In mijn huis mag ik geen bowling beginnen. Waarvan akte.

Nancy Boerjan

Ik groeide op in Sint-Kruis tot ons gezin naar Varsenare verhuisde. Ik was zeven en huilde tranen met tuiten in het vooruitzicht de schoolbank voortaan te moeten delen met wilde boerenzonen en -dochters. Het werden tegen mijn verwachtingen in mooie jaren daar, in wat toen nog de boerenbuiten heette en vandaag de rand van Brugge is.

We bouwden kampen in het bos en stalen maïskolven van het veld. Studeren bracht me tot in Gent, maar werken opnieuw naar Brugge. Waar ik achtereenvolgens introk in een piepklein huisje aan de Kruispoort, een iets minder piepklein huisje aan het Koningin Astridpark, een appartement in Sint-Andries, een loft aan de vesten en tenslotte in een rijwoning met een heerlijk stadstuintje in Sint-Pieters. En daar woon ik graag, in wat intussen mijn nest is geworden, maar ook in de stad waar dat nest zich tegenaan vleit.

Ik vind Brugge zonder meer mooi. Gemoedelijk. En behapbaar. Een stad op mijn maat

Ik hou van het zicht over het kanaal van op de Scheepsdalebrug als ik op zondagochtend pistolets ga halen, van een ommetje langs ’t Stil Ende en haar statige zwanen als ik de stad in wandel, van snuisteren in de winkeltjes langs de Ezelstraat en boeken zoeken in de bib.

Ik vind Brugge zonder meer mooi. Gemoedelijk. En behapbaar. Een stad op mijn maat. Ik kan er niet verdwalen in de metro. De places to be zijn er op een hand te tellen. Als mijn fiets en ik er tegen de kasseien gaan, raapt een groepje Japanners de inhoud van mijn fietsmand weer bij elkaar. En ja, Brugge koestert haar cultureel erfgoed. Zo goed zelfs dat het stadsbestuur ons ooit schriftelijk liet weten dat onze woning omwille van haar karaktervolle voorgevel op de erfgoedlijst werd gezet en we er daarom geen frituur mogen beginnen. En ook geen bowling. Waarvan akte.

Maar de stad beent haar tijd snel bij, en schuift ook van langsom meer eigentijdse ambachtslui en creatieve geesten in de kijker. Wat me er aan doet denken dat ik dringend de installaties van de Triënnale moet gaan bewonderen. Wat ze met die reusachtige sparrenboom aan de molens van plan zijn, vroeg mijn man zich onlangs af. Die staat volledig in de steigers. Rode steigers nog wel. Het is kunst! Mo’hie, serieus?

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.