We treffen Jean-Pierre in zijn garage, eigenlijk zijn werkruimte, die tjokvol staat met boeken, enveloppen met knipsels, bierpotten en -glazen, likeurflesjes en koebellen uit Tirol, gadgets en carnavalsartikelen. "Mijn vader Paul verzamelde al postkaarten, postzegels, en allerlei knipsels rond sport en entertainment", aldus Jean-Pierre, die bijna zijn hele beroepsloopbaan zelfstandig vloerder was samen met zijn tweelingbroer Donald. "Ik erfde de interesse van mijn vader, maar ondertussen werd het voor mij een passie. Hij speelde accordeon en samen met Donald erfde ik ook de muzikale microbe. We speelden gedurende bijna vijftig jaar in allerlei harmonieën en fanfares. Ooit hadden we ons eige...

We treffen Jean-Pierre in zijn garage, eigenlijk zijn werkruimte, die tjokvol staat met boeken, enveloppen met knipsels, bierpotten en -glazen, likeurflesjes en koebellen uit Tirol, gadgets en carnavalsartikelen. "Mijn vader Paul verzamelde al postkaarten, postzegels, en allerlei knipsels rond sport en entertainment", aldus Jean-Pierre, die bijna zijn hele beroepsloopbaan zelfstandig vloerder was samen met zijn tweelingbroer Donald. "Ik erfde de interesse van mijn vader, maar ondertussen werd het voor mij een passie. Hij speelde accordeon en samen met Donald erfde ik ook de muzikale microbe. We speelden gedurende bijna vijftig jaar in allerlei harmonieën en fanfares. Ooit hadden we ons eigen orkest 'The Phonnyboys' en we speelden twintig jaar bij de Alpenjägerkapelle." Jean-Pierre is erevoorzitter van de vzw Keikoppencarnaval en ondervoorzitter van de Wielerclub Hoppeland, en sinds vele jaren lid van onder meer het Verbroederingscomité, en het Hoppefeestcomité."Uiteraard maakt alles rond die verenigingen een groot deel uit van mijn collecties. Maar het gaat veel breder. Zo heb ik ook 10.000 postkaarten. In het begin verzamelde ik ook alle knipsels rond spraakmakende assisenprocessen en gerechtszaken uit de streek. En alles rond Tirol, want we gaan al ons hele leven naar Oostenrijk op vakantie. Maar toen onze dochter Inge in 1999 Hopkoningin werd, heb ik er een 'systeem' ingestoken, en ben ik beginnen themaboeken maken", vertelt Jean-Pierre, die al vele jaren opzoekingen deed als archivaris van het Carnavalcomité. In 1979 werd hij zelf Prins Carnaval.Ondertussen laat hij ons bladeren in kaften over Wielersport, shlagermuziek, Poperingse orkesten en zangers zoals Johnny Carton en Ann Wickerson (Anneke Desender die ooit in de Royal Albert Hall voor de Queen mocht zingen, red.), de Poperingse Pebble Head Jazz Club, bekende groepen die ooit optraden in Poperinge... Verder zijn er boeken over de hop, politiek in Poperinge, de Rijksmiddenschool, de zusterstad Wolnzach, vijf over de Hoppefeesten, het muziek van Proven, de harmonie St.-Cecilia, de wielerclub, sport in Poperinge, zijn eigen familiegeschiedenis en tientallen anderen. Jean-Pierre Dehaene: "Sinds 53 jaar verzamel ik alles wat met onze stad en streek en onze zustersteden te maken heeft. Sinds ik met pensioen ben, hou ik me dagelijks vele uren bezig met mijn boeken. Maar ik heb nog vele duizenden artikels te klasseren. Uit de vele foto's is af te leiden hoe het uitzicht van onze stad zo onwaarschijnlijk veranderd is, vooral de jongste decennia. Bijvoorbeeld hoeveel cafés en winkels er verdwenen zijn." "Zelf schrijf ik niets, maar ik ben zowat altijd de rode draad. Dat wil zeggen dat ik rechtstreeks bij het onderwerp betrokken was. Ik verzamel alleen knipsels uit kranten, tijdschriften, brochures en allerlei publicaties. Ik krijg veel kranten van buren en vrienden. Zelf alles aankopen zou financieel onmogelijk zijn. Eerst stop ik alles per onderwerp in grote bruine enveloppen, tot ik er genoeg over heb om er een volwaardig, chronologisch boek over te maken", zegt Jean-Pierre, die zijn bureau en boekenrekken moest onderbrengen in zijn garage. In 2017 gaf Jean-Pierre samen met Kristof Lobeau het boek '50 jaar Carnaval Poperinge' uit, met een bijhorende tentoonstelling die meer dan 1.200 kijklustigen lokte in de Gasthuiskapel. "Nu en dan schenk ik een kopie van een boek aan de betrokkenen of aan geïnteresseerden. Bij mijn overlijden gaat alles naar het Poperingse stadsarchief." (AHP)