"Weet je wat er bizar is? Dat je een interviewaanvraag krijgt voor je 65ste verjaardag." Zo begint Jo Libeer ons gesprek over zijn nakende verjaardag. Geen reden tot feesten, zo blijkt. "Ik heb geen nood aan een soort overgangsritueel. Volgend jaar daarentegen feesten we wel, bij leven en welzijn. Dan zijn Kris en ik 40 jaar getrouwd.
...

"Weet je wat er bizar is? Dat je een interviewaanvraag krijgt voor je 65ste verjaardag." Zo begint Jo Libeer ons gesprek over zijn nakende verjaardag. Geen reden tot feesten, zo blijkt. "Ik heb geen nood aan een soort overgangsritueel. Volgend jaar daarentegen feesten we wel, bij leven en welzijn. Dan zijn Kris en ik 40 jaar getrouwd.Wie 65 jaar wordt, heeft zijn actieve beroepsleven zo goed als achter de rug. Bij Jo speelde dat beroepsleven zich af in de schijnwerpers. In 1984 werd hij directeur van de Kamer voor Handel en Nijverheid in Kortrijk, van 2009 tot 2015 was hij algemeen directeur bij Voka, Vlaams Netwerk van Ondernemingen. "Gedurende 37 jaar moest ik steeds op mijn qui-vive zijn", zegt Jo. "Je kon zomaar op zaterdagavond om 23 uur een journalist aan de lijn krijgen met de vraag wat ik over dit economische bericht of die politieke ontwikkeling vond. Ik was beschikbaar gedurende minimaal 16 uren per dag.""Bij een organisatie zoals Voka word je geleefd, toen ik er stopte in 2015 had ik voor mezelf uitgemaakt dat ik het rustiger aan zou doen. Toegegeven, ik had afkickverschijnselen. Het feit dat je niet langer geleefd wordt door een agenda, verplicht je ertoe om die agenda zelf te maken. In het begin loop je wat verloren. Daarom ben ik heel tevreden dat ik niet van de ene dag op de andere met alles gestopt ben. Momenteel ben ik nog ceo van de Kortrijkse internationale biënnale Interieur, het is geen leven zonder zorgen maar heel wat rustiger. En ik moet zeggen dat ik erg geniet van dit verborgen leven."Dus, na Voka was er geen sprake van angst voor het zwarte gat? Jo Libeer geeft nooit zomaar een antwoord. Steeds krijg je argumenten, is zijn antwoord doorspekt met humor en dikwijls volgt een verhaal. "Al 35 jaar ga ik naar de Mont Ventoux op vakantie", vertelt hij. "Dan lees ik veel. Lokale kranten, alles over het wielrennen - je bent van Wevelgem of je bent het niet - alles wat te maken heeft met Mitterand en tenslotte de grote filosofen in pocketformaat. Zo las ik de filosoof Montaigne die het heeft over La peau et la chemise, De huid en het hemd. Mijn hemd is mijn werk, Mijn huid is wat ik ben. Je moet beide onderscheiden." "In 2015 was het voor mij zonneklaar dat Voka 'ma chemise' was, mijn stiel. Het is ongezond om je volledig te identificeren met het werk dat je doet. Ik ben ook steeds in Wevelgem blijven wonen. Werk zoals het mijne bij Voka kan in je kop gaan zitten, je zou zomaar eens kunnen denken dat je belangrijk bent. Wel, dan is het goed om terug naar Wevelgem te komen. Even langs te gaan bij de lokale bakker en een praatje te maken met een oude kennis. Voor mij is Wevelgem thuiskomen."Of er ook iets is wat hij betreurt, kijkend naar de voorbije 65 jaar? "Dat mijn ouders veel te vroeg gestorven zijn, dat betreur ik ten zeerste. Maar daar kan ik niks aan doen natuurlijk. Mijn vader is gestorven toen hij 60 was, na een jarenlange ziekte. Mijn moeder stierf op 70-jarige leeftijd. Mijn vader heeft nooit Julien zien piano spelen, ik had zo graag zijn gezicht gezien bij de vaststelling dat er toch een artiest in de familie was." (lacht)"Hij was een dokter in Wevelgem, 'op het platteland', vaak geconfronteerd met miserie. Hij kon niet om met mensen die hun best niet deden, anderzijds stond hij altijd klaar voor zij die dat wel deden maar die door het lot om de een of andere reden in de steek waren gelaten.""Voor hem waren er maar twee beroepskeuzes in het leven - ofwel was je dokter ofwel was je artiest. Al de rest was niet echt een beroep. Toen ik besloot om rechten te studeren was dat dan ook niet naar zijn zin. Mijn moeder heeft toen geweldig moeten bemiddelen, zij was zeer lief en empathisch. Wat ik weet over mijn grootvader Julien Libeer is wat mijn vader er met trots over vertelde, hij stierf toen mijn vader pas 14 jaar was. Mijn grootvader was onderwijzer in Harelbeke, maar daarnaast speelde hij piano, cello en dirigeerde hij de lokale harmonie. Toen Kris zwanger was, stelde ik voor om - als het een zoon was - hem Julien te noemen. Als eerbetoon aan de geweldige persoonlijkheid die mijn grootvader was."Sinds tien maanden is Jo zelf grootvader, van Alma. Hij is niet van plan een opdringerige opa te worden. "Mensen doen dat als een soort compensatie voor afwezigheid bij hun eigen kinderen", meent hij. "Zowel Kris als ik zijn allebei zeer aanwezig geweest bij onze zoon. Ik werkte veel en lang, maar zaterdag en zondag waren heilig. We hebben steeds uitgebreid getafeld, veel verteld. Zowel mijn echtgenote als ikzelf hadden nooit ons professioneel leven kunnen uitbouwen ware het niet van mijn mama geweest. Haar advies was: 'jullie moeten jullie leven uitbouwen, en als je mij nodig hebt moet je bellen. Ik sta klaar.' En we hebben dikwijls gebeld. (lacht) Ze gaf ons duidelijk het signaal dat ze zich niet wou opdringen.""Misschien is dat wel 65 jaar worden! Dat je hoe langer hoe meer teruggrijpt naar referenties uit je jeugd. Mijn vader zei ooit: "Opvoeden is met manieren buitensteken." Daarmee bedoelde hij dat je er moet voor zorgen dat wanneer je kind het huis verlaat, het onafhankelijk in de wereld kan staan. Zo kijk ik ook naar mijn kleinkind, het is onze opdracht om haar die zaken mee te geven."