De 2.900 recreatieve zeevissers die in de Belgische Noordzee vanop de oever of aan boord van scheepjes actief zijn, verschalken vooral al hengelend vis of garnaal voor eigen consumptie. Liefst 67 pct van hen is afkomstig uit de kustprovincie. De rest komt vooral uit Oost-Vlaanderen (11 pct), Antwerpen (8 pct) en Vlaams-Brabant (7 pct). Het is een nagenoeg exclusief mannelijke hobby (98 pct) met een gemiddelde leeftijd van 56 jaar, blijkt uit het onderzoek.

Met een totaalvangst van 271 ton in 2018 in Belgische mariene wateren vormt de recreatieve zeevisserij in België 3,7 procent van de totale aanvoer uit dit gebied. Tong, pladijs, poon en tarbot scoren met 1 pct of minder onder dit gemiddelde, soorten als makreel (16 pct) en wijting (19 pct) nemen een belangrijkere hap uit het geheel.

Een belangrijk deel van de vangsten wordt gerealiseerd vanop kleine scheepjes opererend voor de kust. De huidige vloot bestaat uit 814 bootjes, waarvan 711 exemplaren zijn uitgerust om met de hengel diverse rond- en platvissoorten te viseren. De overige 103 vaartuigen vangen met sleepnetten garnaal binnen de meest kustnabije zone. Hengelaars zijn ook actief op het strand en op strandhoofden, staketsels, pieren en havendammen. Op het strand krijgen ze het gezelschap van strandvissers.

De meest gevangen doelsoort is de grijze garnaal, met een totaalvangst van 102 ton in 2018. Hiervan neemt de sleepnetvisserij 66 pct voor haar rekening, de strandkruier de overige 35 ton. Daarnaast vingen Belgische recreatieve zeevissers in 2018 ruim 1,53 miljoen vissen, waarvan 52 pct werd gehouden. In volgorde van belang: wijting, schar, tong, bot, makreel, zeebaars, steenbolk, pladijs en kabeljauw.

(BELGA)