“Ik kan lang en ver fietsen, maar niet rap”

Kurt Vandemaele

Kurt Vandemaele op zoek naar de wijsheid in de kan. Deze week bij Dirk Lamaire van Café De Hert in Ichtegem.

Heb ik het verkeerd of is verzamelen echt iets mannelijks? Het is alsof vrouwen minder gehecht zijn aan de dingen. Als ik terugdenk aan de sigarenbandcollecties of de postzegelalbums, zie ik er altijd mannen bij. Worden de meeste volkscafés uitgebaat door vrouwen, het eerste café op mijn weg waar een verzameling aan vastzit, behoort toe aan een man : Dirk Lamaire. Hij is 61 en er is geen vrouw in zijn leven. En laat dit vooral niet onrespectvol klinken, maar op de ene of andere manier is dat aan hem te zien.

https://www.youtube.com/watch?v=EufFilejtds

“Ik ben alleen. Ik ben nooit getrouwd geweest en heb nooit gevrijd.” Of hij dan nooit een meisje gevonden heeft, ben ik luidop aan het denken. “Ze waren nooit mooi genoeg voor hem”, is een tooghanger hem te vlug af, tot groot jolijt van zijn medehangers.

“Of mogen ze niet weten van je affaire met Christine?” gaat de man verder. En zo krijg ik het verhaal te horen : “Ik heb eens meegedaan aan ‘Hoger Lager’ met Walter Capiau. We wonnen een reis naar Oostenrijk, maar het meisje mocht niet mee van haar moeder. Ze was bang dat we met twee zouden vertrekken en met zijn drieën zouden terugkeren,” schatert Dirk.

Ze waren nooit mooi genoeg voor hem

Hij lijkt er geen trauma’s aan overgehouden te hebben. Dirk is de zoon van een landbouwersfamilie van de Mokker, een gehucht in Koekelare. Zelf zit hij al zijn hele leven in de horeca. Het begon toen hij op zijn zestiende af en toe een centje ging bijverdienen in de zaak van vrienden van zijn ouders : “Schotels wassen en al een keer een patatje schillen.”

En zo groeide de liefde voor het vak. Hij belandde op de hotelschool en op zijn 22 had hij een eigen restaurant in Koekelare. Toen dat gesloopt werd, moest hij naar iets anders op zoek en zo kwam hij terecht in het café op de markt van Ichtegem.

Intussen baat Dirk ‘De Hert’ al 26 jaar uit. Waarom de naam van het café niet zoals het groene boekje het voorschrijft ‘Het Hert’ heet, heeft hij nooit kunnen achterhalen. Hij weet alleen dat het gebouw toen het 130 jaar geleden werd opgetrokken nog geen drankgelegenheid was, maar samen met het aanpalende pand de pastorie vormde.

Iedere centimeter hangt volgeplakt met oude wielerfoto’s en artikels

“Er zit nog een steen in de gevel met daarop het bouwjaar : 1887.” Al zit die wellicht weg achter een vlag van KVO of is hij mee geschilderd in de kleuren van de kustploeg waarin Dirk zijn façade heeft gestoken sinds ‘De Hert’ ook supporterslokaal is.

De binnenmuren heeft hij dan weer anders bekleed. Iedere centimeter hangt volgeplakt met oude wielerfoto’s en artikels. De collectie. Eigenlijk is zijn café een klein wielermuseum. Op de vraag hoe zijn liefde voor het wielrennen gekomen is, repliceert Dirk met “Dat is eigenlijk een lang verhaal” en geeft vervolgens een kort antwoord : “Mijn vader was een fervent wielerliefhebber. Ik denk dat ik de microbe van hem heb meegekregen.”

Wie me ziet rijden, denkt wellicht : wie is die trage lul? Hetzelfde met mijn wagen. Ik rij rap genoeg om niet stil te vallen

Na enig aandringen vertelt hij over hoe hij destijds als verzorger meetrok naar de koers met een vriend die zijn geluk bij de nieuwelingen waagde. “De kuiten en de dijen inwrijven met algipan, die je van een uur ver rook.” Koers was altijd een thema in zijn etablissement. En zo was er een klant die een reeks prachtige zwart-wit foto’s van de Tour de France meebracht. “En de anderen volgden. Drie vierden van de collectie is van de klanten. Ook wielertruitjes, badges en petjes. De vader van Karel Vannieuwkerke komt hier vaak. Ook hij heeft heel veel meegebracht. Kijk daar,” en hij wijst naar de gele landkaart van Frankrijk in de verste hoek van het café.

“Dat is de eerste tafel van ‘Vive le Vélo’, het programma van zijn zoon.” De verzameling mannen aan de toog van ‘De Hert’ praat graag over sport – zo komen we te weten dat “Gert Verheyen vermoedelijk de nieuwe trainer van KVO zal worden en Franky Vanderelst zijn adjunct” – maar het merendeel beweegt weinig. Een kerel wiens buik zo rond is dat het lijkt alsof hij een aquarium heeft ingeslikt, zegt dat hij graag gaat vissen, een ander zegt dat hij beweegt als hij naar achter gaat om te pissen.

Ook Dirk is nooit een groot sporter geweest. “Maar ik ga wel graag fietsen. Ik kan lang en ver fietsen, maar niet rap. Wie me ziet rijden, denkt wellicht : wie is die trage lul? Hetzelfde met mijn wagen. Ik rij rap genoeg om niet stil te vallen.” Sinds 2000 is Dirk ook wielerpresentator. Hij geeft live commentaar bij wedstrijden. “Ik ben op 45 koersen per jaar te horen. Ik ken heel veel renners. Als er op 100 meter iemand komt aangereden, kan ik al zien aan zijn tred, aan zijn manier van rijden, wie het is.”

Maar zelf heeft hij geen favoriet : “Wie wint kan me niet schelen, zolang ik maar koers zie.” Met een vrouw aan zijn zijde, zou hij het met veel minder wedstrijden moeten stellen, beseft hij. En zo zijn we weer waar we begonnen : “Ik ben gemakkelijk in mijn eentje. Ik zit tussen het volk als ik wil en als ik sluit, dan ga of sta ik waar ik wil.” “Santé,” zegt Didier. En Gilbert gaat ervandoor. “Er is tijd van komen en gaan,” zegt hij en slaat de deur achter zich dicht.

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.