen liedjes. De jury had het stemgeluid bekroond. Maar Toon Hermans was op de finale en zei: u vergist zich allemaal, het is diè jongen die het zal maken. En dat was ik. Die winnaar was een heel toffe gast hoor. Hij maakte één single die het niet gedaan heeft en sindsdien hebben we niets meer van hem gehoord. Naar het schijnt zingt hij nu in zijn bad en voor zijn vrouw en kinderen (gniffelt)."Jijzelf wou nochtans acteur worden, geen zanger?"Dat hoorde bij elkaar. Ik was in de humaniora geen schitterend student en ging daarna naar het conservatorium in Brussel. Mijn leraar was de bekende acteur Nand Buyl. Hij stak me eens voorbij op de stoep en zei: 'Verminnen, ik peis da gij beter uwen eigen rol zou spelen in uw leven. Dat zal al moeilijk genoeg zijn.' Mijn talent zag hij niet als acteur, maar op een ander gebied. Als iemand die op zichzelf dingen doet. En hij heeft gelijk gekregen. Ik heb mijn eigen rol gespeeld."50 jaar artiest, was dat altijd even makkelijk?"Neen. Het leven is geen lange, rustige rivier. Een carrière ook niet. Het gaat met hoogten en laagten, met diepten en hoge bergen. Ik maakte het allemaal mee. In het begin van mijn carrière deed ik alle mogelijke stielen. Om den brode. Ik ben verhuizer geweest, noem maar op. Ik heb zwarte sneeuw gezien. Dan ging ik twee maanden werken en daarna weer zingen hé. Maar ik wou vrij zijn en zo snel mogelijk op eigen benen staan. Als ik ooit dood ben, zal men - niet op een grafsteen, want die zal ik niet hebben - als herdenking zeggen: hij zong zich een weg door het leven."Was het ook een leven van lange nachten?"Het was een heel vrolijk leven hé. Als je weet dat mijn medemuzikanten Jean Blaute en dat soort mensen waren... Wij bleven wel eens hangen, ja. We hadden geen verantwoording af te leggen aan gezinnen. We hebben alles geproefd en alles beleefd. Ik heb er geen spijt van, maar nu kan ik dat niet meer opnieuw doen."Op een bepaald ogenblik trouw je en trek je naar het platteland."Eerst woonden we samen in Brussel, maar dat was op de vierde verdieping en we hadden er geen lift. Catherine was in verwachting en wou liever naar het Gentse, waar ze veel meer vrienden had. Zo zijn we in Sint-Martens-Latem beland en later in Hansbeke. Maar ik kon overal wonen. Een zanger is een nomade. Zoals zigeuners, circusartiesten of foormensen... Wij gaan elke dag ergens anders spelen. We zijn altijd onderweg. Of ik nu in Latem, Brussel of Oostende woonde... eigenlijk maakte dat geen verschil. Ik zei: ik volg je. En ik deed dat."Je werd dan ook vader. Verandert dat een mens?Paulientje, ja. Het vaderschap verandert iedereen. Het is het mooiste wat er is. Dan leer je ook wat meer verantwoordelijkheid dragen. Een kind, dat is een vreugde hé. Paulientje is nu een hele Pauline, 32 jaar. Ik ben nog altijd heel content met haar. Ik heb nu ook een kleinzoon van drie, en die heet Boas. En ik moet zeggen: alle clichés over het grootvaderschap kloppen. Het zijn cliches geworden omdat ze de waarheid zijn. Je hebt meer aandacht voor je kleinzoon dan voor je dochter, ook al had ik ook voor haar al veel aandacht."Heeft het vader- en grootvaderschap ook jouw liedjes beïnvloed?"Dat denk ik niet. Er is een liedje over Pauline natuurlijk, maar daarbuiten heb ik altijd op dezelfde manier geschreven. Er zijn drie soorten liedjes: autobiografische, observatie - het kijken naar andere mensen - en liedjes die louter op fantasie zijn gebaseerd. Dat zijn de drie bronnen. Ik moest het onlangs eens uitleggen aan een meisje met een handicap in mijn publiek. Ze zei dat ik in Congo geboren was, maar dat is natuurlijk niet zo. Dat komt uit een liedje. Zangers liegen in hun liedjes, vond ze. Nee, zei ik, ze vertellen verhalen van andere mensen. Mocht ik al die verhalen zelf beleefd hebben, ik zou een boeiend leven hebben gehad."En nu niet?"Nee, het is een saai leven. Een leven van wachten op journalisten die te laat komen (lacht), wachten op optredens, wachten in tv-studio's... Wachten, dat is het leven van een artiest. Nee hoor, het is een vrolijk leven. Ik heb niet alles zelf beleefd. Maar ik maak het allemaal tot mijn verhaal."Wat vind je het leukst, liedjes maken of optreden?"Ik speel heel graag, met een goed orkest. Ik zing graag voor mensen. Ik musiceer graag met heel goede muzikanten. Dat is een feest voor mij. Waar ik tegen opzie, is het rijden naar en het terugkomen van. Dat is niet meer zo leuk in deze maatschappij. Er is altijd file mogelijk, zelfs om middernacht. Een ongeval, wegwerkzaamheden... Maar als je graag zingt, neem je dat erbij. Ik treed minder op dan vroeger. Er zijn nieuwe goden hé, die zalen vullen. Maar ik heb toch het voorrecht om per jaar 55 tot 60 concerten te doen. Dat is niet weinig."Jij woont intussen in een huis in je tuin, een soort man cave?"Mijn oud repetitielokaal in de tuin herbouwde ik tot mijn eigen kleine leefwereld. Daar woon ik. Alles is er compacter. In het oude huis staat mijn verleden, in het nieuwe huis staat mijn toekomst. Boeken en cd's, die staan in het oude huis. Dat is het verleden. In het nieuwe staat een blik naar de natuur, staat mijn bureau en daar eet en slaap ik. In het oude huis komt mdijn dochter in de weekends soms slapen. Mijn vrouw Catherine, van wie ik niet gescheiden ben, woont in Gent. We zijn nog altijd zeer bevriend. "Je bracht recent een nieuwe cd uit, En daarna ga ik vissen."De meest ironische titel die ik ooit verzon. Daar bedoel ik mee: alles is eindig. Zoals een zanger die op pensioen gaat. Ik wil dat vissen wel zo lang mogelijk uitstellen. Maar de realiteit zegt: als je 69 bent, komt er een dag dat je wel zal moeten gaan vissen. Aan de eindigheid denk ik bijna elke dag. Als ik de balans opmaak van wie ik in het afgelopen jaar allemaal verloor aan vrienden en familie... Het is ongelooflijk. Er is altijd wel iets dat me doet denken aan iemand die er niet meer is. Dat maakt me dikwijls weemoedig. Ook als ik denk aan al die dingen die weg zijn. We zitten hier op een schip dat niet meer vaart: een plek voor weemoed."Wat vind je het mooiste dat je in je loopbaan gedaan hebt?"Heel mijn leven was ik een sociale strijder voor artiesten. Ik was voorzitter en gedelegeerd bestuurder van SABAM, de auteursrechtenvereniging. Ik heb het statuut van de artiest gemaakt, samen met toenmalig minister van Sociale Zaken Frank Vandenbroucke (SP.A). Dat vergeten veel mensen, maar het is misschien het mooiste dat ik gemaakt heb. Heel veel jonge artiesten kunnen spelen en zijn toch in orde met hun sociale zekerheid. Ze weten niet dat ik daarvoor gezorgd heb. Maar dat kan me niet schelen."