In Hof Demeersseman wonen 75 senioren in rusthuiskamers, assistentiewoningen en herstelverblijf. Eline, een jonge mama van twee zoontjes, is er sinds iets meer dan twee jaar directeur. "Het is de derde week dat wij met corona bezig zijn", vertelt ze. "De eerste week ging het om voorzorgen. Iedereen op de hoogte brengen van: wat als? De tweede week stuurden we een brief aan alle bewoners en families: bezoek werd beperkt, de brasserie ging dicht en we troffen een regeling voor het afhalen en terugbrengen van de was. Dat was vrijdag 6 maart."
...

In Hof Demeersseman wonen 75 senioren in rusthuiskamers, assistentiewoningen en herstelverblijf. Eline, een jonge mama van twee zoontjes, is er sinds iets meer dan twee jaar directeur. "Het is de derde week dat wij met corona bezig zijn", vertelt ze. "De eerste week ging het om voorzorgen. Iedereen op de hoogte brengen van: wat als? De tweede week stuurden we een brief aan alle bewoners en families: bezoek werd beperkt, de brasserie ging dicht en we troffen een regeling voor het afhalen en terugbrengen van de was. Dat was vrijdag 6 maart.""De volgende maandag al moesten we verstrengen: van elke bezoeker werd de temperatuur gemeten. Sommige mensen namen dat ernstig, anderen probeerden voorbij het tafeltje te glippen. Maar op woensdag was al geen bezoek meer toegelaten en sinds vrijdag 13 maart moeten alle bewoners op de kamer blijven. Telkens werden we in snelheid genomen door de nieuwe regels. Zo bedachten we een hele reeks activiteiten om de bewoners te animeren in tijden zonder bezoek, maar de volgende dag mochten ze de kamer al niet meer af. En was dat werk dus voor niets.""Op dit moment is niemand bij ons besmet", houdt Eline hout vast. "Onze medewerkers dragen altijd een mondmaskertje en handschoenen als ze een kamer betreden. Een tiental mensen zitten met hoestjes of verhoogde temperatuur. Voor hen zijn de maatregelen nog strenger. Zo dragen onze medewerkers dan ook een schort en hun bord, kopje en bestek wordt volledig apart afgewassen en ontsmet. Toch wijst niets erop dat zij corona zouden hebben. De symptomen zijn licht, ze hebben geen meerdere symptomen tegelijk en sommigen zijn alweer aan de beterhand. Bij één iemand lieten we een test doen en die was negatief.""Het grootste risico is natuurlijk dat er wel bewoners of medewerkers besmet raken. Dan gelden voor iedereen de strengste maatregelen. Maar ik denk dat we de toestand van onze bewoners stabiel kunnen houden. De mensen zijn geïsoleerd en wie verkouden is of koortsig, wordt nu al behandeld alsof hij of zij besmet is. Als we iemands koorts niet onder controle krijgen, moet die naar het ziekenhuis. Maar dat is tot nu toe bij niemand het geval. Het lastigste is nu dat er ook teamleden kunnen uitvallen die zich niet helemaal oké voelen.""Dinsdag meldden enkele personeelsleden zich ziek", vertelt Eline. "Dat is iets dat we zullen moeten oplossen. Anderen moeten inspringen en dus overuren maken. De mensen die normaal geen weekendwerk doen, moeten nu ook om beurten inspringen in het weekend. Onze mensen zijn van goede wil, maar botsen ook soms op de zorg voor hun kinderen. We moeten solidair zijn met elkaar. De sfeer is goed en we zien het zitten, maar het is natuurlijk nog vroeg. Ik vrees dat het ergste ons nog te wachten staat.""De gemoedstoestand van de bewoners varieert. Sommigen begrijpen het en zijn dankbaar voor wat we doen, anderen vinden het verschrikkelijk dat ze hun kinderen niet zien. En velen vergelijken het met de oorlog. Sinds afgelopen weekend kunnen onze bewoners chatten met hun familieleden. Daar hebben ze zo'n deugd van. Ter vervanging van de brasserie rijdt nu een kar rond met drankjes en lekkernijen. We kennen onze mensen genoeg om te weten wat ze graag willen: een ijsje, een koffie... We voorzien ook extra fruit. Nieuw is de soepronde om 10.30 uur. Anders krijgen de bewoners hun soep net voor de maaltijd. We doen dat omdat ze regelmatig iemand zouden zien. Dat breekt de dag. Wie het wil, kan ook eens naar de tuin.""Onze oproep naar post is een groot succes. Elke dag kunnen we zo toch minstens 25 mensen gelukkig maken. De kinesiste geeft haar oefeningen nu via het intercomsysteem, zodat je haar in alle kamers kan horen. Niet iedereen doet mee, maar ze luisteren wel allemaal. Je moet creatief zijn. Ik stop hier vele extra uren in", zegt Eline. "Ik communiceer graag alles tot in de puntjes en doe dat liefst zelf. En je moet er zijn voor de mensen. Elke ochtend doe ik mijn toer door het gebouw om zeker te zijn dat alles oké is met de bewoners. En we leven op adrenaline. Ik voel me niet uitgeput, deze uitdaging geeft me juist veel energie. Ik wil er het beste van maken met ons team.""Bang ben ik niet. Ik bijt altijd door en desnoods trek ik wel zelf de schort aan om bij te springen. Ik weet dat de andere niet-verzorgenden in ons team dat ook zullen doen. Mijn eigen oma is een van de bewoners. Overdag heb ik geen tijd om haar te zien, maar 's avonds help ik haar in bed. Het is wel raar, want ook bij haar moet ik met mondmasker en handschoenen binnen gaan. Maar we stellen echt alles in het werk voor de veiligheid en de gezondheid van onze bewoners. Mijn man mag niet gaan werken en kan dus voor de kinderen zorgen. Hij begrijpt het en steunt me volledig. Voor mij en mijn team is dit de grootste uitdaging ooit. Maar we houden de moed erin."