Isolde Ureel is stagiair-brandweervrouw bij post Staden: “Een mannenwereld, maar geen mannenjob”

(foto JCR) © JOKE COUVREUR
Carl Bruneel
Carl Bruneel Medewerker KW

Na tien jaar is er opnieuw een dame actief in het Stadense vrijwillig brandweerkorps. Isolde Ureel (36) is sedert goed een jaar stagiair-brandweervrouw in het lokale korps. De opleiding is volgens Isolde zwaar, maar ze zou het elke vrouw aanraden. De integratie in de mannenwereld die de brandweer toch is, verloopt volgens Isolde behoorlijk vlot mede doordat echtgenoot Thijs Degryse ook deel uitmaakt van het Stadense korps.

“Het idee om bij de brandweer te gaan ontstond in 2014 na onze verhuizing naar Staden”, vertelt Isolde. “Het korps hier bestaat louter uit vrijwilligers. Het is ook niet altijd gemakkelijk om alle vrije plaatsen in te vullen. Ik was van mening dat iemand het toch moet doen en begon uit te kijken hoe ik aan de opleiding kon beginnen.”

“Toen de brandweer in datzelfde jaar hier in de straat aan het pompen was, ben ik op hen afgestapt en heb ik hen gevraagd wat ik moest doen om tot het korps toe te treden. Uiteindelijk heeft het nog een flinke tijd geduurd voor ik effectief aan de toelatingsproeven heb deelgenomen. In oktober 2014 ben ik immers bevallen. Mijn brandweeraspiraties moesten toen even wijken.”

Isolde stamt niet echt uit een brandweerfamilie. “Mijn nonkel – eigenlijk niet echt een oom, maar de beste vriend van mijn vader – was wel beroepsbrandweerman in Sint-Niklaas”, aldus Isolde. “Thijs, mijn echtgenoot, is al sedert 2017 als vrijwillig brandweerman actief bij het Stadense korps en jij is ondertussen beroepsmatig als dispatcher actief bij de brandweerdiensten van Zone Centrum in Gent.”

Ik raad elke vrouw aan om bij de brandweer te gaan

Niet van de poes

De opleiding is volgens Isolde overigens niet van de poes. “De opleiding duurt 3 jaar”, legt ze uit. “Daarna ben je gedurende 1 jaar als stagiair aan de slag. Eens die stageperiode met succes is afgerond word je tot brandweerman benoemd. Eigenlijk duurt de hele procedure dus 4 jaar. Alles start met toelatingsproeven. Die zijn hetzelfde voor mannen en vrouwen op 1 verschil na: mannen moeten zich 5 maal kunnen optrekken, terwijl voor vrouwen je 20 seconden tot onder de kin kunnen optrekken volstaat. Tijdens de eerste helft van de opleiding zijn er 2 maal per week lessen waarvoor je uiteraard ook examen moet afleggen. Ook in de opleiding zit een aantal minieme verschillen. Zo diende ik als vrouwelijke dertigplusser 2 kilometer in 12 minuten af te haspelen. Mannelijke twintigers en dertigers dienen in 12 minuten respectievelijk 2,4 en 2,2 kilometer te lopen. Ik ben de eerste om toe te geven dat de opleiding zwaar is, maar toch zou ik iedere vrouw aanraden om bij de brandweer te gaan. Dat heb ik ook gedaan bij een oud-leerlinge – ik heb nog voor de klas gestaan – die me over de opleiding aansprak. Ze start binnenkort bij het Lichterveldse korps. Overigens is er nog een Stadense dame met de opleiding gestart. Misschien telt de post Staden dus binnenkort 2 vrouwen.”

De integratie in het korps verloopt volgens Isolde behoorlijk vlot. “Als vrouw van Thijs kende ik al de mannen in het korps”, licht Isolde toe. “Op brandweeractiviteiten was ik immers ook regelmatig van de partij. Ze kenden me dus al een beetje. Uiteraard heb je voor- en tegenstanders rond dames in het korps. Het is dan ook een mannenwereld, maar geen mannenjob. Je moet ook tegen een stootje kunnen en niet teergevoelig zijn, maar dat geldt eigenlijk zowel voor mannen als vrouwen.” Ambitie om beroepsbrandweervrouw te worden heeft Isolde dan weer niet. Ik vind het wel tof om met mijn handen te werken, maar zie me dat geen 24 uur per dag doen”, stelt Isolde. “Ik vind de afwisseling met mijn job waarin ik geen fysieke arbeid verricht net leuk. Momenteel werk ik nog in de financiële sector, maar op 10 januari stap ik over naar een bedrijf in de human resources.”

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.