Johan verloor in één week beste vriend én voorzitterschap bij Het Blauwe Kruis

Johan Schoutteet nam de papegaai van zijn overleden vriend Luc Aernout (foto rechts) in huis. “Ik kreeg het niet over mijn hart om hem naar een opvangcentrum te zien gaan. Enig mispuntje: hij vloekt als een ketter. (lacht) Zat zal hij wel van Luc geleerd hebben…” (foto Tom Brinckman) © Tom Brinckman
Olivier Neese
Olivier Neese Editieredacteur Brugsch Handelsblad Brugge - Torhout

Een klap bovenop een klap. Eerst verloor Johan Schoutteet zijn beste vriend Luc Aernout aan kanker, twee dagen na de begrafenis werd hij afgezet als voorzitter van Het Blauwe Kruis. Drie maanden later is de ontgoocheling en het onbegrip amper verteerd. “Ik heb dat allemaal opgebouwd, niet zij. Ik was al bezig met de dieren toen het nieuwe bestuur nog geboren moest worden.”

Bijna veertig jaar waren ze twee handen op één buik, Johan Schoutteet en Luc Aernout. Ze leerden elkaar kennen bij het Brugse dierenasiel Het Blauwe Kruis, hun gemeenschappelijke passie. Of zeg gerust zelfs levenswerk. Begin augustus overleed Luc Aernout op 57-jarige leeftijd na een jarenlange strijd tegen een woekerende kanker in de galwegen.

Vloeken

“Elke dag denk ik meermaals aan Luc”, vertelt Johan Schoutteet. “Mijn vrouw en ik moeten er nog tranen om laten. We waren beste vrienden. Twintig jaar lang gingen we zelfs samen naar de Moezel op vakantie. Nooit hebben we woorden gehad. Nooit. Velen vonden hem te bazig, maar au fond was Luc een goeie gast. We missen hem enorm. (stilte) Om zijn echtgenote te sparen, had hij voor zijn overlijden een nieuwe thuis geregeld voor de meeste van zijn dieren. Zijn papegaai zou naar een opvangcentrum gaan. Dat kreeg ik echt niet over mijn hart. Daarom staat hij nu bij ons. Enig minpuntje: hij vloekt als een ketter. (lacht) Dat zal hij wel van Luc geleerd hebben …” (lacht)

Het overlijden van zijn beste vriend was niet de enige klap die Johan Schoutteet begin augustus te verwerken kreeg. Twee dagen na de begrafenis werd hij op de bestuursvergadering van Het Blauwe Kruis weggestemd als voorzitter. Met Luc verdween immers ook de beslissende stem in zijn voordeel. “Ze hebben gewacht tot Luc dood was … Midden de vergadering las de nieuwe voorzitster een brief voor. Het einde klonk: je bent voorzitter af, ik ben nu de voorzitter. Koudweg. Na 47 jaar.”

Antidepressiva

“Nog steeds weet ik niet waarom ik weg moest. Mocht ik nu nog gestolen hebben of zo, zou ik dat begrijpen. Maar niets van dat alles. Mijn mandaat liep nog maar drie jaar en dan zou ik de fakkel sowieso doorgeven. Luc en ik hadden wel een kliekvorming zien ontstaan. Op zijn laatste vergadering, waarin hij een stap terugzette wegens zijn ziekte, vroeg hij om de conciërge in het bestuur op te nemen. Als zijn laatste wens. Dat werd meteen van tafel geveegd. Nu weten we waarom …”

“De dag van die fatale vergadering, nota bene vrijdag de dertiende, was het de verjaardag van mijn dochter. In plaats van te vieren, hebben we een hele avond lang met de hele familie zitten wenen. Mijn vrouw en ik nemen al drie maanden antidepressiva. Dat ik drie jaar geleden een beroerte kreeg, hielp niet. De eerste maanden was ik in shock, zei ik niets meer. Pas nu kan ik erover babbelen. Het Blauwe Kruis is mijn leven. Ik geef het eerlijk toe: daarvoor heb ik zelfs mijn kinderen verwaarloosd. Ik ben én denk Het Blauwe Kruis. Een voorbeeld: mijn wens was om een peter of meter voor het asiel te vinden, maar het was er nog niet van gekomen. Op televisie zie ik soms mensen van wie ik denk: ja, aan die zouden we het kunnen vragen. Maar dan denk ik: waar ben ik mee bezig? Het is niet meer voor mij.”

