INSPECTEUR JPT (27): Moord op Brit door meesteroplichter dwingt staatssecretaris Chevalier tot ontslag

Ruim 15 jaar na de moord op een Brits zakenman werden de twee daders bij verstek tot levenslang veroordeeld. Toenmalig staatssecretaris Pierre Chevalier uit Brugge kwam in opspraak en nam ontslag.

Elke week blikt onze gerechtsverslaggever Jean-Pierre Terryn alias Inspecteur JPT terug op een van de spraakmakendste gerechtelijke affaires in onze provincie.

De Frans-Ivoriaanse oplichter Jean-Claude Lacote (nu 50 jaar) en zijn gangstervriendinnetje Hilde Van Acker uit Sint-Niklaas (51) stonden in december 2011 voor het West-Vlaamse assisenhof bij verstek terecht voor de moord de Britse zakenman en ingenieur Marcus Mitchell (44).

Geen verdachten en advocaten

De assisenzaal van het Brugs justitiepaleis bood een ongewoon zicht. Het was een proces zonder verdachten, burgerlijke partijen en advocaten. De twee beschuldigden waren al jaren voortvluchtig en bevonden zich wellicht ergens in een Afrikaans luxe resort, waar zij rijkelijk leefden van miljoenen euro’s aan misdaadgeld. Niet alleen Lacote en Van Acker, ook de nabestaanden van het slachtoffer daagden niet op. In een e-mail aan openbare aanklager Yves Segaert-Vandenbussche liet de weduwe van Marcus Mitchell weten dat zij zelfs vijftien jaar na de feiten het bijwonen van het proces emotioneel niet aankon omwille van haar wankele gezondheid.

Jean-Claude Lacote en Hilde Van Acker werden bij verstek veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf. Echte, keiharde bewijzen tegen de Franse Ivoriaan en zijn partner in crime waren er niet. Maar de jury oordeelde in eer en geweten dat er geen redelijke twijfel bestond over de schuld van beide beklaagden. Er waren in elk geval voldoende aanwijzingen dat het oplichterduo de Brit Marcus Mitchell op 23 mei 1996 vermoordde in de duinenbosjes – het Staatsbos – langs de Driftweg in De Haan.

Getuigen herkenden op de robotfoto Hilde Van Acker als de vrouw, die het slachtoffer die dag uit zijn Knokse flat meelokte. Marcus Mitchell werd met twee schoten van een 9 mm-pistool in het hoofd koelbloedig afgemaakt. Hij werd in het linkeroog en de linkerslaap geschoten. Jean-Claude Lacote kocht die dag dergelijk pistool bij een Turk, een BOB-informant in Namen. Toen de jury het duo schuldig bevonden had aan de moord, vroeg de openbare aanklager levenslang voor Jean-Claude Lacote en dertig jaar celstraf voor Hilde van Acker. De jury toonde zich, in samenspraak met het hof, strenger dan het openbaar ministerie.

Geld gaat in rook op

Pas op dinsdag 28 mei troffen spelende kinderen het lijk van het slachtoffer aan in de bosjes langs de Driftweg. Het was niet meteen duidelijk om wie het ging. In de eerste dagen van het onderzoek werd vooral geprobeerd het slachtoffer te identificeren. Op en rondom het lichaam werden geen identiteitsdocumenten van het slachtoffer aangetroffen. Omdat de kledij van het slachtoffer kon wijzen op Britse herkomst, nam de politie contact op met Interpol Londen. Die meldde op 29 mei 1996 dat de Britse onderdaan Marcus Mitchell als vermist was opgegeven. Later stelde ook de wetsarts vast dat de beschrijving van de verdwenen Brit overeenstemde met de man die in De Haan werd aangetroffen. Mitchell werd ook formeel door zijn vrouw herkend.

Marcus Mitchell ontmoette zijn latere moordenaars op 10 januari 1996 op het vliegtuig richting Sarajevo. Jean-Claude Lacote en zijn Vlaamse vriendin waren kort voorheen op borgtocht na het betalen van 200.000 euro vrij uit de gevangenis in Londen. Ze zaten er een tijdlang opgesloten op verdenking een Zwitserse zakenman voor 950.000 euro opgelicht te hebben.

Zakenman-ingenieur en ex-piloot Marcus Mitchell uit Londen leidde in de Britse hoofdstad een bedrijfje, dat koptelefoons fabriceerde die in vliegtuigen gebruikt werden. Maar Michell deed een paar verkeerde investeringen en zat in moeilijke papieren. Hij raakte volledig onder invloed van de malafide Jean-Claude Lacote en ging met hem in zee voor 300.000 pond. Dat geld leende de zakenman aan Lacote voor een lucratieve slag in Libië. Het geld ging echter in rook op. Mitchell was razend en vroeg de 300.000 pond meerdere keren terug. Hoewel Lacote het blijvend gezeur van Mitchell beantwoordde met de woorden dat hij een kogel in de kop kon krijgen, stemde Mitchell toch in met een ontmoeting met zijn latere moordenaar in De Haan. Die ontmoeting werd de Brit fataal.

