Jan Lefebvre zwaait na ruim 37 jaar af als brandweerman

Op 1 februari nam Jan Lefebvredefinitief afscheid van zijn bijberoep, beroep en de brandweer Harelbeke. Hij was maar liefst 37 jaar en 3 maanden aan de slag als brandweerman. Het welbekende ‘zwarte gat’ dreigt niet voor hem. “Ik zit nog boordevol plannen en word een nieuwe huisman”, glimlacht hij.

Jan met zijn collega tijdens zijn allerlaatste interventie op 31 januari. © foto Thomas Onraedt

Jan Lefebvre begon zijn stage bij de brandweer op 1 november 1981. In 1987 volgde hij de cursus officier. Hij doorliep alle graden: van korporaal tot luitenant. “Adjudanten en officieren werden vroeger bij interventies altijd opgeroepen. Ik heb daar veel bijgeleerd.”

Jan werd acht jaar geleden benoemd tot officier. Sinds 1988 deed hij de administratie rond de begroting en de verzekeringen voor de vrijwilligers van brandweer Harelbeke en later de zone Fluvia, en was hij het aanspreekpunt voor de stad. “Sedert de start van de zone heb ik om de drie dagen een schadegeval geopend”, vertelt Jan. Hij was ook instructeur bij de brandweerschool Wobra. “Dat was voor de opleiding korporaal en sergeant en verder ook het aflegsysteem, het uitleggen van brandslangen.” Op 1 februari ging Jan met brugpensioen en nam hij na ruim 37 jaar afscheid van ‘zijn’ brandweer.

Valt het je moeilijk afscheid te nemen van ‘jouw’ brandweer?

“Stoppen is moeilijk, maar ik hou niet van ‘lang’ afscheid nemen. Het mag niet blijven duren. De manschappen hebben mij een mooi verrassingsfeest bezorgd. Het deed me plezier dat ik zoveel appreciatie kreeg van de mannen. Het was wel leuk dat ik op mijn laatste dag nog twee interventies had en zo een goeiedag kon zeggen aan de collega’s in Kuurne en Waregem. Ik maak wel een uitzondering voor de Vriendenkring van de brandweer waar alle oudgedienden, erebrandweermannen zeg maar, elke maand samenkomen. Ik ga daar wel in participeren en misschien zelf iets organiseren.”

Hoe is het eigenlijk allemaal begonnen?

“Mijn kameraad Johan zat bij de brandweer. Ik was wel geïnteresseerd maar durfde de stap niet zetten. Het was toen de gewoonte dat vlassers en pompiers na de zondagse hoogmis iets gingen drinken in een café in Bavikhove. Daar kwam mijn pa in contact met Willy Decaluwé die me introduceerde bij commandant Decavele. Zo heb ik de eerste stap gezet naar de brandweer.”

Wat zal je onthouden van die 37 jaar?

“Veel. Goede en minder goede dingen, pakkende en geslaagde interventies. Onder andere een kindje dat stierf aan wiegendood tegen je hart drukken en naar de rouwkapel dragen om op te baren. Het huilen van de ouders ging door merg en been … “

“In de jaren 80 en 90 waren er veel industriebranden in Bavikhove, een reeks brandstichtingen. Ook goede dingen: lang zwoegen en vechten om iemand toch levend uit een wrak te halen.”

“Ik heb veel respect voor de twee generaties voor ons die brandweer Harelbeke op de kaart hebben gezet. Een oud legervoertuig werd met schuurpapier afgeschuurd om zo een eerste brandweerwagen in dienst te kunnen nemen. Samen met collega’s hebben wij Post Harelbeke administratief, op gebied van materiaal en infrastructureel kunnen uitbouwen. Ik kon mij uitleven in mijn taken, onder andere de begroting opstellen voor mooi en nieuw materiaal en verzorgde opleidingen. Nu is er een totaal ander beleid. Ik zie met pijn in het hart dat waar we vroeger zelf iets konden uit- en opbouwen die mogelijkheid er nu niet meer is.”

Hoe komt dat?

“De fusie tot de zone Fluvia. Een democratisch beleid loopt vanuit de basis naar de top en niet andersom. De opleidingen zijn in vergelijking met vroeger loodzwaar geworden voor iemand die brandweerman wil worden. Als we vrijwilligers willen aantrekken en behouden zal men de vrijwilligers moeten verzorgen, inspraak geven, appreciëren en mogelijkheden bieden. Volgens mij loopt het daar een beetje mank bij Fluvia.”

Dreig je nu in een zwart gat te vallen?

(lacht) “Nee hoor, niet onmiddellijk. Ik was 37 jaar beschikbaar op alle momenten. Mijn weekends van wacht of uren stonden op onze kalender thuis altijd met fluo aangeduid voor mijn vrouw. Een feestje of bezoek op zulke dagen kon niet. Nu komt het moment dat ik iets kan doen op het moment dat ik wil en kan.”

“Ik zou graag meehelpen bij zorgcentrum De Vlinder: een activiteit organiseren, een voordracht geven. Vlasmuseum Museum Texture vraagt mensen om bezoekers een uur te begeleiden en uitleg te geven. Later zou ik daar graag gidsen. Mijn ouders en grootouders waren vlashandelaars. Vlas ligt me wel.”

“Ik ben ook van plan om huisman te worden: een beetje helpen met mijn vrouw, tijd vrijmaken voor mijn oogappeltjes: mijn kleinkinderen Juul en Noor, helpen en klussen bij mijn volwassen kinderen.”

“Ik trek er elke week op uit voor een fiets- of wandeltocht met mijn neef Luc, die ook amateurfotograaf is. Dat soort dingen.”

Jan (60) is getrouwd met Annemie Deconinck. Hij is papa van Eline en Matthias en opa van Juul en Noor. Jan woont in Harelbeke. Hij genoot een opleiding bachelor verzekeringen in het hoger onderwijs in Gent en daarna een opleiding expert-adviseur onroerende goederen. Jan werkte in de verzekeringsector bij AXA. Hij was instructeur in de brandweerschool en was tot 1 februari 2019 luitenant bij de vrijwillige brandweer Harelbeke, waarvan 25 jaar ambulancier en Dienst 100. Hij houdt van fietsen en klussen.

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.