Te zuinig?

De enige reden die Schoutteet voor zijn ontslag kan bedenken, is dat hij te zuinig was. “Mijn principe was: kregen we duizend euro voor het asiel, dan was dat duizend euro voor de dieren en niet voor de mensen. Een klein voorbeeld: elke dierenarts heeft zowat zijn eigen manier van werken en voorkeur voor antibiotica. Door met meerdere dierenartsen te werken, had ik een kast vol dure antibiotica waarvan je op den duur niet meer wist van wie en voor wat. We betaalden stukken van mensen, waardoor ik opteerde om één dierenarts vast aan te stellen.”

In de communicatie naar de buitenwereld toe noemt het nieuwe bestuur hem nu ‘erevoorzitter’. “Maar ik mag niet meer gaan naar het asiel. Allez, ik mag wel gaan maar dan zal al de rest zwijgen en me negeren, hebben ze me laten weten. Ik krijg geen informatie meer, mijn mailbox werd daags nadien meteen afgesloten … Mijn grote wens is om te kunnen langsgaan zoals vroeger, maar dat gaat niet meer. (windt zich op) Mijn kind staat daar. Nu mag ik er niet meer naartoe. Ik heb dat allemaal opgebouwd, niet zij. Ik was al bezig met de dieren toen het nieuwe bestuur nog geboren moest worden.”

Een aap in huis

Het Blauwe Kruis heeft zijn oorsprong in de tuin van Schoutteet in Sint-Michiels. “In Brugge bestond er vijftig jaar geleden niets. Met de lokale ziekenbond zijn we hier heel kleinschalig begonnen. We hadden plaats voor negen gedumpte honden, die door de politie naar mij werden gebracht. Het eerste geld haalden we binnen via een stickerverkoop. Paul De Meester, van de gelijknamige boekhandel langs De Dijver, schoot ons 30.000 frank voor om stickers te laten drukken. Via de jeugdbewegingen brachten we die aan de man en het leverde ons 150.000 frank op. Daarmee timmerden we de eerste hokken in elkaar. Voor het hondeneten – hondenvoeding zoals nu bestond nog niet – haalden we gehakt in het slachthuis, die we met zwijnenmeel vermengden tot een papje.”

”Met een caravan deden we de markten, om geld in te zamelen. De eerste hond – een Duitse Scheper die we als puppy in een schoendoos vonden – was me zo dankbaar dat hij en mijn gezin tot ter dood zou verdedigen. Van de lokale trappenmaker kregen we zakken vol zagemeel toen een binnengebrachte hond plots beviel van 14 pups. Een dame uit Oedelem belde me uit bed omdat er een aap aan haar raam zat. Ik dacht dat ze een grap maakte. Bleek dat haar man, een zeeman, dat had meegebracht als verrassing voor haar, maar daar was ze niet mee opgezet. Met heimwee denk ik terug aan die pioniersjaren.”

Onrecht

Snel volgde de verhuizing naar de Krinkelstraat, waar Het Blauwe Kruis dankzij een legaat van 1,2 miljoen euro van een Jabbeekse dame recent een volledig nieuw asiel kon opbouwen. “Elke buis en kabel weet ik liggen. Duizenden foto’s heb ik van de bouw. Ik hoor dat ze onlangs iemand moesten laten komen om een verstopte buis te laten herstellen. Maar er is een systeem dat al het hondenhaar onder hoge druk wegspoelt. Dat weet ik, maar ze vragen me niet om te helpen… Dag en nacht was ik bezig met het asiel, altijd in combinatie met mijn job bij het MBZ. Met heel het gezin hebben we ontelbaar veel uren de hokken zitten kuisen. Dat namen ze me allemaal af. Daarom zijn we ook zo kwaad.

“En nu? Niets. Ik kook wel graag, maar ik ben voor de dieren en niets anders. Heel mijn leven stond in het teken daarvan. Waarom hebben ze me geen mooi afscheid gegund? Waarom behandelen ze me als een stront? Mijn zoon was hoofdoppasser in het asiel. Hij heeft nu ook zijn ontslag ingediend en gaat verder als zelfstandige tuinman. Hij kon niet leven met het onrecht dat ze me hebben aangedaan. Gelukkig hebben we goeie kinderen en kleinkinderen. Elke dag zien we wel iemand. Gelukkig heeft Luc dit allemaal niet meer moeten meemaken. En met Luc was zoiets ook nooit gebeurd.”

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.