"Mijn overgrootvader keerde in 1921 na de oorlogsjaren terug naar Ieper en begon op de Grote Markt een kledingwinkel", vertelt Herman. "Ik nam de zaak van mijn ouders over en was dus de derde generatie die 'De Kleine Winst' uitbaatte."
...

"Mijn overgrootvader keerde in 1921 na de oorlogsjaren terug naar Ieper en begon op de Grote Markt een kledingwinkel", vertelt Herman. "Ik nam de zaak van mijn ouders over en was dus de derde generatie die 'De Kleine Winst' uitbaatte."Samen met zijn vrouw Jeannine Dobbels (82) hield hij de kledingwinkel open tussen 1956 en 1999. "Ik kom uit een warm gezin van tien kinderen waarin ik de oudste was en mij verantwoordelijk voelde", vervolgt Herman. "Ik vond het mijn taak om het goede voorbeeld te geven aan mijn broers en zussen. De sfeer thuis was diepchristelijk en praktiserend gelovig. Dagelijks naar de mis gaan, was toen nog een evidentie. Net als het gebed voor het eten en het avondgebed in familiekring. Ik liep school in het College van het eerste leerjaar tot het laatste jaar retorica. Sommigen vroegen waarom ik geen priester werd, maar het celibaat kon mij niet bekoren. In 1962 ben ik getrouwd met Jeannine. We hebben vijf kinderen, tien kleinkinderen en één achterkleinkind.""Toen ik zes jaar was, werd mij gevraagd om aan te sluiten bij de plaatselijke kring van misdienaars. Er waren toen nog een pastoor-deken en twee medepastoors op de Sint-Maartensparochie. Dagelijks vonden drie missen en op zondagen vijf eucharistievieringen plaats. Ik was zoveel mogelijk present en moest mij dan haasten om op tijd in het College te zijn. De taken in de liturgie waren toen ook talrijker, complexer en meer divers dan vandaag. Bovendien kwam er nog een flinke portie Kerklatijn aan te pas." Van jong af aan voelde Herman zich diep verbonden met de Kerk. "Ik werd daarin aangemoedigd door mijn ouders en gemotiveerde leerkrachten. Zelfs in het middelbaar, tijdens mijn collegetijd, stond ik steeds paraat. Ik was actief lid van KSA (Katholieke Studenten Actie), een jeugdbeweging met hoge idealen als 'AVK-VVK' en 'Vlaanderen hernieuwen in Christus'. Trouw aan Jezus Christus was de alles overheersende drijfveer. 'Apostel zijn in woord en daad', stond als vierde gebod van tien verwoord in de 'Wet van de Jongvlaming in de KSA'. Een spiritualiteit die mij verder tekende en nog altijd eigen is."Later werd Herman volwassen misdienaar en kerkbediende in Sint-Maarten. Een gevuld en druk leven verhinderde hem niet om in de zeventiger jaren een van de eerste teamleden te worden bij deken Karel De Wilde, priesters Robert Demuynck en Robert Debels. Er was een goed draaiende parochieraad waarvan hij vele jaren de secretaris was. De inspraak van leken begon dan druppelsgewijs in de kerkelijke structuren binnen te sijpelen. Heel wat activiteiten werden georganiseerd waarvan het pausbezoek van Johannes Paulus II in 1985 in Ieper wel het absolute hoogtepunt was. Herman spreekt vol lof over dit unieke, historische gebeuren. "De evolutie van inspraak van leken in de Kerk is een goede zaak", zegt Herman. "Maar de vrouw zou daarin nog een meer prominente rol moeten krijgen. Laat waardevolle mannen en vrouwen meer verantwoordelijkheid krijgen en laat ons ook durven uitkomen voor ons geloof overal waar we in organisaties en verenigingen aanwezig mogen zijn." De Kerk is onlosmakelijk met Hermans leven verbonden. Overal waar hij komt, verbinden ze hem er mee. De kleinkinderen riepen vroeger: "Kijk, dat is opa's kerk!". Het was een evidente vraag van deken Jaak Houwen in 2002 om Herman te vragen om de taken van hulpkoster op zich te nemen. "Ik heb deze taak ononderbroken getrouw uitgevoerd. Deuren openen en sluiten, alles klaarzetten voor de vieringen, kaarsen aanvullen, toeristen en mensen te woord staan. "Ik heb gediend onder vijf dekens en heb mijn taak steeds met veel inzet en toewijding gevolgd en ook heel wat gebedsmomenten als voorganger verzorgd. Op het thuisfront kon ik rekenen op de belangrijke steun van mijn lieve echtgenote Jeannine", vervolgt Herman. "Zij noemde de kathedraal mijn tweede verblijfplaats, wanneer ik weer eens wat al te lang wegbleef. Maar het is nog steeds de plaats waar ik graag kom om er de Heer te ontmoeten. Ik ga nog dikwijls naar de kathedraal om te bidden, vooral in deze barre coronatijd om hulp te vragen tijdens deze zware beproeving. Maar mijn taken in de kathedraal heb ik opgegeven. Het is beter in schoonheid te eindigen dan te moeten horen dat je er best zelf een punt achter zet", besluit Herman Allegaert. (EG)