Ines heeft een hart van goud, maar moet tegelijk onverbiddelijk kunnen zijn. Dieren proberen te redden, betekent ook dieren kunnen laten gaan. Daarvoor werkt ze samen met een lokale dierenarts. "Dat breekt mijn hart elke keer weer", vertelt ze. "Maar ik vind het pas echt vreselijk als een dier sterft waarvan ik weet dat ik het had kunnen redden als we hier in de buurt de juiste opvang zouden hebben. Sommige vogels zijn enorm stressgevoelig. Een specht of een koekoek bijvoorbeeld, die steek je niet zomaar even een uur in de auto. Andere dieren zijn dan weer zo zwaar gewond dat ze onmiddellijk hulp nodig hebben, maar die dus niet kunnen krijgen. En dan zijn er natuurlijk nog de mensen die het te duur of te lastig vinden om in hun auto te kruipen voor een duif of egel", verzucht ze.
...

Ines heeft een hart van goud, maar moet tegelijk onverbiddelijk kunnen zijn. Dieren proberen te redden, betekent ook dieren kunnen laten gaan. Daarvoor werkt ze samen met een lokale dierenarts. "Dat breekt mijn hart elke keer weer", vertelt ze. "Maar ik vind het pas echt vreselijk als een dier sterft waarvan ik weet dat ik het had kunnen redden als we hier in de buurt de juiste opvang zouden hebben. Sommige vogels zijn enorm stressgevoelig. Een specht of een koekoek bijvoorbeeld, die steek je niet zomaar even een uur in de auto. Andere dieren zijn dan weer zo zwaar gewond dat ze onmiddellijk hulp nodig hebben, maar die dus niet kunnen krijgen. En dan zijn er natuurlijk nog de mensen die het te duur of te lastig vinden om in hun auto te kruipen voor een duif of egel", verzucht ze. De vogelopvangcentra in Oostende en Beernem verzorgen in principe alle wilde dieren die je er binnenbrengt, met het oog op vrijlating. Dat kunnen dus vogels zijn, maar ook egels, wilde konijnen, marters, eekhoorns of zelfs vleermuizen. Een vogelopvangcentrum (VOC) is meteen ook de enige plaats waar je met dergelijke dieren terechtkan. Een dierenarts zal wilde dieren niet gratis verzorgen, de politie of de brandweer kunnen niet optreden en in een asiel worden enkel huisdieren opgevangen. Er zijn VOC's verspreid over heel Vlaanderen, alleen vind je rond de regio Kortrijk een gapend gat. Daardoor blijven veel dieren in de kou staan. "Vervoer is inderdaad ons grootste probleem", bevestigt Claude Velter, coördinator van het VOC Oostende. "Wij hebben vrijwilligers die gerust eens een dier willen ophalen. Maar deze zomer haalden we pieken van 65 dieren per dag die binnen gebracht werden. Die vrijwilligers zijn na de zomer dus gewoon op. Mensen worden ook steeds opdringeriger. Ze zetten ons zelfs onder druk om een dier te komen halen, anders laten ze het sterven. Maar wij hebben op dit moment geen vrijwilligers in het Kortrijkse en wij zijn bovenal een hospitaal en geen ambulancedienst. We moeten dus prioriteit geven aan de dieren die hier al zijn en een kans hebben." Uit het jaarverslag van het VOC Oostende blijkt dat vrijwilligers er in 2018 exact 3.852 dieren opvingen. Ruim 1.700 werden gevonden in Oostende. Vanuit de andere kustgemeenten en Brugge komen er telkens een honderdtal. Uit Kortrijk waren dat er amper zes. In Beernem kregen ze een goede 100 dieren uit het Kortrijkse, maar op een totaal van bijna 3.000 is ook dat bitter weinig. "En dat is niet omdat er in Kortrijk minder dieren gewond geraken of gevonden worden", benadrukt Claude. "Ze raken gewoon niet tot hier." Toen Ines vorig jaar op weg naar haar zaak een gewonde blauwe reiger vond, werd zij met net dat probleem geconfronteerd. "Ik kon gewoon niet zomaar naar de kust rijden. Het was eind december, op het moment dat ik de reiger kon vangen was hij al half bevroren. Snel zijn was dus essentieel. Na een beetje zoeken op internet kwam ik bij het Wildlife Taxi Team terecht. Dat zijn vrijwilligers die dieren van hun eigen regio naar het VOC vervoeren. Maar toen ik hen opbelde bleek dat zij geen afdeling hadden in West-Vlaanderen, ik kwam bij iemand uit Vlaams-Brabant terecht." Teleurgesteld besliste Ines om zelf een WTT op te richten. Ondertussen werkt ze samen met zeven vrijwilligers en ving ze al meer dan 250 dieren op. Bij problemen met wilde dieren hangt de brandweer en de politiezone Vlas al snel aan haar telefoon. Vorig jaar sprong ze nog een zwaan achterna die in een diep bekken verzeild geraakt was. "Gelukkig heb ik een diploma als duikinstructeur", lacht ze. De dieren die ze binnen krijgt, verzorgt ze zo goed mogelijk om dan twee keer per week naar Beernem te trekken. "De papierwinkel is nog niet helemaal rond", vertelt ze, terwijl ze een vijftal babyduiven voedert. "Daar zoek ik nog iemand met verstand van boekhouden voor. Maar vrijwilligers zijn al van harte welkom. Hun werk bestaat uit dieren ophalen bij de mensen thuis en die tot bij mij of het VOC brengen. Hoeveel je wil of kan rijden is aan jou. Voorkennis is zeker niet verreist." Of een VOC in De Gavers ook te realiseren valt, is niet zeker. "Daar komt op alle vlakken veel bij kijken, zowel juridisch, financieel als administratief", aldus Evy Ampoorter, afdelingscoördinator van Vogelbescherming Vlaanderen. "Een VOC moet bijvoorbeeld minstens drie jaar bestaan voor het een erkenning kan aanvragen en aanspraak kan maken op Vlaamse subsidies. De initiatiefnemers staan dus voor een grote uitdaging en dienen noodgedwongen een netwerk van vrijwilligers rond zich op te bouwen om alles draaiende te houden. Als vzw gaan wij zelf elk jaar weer op zoek naar budget, vooral afkomstig uit giften en lidgelden. We kunnen dus niet anders dan prioriteiten stellen. Op dit moment ligt die prioriteit bij het op poten zetten van de taxidienst in West-Vlaanderen", besluit ze.