Herdenking van de Slag om Moerbrugge in september 1944

Na de misviering in de Sint-Godelievekerk kwamen alle genodigden samen aan het vredesmonument, waar met gepaste eer een bloemenhulde plaatsvond. © GS
Redactie KW

Zoals elk jaar begin september, werd de slag om Moerbrugge herdacht. 78 jaar geleden, van 8 tot 12 september 1944, lieten 53 Canadese soldaten, 104 Duitse soldaten en 12 burgers het leven. Na de misviering in de Sint-Godelievekerk kwamen alle genodigden samen aan het vredesmonument, waar met gepaste eer een bloemenhulde plaatsvond.

Ook dit jaar werd een getuigenis, deze keer van André Desmet, voorgelezen. “In de loop van de winter kregen wij acht paarden van het Duitse leger ingekwartierd. Dagelijks kwamen enkele soldaten de paarden ‘s morgens en in de late namiddag verzorgen. We hadden weinig last van hen. Ze waren met weinig tevreden en erg behulpzaam. Als moeder iets te dragen had, sprongen ze steevast recht om haar te helpen. Moeder had medelijden met hen en zei vaak: ‘Het zijn wel onze vijanden, maar toch ook moederskinderen.’ In die tijd werd het hooi nog los binnengehaald en bijna overal boven het wagenkot bewaard. Voor het verbruik werd het in een strooibond, in bussels gebonden. Marcel, de man die onze paarden verzorgde, had altijd een voorraad hooi in de stal, onder de trap. De hooivoorraad van de Duitsers lag los in een hoek. Marcel sliep in de paardenstal. Hij kon zich met de Duitsers niet verzoenen en als hij er de kans toe zag, zette hij hen graag een hak. Zij waren zijn paardenstal, zijn heiligdom binnengedrongen, hij had zogezegd zijn alleenheerschappij gedeeltelijk moeten afstaan.”

Diefstal

“Op een morgen kwam hij naar de koestal, gooide de deur met een harde smak dicht en zijn frustraties namen de bovenhand. De Duitsers zouden zijn hooi gestolen hebben. Ik liet hem uitrazen en als zijn woede enigszins was afgekoeld, zei ik dat ik met hen zou praten. Marcel was niet te vermurwen, zij hadden hooi geklauwd en zij zouden daarvoor boeten. Van nu af moest de haverkist met een slot gesloten worden. Hij zou de sleutel bewaren, in geen geval mochten de Duitsers hem in handen krijgen. Die morgen van de hooikwestie vroeg ik de Duitsers uitleg over dat verdwenen hooi. Ik zei hen dat ik erop stond dat zij hetgeen van ons was, met rust zouden laten. Deze keer zou ik het laten, maar de volgende keer zou ik maatregelen treffen. Ze erkenden hun fout, en boden aan hun paarden drie dagen geen hooi te voederen en in de plaats aan ons te schenken. Dat aanbod sloeg ik af.”

Wraak

“De hooikwestie was nu van de baan, maar Marcel was duidelijk iets van plan. ‘s Anderendaags, na het avondgebed, was Marcel naar buiten geslenterd. Een kwartier later hoorde ik een ongewoon, onverklaarbaar geluid dat uit de richting van de paardenstal kwam. Ik wou weten wat er daar aan de hand was en ging een kijkje nemen. De twee Duitse paarden in de paardenstal waren twee gelijke merries. Een van de twee was niet zo handig en steigerde snel. Om het paard nog onhandelbaarder te maken had Marcel achter haar een lange koord aan de zolder vastgemaakt. In een grote jutezak had hij ook enkele bundels hooi goed vastgestampt en aan het koord gebonden. Hij gooide de zak op het achterwerk van Louise. Zij sloeg de zak weg en haar achterpoten raakten nauwelijks de grond als de zak opnieuw tegen het achterwerk van Louise botste. Eenmaal dat Louise buiten adem was en nat bezweet, legde Marcel het toneel stil en verwijderde hij zak en koord. Maar Louise werd kwader en volkomen onbetrouwbaar, zij sloeg naar al wie in de omgeving kwam. Marcel herhaalde geregeld de oefening en na enkele weken werden de soldaten en de paarden verplaatst en waren wij van hen af.”

Lees meer over:

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.