Het is dinsdag en middagpauze. Op een bankje voor Hangar K zit Haseena toe te kijken hoe op het Nelson Mandelaplein de laatste hand wordt gelegd aan het dorp van De Warmste Week, terwijl ze een meeneempasta aan het eten is. Haseena woont in Kortrijk sinds haar negende. "Ik ben geboren in Pakistan", zegt ze. "Mijn papa was hier eerder en had hier werk, en toen heeft hij mijn mama laten overkomen. Omdat hij niet wou dat zij de opvoeding van de zes kinderen alleen moest beredderen. Sindsdien is Kortrijk mijn stad. Mijn favoriete stad ook, zelfs na bezoeken aan Londen en Parijs. Ik ben enorm blij met de vele kansen die we hier gekregen hebben."
...

Het is dinsdag en middagpauze. Op een bankje voor Hangar K zit Haseena toe te kijken hoe op het Nelson Mandelaplein de laatste hand wordt gelegd aan het dorp van De Warmste Week, terwijl ze een meeneempasta aan het eten is. Haseena woont in Kortrijk sinds haar negende. "Ik ben geboren in Pakistan", zegt ze. "Mijn papa was hier eerder en had hier werk, en toen heeft hij mijn mama laten overkomen. Omdat hij niet wou dat zij de opvoeding van de zes kinderen alleen moest beredderen. Sindsdien is Kortrijk mijn stad. Mijn favoriete stad ook, zelfs na bezoeken aan Londen en Parijs. Ik ben enorm blij met de vele kansen die we hier gekregen hebben." "Het is zalig dat we hier met zijn allen de kans kregen om naar school te gaan. Toen ik hier aankwam, moest ik naar het vierde leerjaar, tussen leerlingen die een andere taal spraken. Dat was aan Sint-Jozef. Toen sprak ik alleen Urdu. Na de schooluren waren er af en toe bijlessen, maar eigenlijk heb ik vooral Nederlands geleerd in de omgang, door met mensen te spreken, met vriendinnen. Je moet de taal spreken als je een diploma wil halen", lacht ze. Ze legt haar plastic vork van haar pasta opzij. Ze weet dat ze niet meer aan eten zal toekomen. "Voor mijn oudere zus was het moeilijker. Zij was 16 jaar toen we hier belanden. Maar net als mijn andere twee zussen, heeft ze inmiddels een vaste job. Mijn broers waren jonger. Ze konden beginnen in de derde kleuterklas. Nu zijn ze 19 en beiden een dubbele meter. Mijn geluk is altijd geweest dat ik een sociaal persoon was. En nog altijd. Ik had altijd veel Vlaamse vriendinnen. Ook aan de Pleinschool en daarna aan het Guldensporencollege campus Kaai. Ik heb nog altijd veel vriendinnen. Normaal eten we 's middags samen. Maar de examen staan voor de deur en er zijn nog weinig mensen die de lessen bijwonen. Terwijl ik niets wil missen. Want sommige leerkrachten vertellen nu nog zaken die je voor de examens absoluut moet weten."Dat Haseena naar de opbouw van De Warmste Week komt kijken, heeft niet in de eerste plaats met de muziek te maken, wel met het feit dat solidariteit er centraal staat. "Ik studeer sociaal werk omdat ik me wil inzetten voor mensen die het minder goed hebben in de maatschappij, dus ben ik wel benieuwd naar wat ze hier allemaal gaan doen, hoe ze al die acties zullen aanpakken en wat de impact ervan zal zijn." Ze draagt dan wel een sluier, even goed heeft ze een piercing in de neus. Dat springt meteen in het oog. "Het klopt niet met het stereotiepe beeld van een moslim, als dat is wat je bedoelt", reageert ze met een ondeugende glimlach. "Mijn ouders zijn echt ruimdenkend. Ik ben dankbaar dat ik zulke ouders heb. Pakistan is een land in ontwikkeling en niet altijd even open van gedachten. Maar ik kom uit Rawalpindi, een moderne stad vlakbij Islamabad waar er ruimte is voor vooruitstrevende opvattingen. Een grootstad, ja. Wellicht de grootte van West-Vlaanderen. Ik ben zelf opgevoed in een heel religieus gezin, maar mijn ouders hebben me ook geleerd dat je in de eerste plaats de normen van de samenleving moet respecteren. Mijn zussen dragen niet allemaal een hoofddoek. Thuis werd dat nooit van ons verlangd. Het is eigenlijk nog maar een jaar dat ik heb beslist om een hoofddoek te dragen. Enerzijds omdat mijn moeder er één draagt, en mijn oma voor haar, maar ook en vooral omdat ik besef dat God, Allah, graag heeft dat we ons bedekken. Waarom zou ik dat niet doen? Ik ben een religieus persoon.""Ik vind het jammer dat sommige mensen een stereotiep beeld hebben van moslims. We zijn allemaal mensen met hetzelfde hart, dezelfde gevoelens. Als ik iemand zie wenen, maakt het niet uit of hij blank of zwart, gelovig of niet, ik voel dat verdriet. En krijg ik tranen in de ogen. Omdat we allemaal mensen zijn. Religie is maar een deeltje van ons leven. Net als kleur of ras. Dat we eens beginnen met naar mekaar te glimlachen, mekaar te begroeten, zoals oude mensen dat doen. Ze storen zich niet aan mijn sluier. Ik neem een voorbeeld aan hen en tracht ook veel meer goeiedag te zeggen aan voorbijgangers. Ik zie dat van mijn ouders. Mijn mama is ook een heel sociaal persoon. Mijn papa doorbreekt dan weer voortdurend alle stereotiepe denkbeelden. Hij wil dat we met alle soorten mensen omgaan. Ik heb mijn open kijk op de wereld van mijn ouders meegekregen. Ik ben hen heel dankbaar voor mijn opvoeding. En ik hoop er iets moois mee te doen. Ik wil me in de toekomst inzetten voor mensen die het minder goed hebben. Dat kunnen mensen zijn met beperkingen of mensen die in armoede leven. In België zowel als in Pakistan. Als ik op een dag sterf, hoop ik dat mensen positieve herinneringen aan me zullen bewaren. Voorbeelden genoeg om me aan te spiegelen. Pater Damiaan is er maar één van. Door me te spiegelen aan de voorbeelden uit het verleden, word ik misschien ook ooit een voorbeeld voor iemand anders. Dat zou mooi zijn."