Heuvellands gezin Libbrecht spreekt over ervaringen in de ‘jungle’ van Duinkerke

Siska Verbeke met enkele kindjes in het vluchtelingenkamp. © repro EF
Marc Desender
Marc Desender Medewerker KW

Op uitnodiging van beweging.net komt het gezin Libbrecht uit Westouter op donderdag 18 november spreken in het Muziekcentrum van Dranouter. Onderwerp: hun ervaringen met hulpverlening aan vluchtelingen in het Franse Duinkerke. “We zijn allemaal mensen en allemaal ontvangen we graag wat warmte.”

Het verhaal ten huize Libbrecht startte zo’n drie jaar geleden. “Mijn oom Ivo had op sociale media beelden gezien van de opvang in Duinkerke. Hij vroeg of we er eens niet langs zouden gaan om te kijken of we wat konden helpen”, vertelt Josse (23), die aan zijn laatste jaar dierengeneeskunde bezig is aan de Gentse universiteit. Samen met zijn vader Bruno, een 53-jarige ergotherapeut in het Heilig Hart in Ieper en zijn moeder Siska Verbeke, een 47-jarige kleuterleidster aan de Sint-Michielsschool in Ieper, heeft Josse inmiddels de vzw Allemaal Mensen opgericht en trekken ze elke derde zaterdag van de maand naar Duinkerke om er het leven in het vluchtelingenkamp wat aangenamer te maken. “We staan niet met ons hoofd naar beneden te grijpen in een grote tas om iets uit te delen. Nee, we proberen met de daar verblijvende mensen contact te hebben om hen zo dat beetje warmte waaraan ze allemaal nood hebben te geven.”

Tafelvoetbal

Wanneer het gezin verwacht wordt, kijken heel wat van de naar schatting 1.000 daar verblijvende vluchtelingen uit naar de voetbaltafel. “We hebben ondertussen al heel wat wedstrijdjes gespeeld tussen België en pakweg Irak. Het tafelvoetbal is een bijzonder moment van ontspanning geworden. We nemen nadien wel het toestel opnieuw mee. Bij een controle door de Franse politiediensten wordt alles immers in beslag genomen of gewoon ter plaatse vernietigd. Iedereen in het kamp ondergaat dit gebeuren en begint dan opnieuw met hulp van vele organisaties zijn of haar leven op het juiste spoor te krijgen.”

Josse en Bruno Libbrecht trekken maandelijks naar het vluchtelingenkamp.
Josse en Bruno Libbrecht trekken maandelijks naar het vluchtelingenkamp. © Eric Flamand EF

Dat spoor leidt uiteindelijk naar Engeland. Het gezin heeft ook daar alleen maar schrijnende verhalen over. “Dat ze het Kanaal over willen, heeft naast een historische achtergrond ook een zekerheid als link. Een zekerheid dat ze in een wereldstad als Londen niet opvallen, dat ze werk zullen vinden en dat ze vooral geen papieren moeten hebben. Hun geluk beproeven ze elke keer opnieuw. Via het gps-signaal op hun gsm weten ze wanneer ze op het Kanaal op Engels grondgebied zijn en dan kunnen ze de hulpdiensten verwittigen die hen het beloofde land binnenbrengen. Falen ze, dan worden ze teruggebracht naar de Franse haven en zoeken ze zich via diezelfde gps op hun gsm weer een weg naar het kamp.”

Peuter Artin

Door de vele maandelijkse bezoeken heeft het gezin een familiale band opgebouwd met vele mensen uit de jungle. Siska heeft het nog steeds moeilijk om te vertellen over de peuter Artin, die eind oktober 2020 verdronk bij een poging om Engeland te bereiken. “Ik was op wandel in de jungle met mijn zus”, vertelt Siska. “Een kleine jongen was het kampvuur aan het aanwakkeren met een tak. Ik zag meteen het gevaar, want met zijn plastic sandaaltjes had hij zo vuur kunnen vatten. Dan spreekt je moederhart en ben je meteen ook de juf. En zo pakte ik Artin op. Kort voor het afscheid werd nog een foto genomen. We wisten toen nog niet dat de hele familie enkele dagen later, samen met nog twee mensen, zou sterven in onze Noordzee. Onze foto ging de wereld rond. Het lichaampje van Artin werd pas op nieuwjaarsdag teruggevonden, aangespoeld in Noorwegen. Kleine Artin kreeg een naam en een gezicht en er kwam veel verontwaardiging. Maar een jaar later is de ellende nog niet gestopt, enkel toegenomen.”

Samen afwassen

Met hun vrijwillige hulp beseft het gezin ook wel dat ze geen definitieve oplossing kunnen bieden. “Maar we maken iedereen wel voor een aantal uren gelukkig. Samen met hen proberen we wat structuur te brengen in hun leven. Bewust nemen we bijvoorbeeld geen plastic bekers mee om de soep te bedelen. Die zouden toch maar op hun vuilnisbelt belanden. We nemen mokken mee die we achteraf samen afwassen. Recent nog liep die afwas zodanig uit dat twee vluchtelingen hun gratis maaltijd gemist hadden. Maar ze hadden wel genoten van de babbel”, vertelt Bruno. Het gezin uit Westouter neemt ook telkens liters warm water en shampoo mee. “Hun haar wassen, de hoofdhuid wat masseren en het haar wat bijknippen, bezorgt hen allemaal een moment van opperste geluk.”