Het scheelt weinig of de generiek van De Schat van Oostende heeft een andere hoofdrolspeler op de aftiteling. Baby Jacky, later gewaardeerd traiteur en uitbater van Villa Maritza, is op 29 april 1942 amper 10 dagen thuis van het moederhuis als er een Engelse bom op de achtergevel van hun huis aan het Mac Leodplein 13 valt. Het gezin Ghaye, dat woont op de tweede verdieping, belandt onder het puin. Pa Ghaye verliest een arm, moeder loopt een bekkenbreuk op. Zijn zusje wordt zonder kleerscheuren vanonder de brokstukken gehaald en de kleine boreling heeft enkel een hoofdwonde. Maar volledig onder het stof en gruis wordt hij niet opgemerkt dreigt de baby ei zo na bij het afval te belanden. Gelukkig zet hij net op tijd zijn keel open.
...

Het scheelt weinig of de generiek van De Schat van Oostende heeft een andere hoofdrolspeler op de aftiteling. Baby Jacky, later gewaardeerd traiteur en uitbater van Villa Maritza, is op 29 april 1942 amper 10 dagen thuis van het moederhuis als er een Engelse bom op de achtergevel van hun huis aan het Mac Leodplein 13 valt. Het gezin Ghaye, dat woont op de tweede verdieping, belandt onder het puin. Pa Ghaye verliest een arm, moeder loopt een bekkenbreuk op. Zijn zusje wordt zonder kleerscheuren vanonder de brokstukken gehaald en de kleine boreling heeft enkel een hoofdwonde. Maar volledig onder het stof en gruis wordt hij niet opgemerkt dreigt de baby ei zo na bij het afval te belanden. Gelukkig zet hij net op tijd zijn keel open. Dertien jaar later doet Jacky samen met een resem andere Oostendse tieners mee aan een auditie voor De Schat van Oostende, een fictie- en promotiefilm in opdracht van de stad. Alle kandidaten moeten van regisseur Henri Storck op het jumpingterrein achter het Thermae Instituut spelen hoe ze een verloren gelopen hond zouden zoeken. De regisseur kiest uiteindelijk Jacky voor de hoofdrol. Anderen krijgen een bijrol.De plot: Jacky chaperonneert zijn oudere zus die met haar vriend op het zomerse strand stoeit. In de drukte verliest hij zijn hondje Milou uit het oog dat er vanonder muist. Zijn kameraadjes stemmen toe in de zoektocht op voorwaarde dat ze nadien zijn mysterieuze schat van Oostende mogen zien. Niet alleen de titel klinkt als een Kuifjesalbum. Zowel hond Milou (Bobbie) als de speurende tweeling met bolhoed lijken zo uit Hergé's stripwereld ontsnapt. De opnames nemen heel de maand augustus in beslag. "Er werd door het promotionele karakter van de prent alleen gedraaid bij heel mooi weer. We hebben soms uren en dagen gewacht op zon en een blauwe lucht. Als er gefilmd werd, moesten we de scènes die zich afspelen op het strand, de dijk, in de Hippodroom... eindeloos herhalen tot Storck uiteindelijk tevreden was", herinnert Jacques Ghaye zich.Elke regisseur weet het: het is moeilijk filmen met een van de 3 B's op de set: boys, boats and beasts. "Toch was Storck een erg vriendelijke én geduldige regisseur", zegt Jacques. Vòòr hij de film voor het eerst zag had hij echt geen flauw benul waarover het verhaal ging. "De ene dag werd de laatste scène opgenomen, twee weken later de beginsequentie. Wij zagen er toen geen samenhangend verhaal in." Op een snikhete draaidag zendt Storck zijn assistent om een ijsje. "Lief van hem, dacht ik nog. Maar uiteindelijk kreeg ik het ijs op mijn linkerwang uitgesmeerd. Een truc opdat de zogezegd dankbare Milou mij bij het blije weerzien op de wang zou likken. Ik kon fluiten naar mijn ijsje. Eén keer heb ik Storck in alle staten meegemaakt. Ik logeerde een paar dagen bij mijn ma in Brussel en kwam terug voor de ultieme opname: het tonen van de schat aan mijn vrienden. Maar in Brussel was ik naar de kapper geweest en dus strookte mijn haardos niet meer met de vorige opnames. Vandaar dat je mijn gezicht half verborgen achter een gordijn ziet bij de presentatie van mijn schelpenschat."De film werd in première vertoond in bioscoop Ritz in de Wittenonnenstraat. "Burgemeester Adolphe Van Glabbeke was erbij, herinner ik me nog. Aan de ingang stond een schaal voor giften voor het Blauwe Kruis dat vandaag nog steeds dieren opvangt. Nadien was De Schat van Oostende nog te zien als voorfilm."Qua blauwe lucht en kleurintensiteit - voor dat laatste technische aspect was de jonge Raoul Servais verantwoordelijk - doet de prent sterk denken aan de Les Gendarmes de Saint-Tropez- films met Louis de Funès uit de jaren zestig. Het verhaaltje is doorzichtig, de dialogen minimaal en de toeristische promotie druipt van het scherm. Maar de pas uit het oorlogspuin herrezen stad schittert in volle glorie.(ML)