Tv-serie over politie

De hoofdverdachte vluchtte met zijn vriendin naar Zuid-Afrika, waar hij zich ontpopte tot televisieregisseur. Oplichter Lacote werd er zelfs gelauwerd als maker van Duty Calls, de serie over het werk van de politie in Pretoria. Ondanks herhaalde verzoeken weigerde Zuid-Afrika de internationaal geseinde Lacote en Van Acker aan ons land uit te leveren. Zelfs niet nadat Lacote twee jaar in een Zuid-Afrikaanse cel vloog na diefstal van losgeld bij de kidnapping van een jongetje. Lacote en Van Acker huwden in Miami. Met hun oplichtingspraktijken hadden ze vele miljoenen vergaard. Tot hun slachtoffers behoorden ook onder anderen een industrieel uit Aken en een hotelier uit Beieren. Op een gegeven moment spendeerden ze gemiddeld 50.000 euro per maand aan hun luxueuze levensstijl.

In 2012, een jaar na hun veroordeling bij verstek in ons land, maakte de Franse justitie jacht op Jean-Claude Lacote en Hilde Van Acker. Het koppel was enkele jaren voordien in contact gekomen met een Franse ex-piloot die in maart 2005 besloot een luchtvaartmaatschappij op te richten in Zuid-Afrika. De ex-piloot zocht geldschieters en kwam zo terecht bij Lacote, die zich voordeed als eigenaar van een diamantmijn. Van Acker gaf zich uit voor zijn assistente. Het koppel overtuigde de ex-piloot om zich borg te stellen voor een lening van 400.000 euro, maar ging met de hulp van malafide bankiers aan de haal met de centen. Toen de ex-piloot zijn geld terugvroeg, kreeg hij doodsbedreigingen. Jean-Claude Lacote en Hilde Van Acker werden door de rechtbank in Rijsel veroordeeld voor georganiseerde zwendel, doodsbedreigingen en bendevorming. Eveneens bij verstek, want het koppel stuurde alweer zijn kat naar de rechtbank.

Privéjet verkocht aan Zweed

In de zaak Lacote dook ook de naam van voormalig staatssecretaris voor Buitenlandse Handel Pierre Chevalier op. De beschuldigde Jean-Claude Lacote gaf voorheen als woonstkeuze in ons land het adres van zijn raadsman, de Brugse advocaat Pierre Chevalier op. Mr. Chevalier slaagde er samen met zijn collega mr. Kris Vincke ten andere in om in de zomer van 1996 de kamer van inbeschuldigingstelling in Gent te overtuigen hun cliënt Jean-Claude Lacote en zijn vriendin Hilde Van Acker vrij te laten hoewel er voldoende aanwijzingen waren dat het koppel de moord op de Britse zakenman-ingenieur pleegde.

Mr. Chevalier heeft als raadsman van – de toen voortvluchtige – Lacote nog in 1997 de identiteit van zijn cliënt gecerfiticeerd bij de verkoop van de privéjet van Lacote voor 500.000 Amerikaanse dollars aan een Zweed in Zwitserland. De verkoop baadde in een schandaalsfeer. In oktober 2000 nam de Brugse liberaal ontslag als staatssecretaris. Dat gebeurde na een huiszoeking in zijn advocatenkantoor in Assebroek op verzoek van de Zwitserse justitie. “De feiten worden uit hun verband gerukt. Ik heb niets mispeuterd en stap enkel op om te verhinderen dat de politieke oppositie van de affaire gebruik maakt om de federale regering in het nauw te drijven,” zei Chevalier aan redacteur Stefan Vankerkhoven van het Brugsch Handelsblad. Achteraf heeft het Zwitsers gerecht de Bruggeling vrijgepleit.

Belgisch gezant bij de VN

Er was nog meer aan de hand dat de aandacht van justitie trok. Er werd in die tijd in het Brugse wat af geroddeld over Pierre Chevalier, zelfs kandidaat-burgemeester in Brugge. Hij nam ook ontslag als Belgisch gezant bij de VN. Het geld waarmee meesteroplichter Jean-Claude Lacote jongleerde bleek te passeren op een rekening, die door Pierre Chevalier was geopend bij een bank in Assebroek in januari 1998. Jarenlang liep er een onderzoek naar de mogelijke rol van de Brugse advocaat bij financiële transacties en witwaspraktijken van de Frans-Ivoriaanse oplichter.

Het parket-generaal in Brussel wilde Chevalier aan de tand voelen en stuurde een dagvaarding naar het adres van de advocaat in Assebroek. Het parket vorderde in mei 2010 dat de raadkamer Pierre Chevalier zou verwijzen naar de correctionele rechtbank voor schriftvervalsing, heling en het witwassen van geld. Tot grote ergernis van Pierre Chevalier. Die ontkende alle tenlasteleggingen. De Brusselse raadkamer oordeelde dat de feiten verjaard waren, zodat Chevalier niet werd verwezen.

Pierre Chevalier, die er nu 61 is, bekleedt sinds 2008 een topfunctie bij de groep Forrest, de multinationale onderneming die wereldwijd actief is in de wegenbouw en de mijnbouw, onder meer in Congo. Hij bleef nog een tijdlang Open VLD-gemeenteraadslid in zijn woonplaats en werd bij de verkiezingen in 2012 niet herkozen.

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.