Greta Van Keirsbulck gaat ervan uit dat ze qua anciënniteit de derde in de rij is bij Turnkring Atlas, na Margot en Caroline Baekelandt, de dochters van wijlen stichter Arsène. "Ik zat bij Margot in de klas en in haar kielzog proefde ik van de turnsport", vertelt Greta. "Met mijn fietsje reed ik van de Poelberg, waar we woonden, naar het Textielhuis of de turnzaal van het atheneum, waar de lessen afwisselend plaatsvonden. Ik was geen groot talent, eerder een meeloper, maar ik turnde graag en dat was het belangrijkste. Ik doorliep alle leeftijdscategorieën en sinds dertig jaar ben ik trainster."
...

Greta Van Keirsbulck gaat ervan uit dat ze qua anciënniteit de derde in de rij is bij Turnkring Atlas, na Margot en Caroline Baekelandt, de dochters van wijlen stichter Arsène. "Ik zat bij Margot in de klas en in haar kielzog proefde ik van de turnsport", vertelt Greta. "Met mijn fietsje reed ik van de Poelberg, waar we woonden, naar het Textielhuis of de turnzaal van het atheneum, waar de lessen afwisselend plaatsvonden. Ik was geen groot talent, eerder een meeloper, maar ik turnde graag en dat was het belangrijkste. Ik doorliep alle leeftijdscategorieën en sinds dertig jaar ben ik trainster."Van de Gym-fitdames, een groep van nogal uiteenlopende leeftijden naar het schijnt.Greta Van Keirsbulck: "Dat klopt. Eerst meegeven dat ik de fakkel indertijd overnam van Marleen Heytens, die startte met turnles te geven aan wat men toen nog als de huismoeders omschreef. Vrouwen die thuis voor de kroost zorgden, maar daarnaast sportief iets omhanden wilden hebben. Vandaag spreken we van onze Gym-fitdames, want de term 'huismoeders' dekt al lang de lading niet meer. De leeftijden in mijn groep variëren van 18 tot boven de 70. Een groot verschil ja, maar soms toont een zeventiger zich op de turnvloer minder stijf dan een twintiger. In elk geval hebben ze het alle 29 naar hun zin, want gemiddeld komen ze met 25 naar de les op maandagavond tussen 19.30 en 20.30 uur."Wat moet ik me bij zo'n sessie voorstellen?"We doen niet aan competitie, alles is puur recreatief. Doorgaans kies ik na de opwarming voor buikspier- en lenigheidsoefeningen, maar er is ook tijd voor ontspannende spelletjes met bijvoorbeeld bal of hoepel. Af en toe leven we ons ook uit op een toestel, meestal de balk of de trampoline. Maar omdat door corona alle contact moet worden vermeden, beperken we ons momenteel tot oefeningen waarbij we op anderhalve meter van elkaar blijven. Voor ons valt dat mee, zeker in vergelijking met wie aan toestelturnen doet."Je bent zorgkundige in een woonzorgcentrum. Vallen die trainingen te combineren met onregelmatige werkuren?"In het woonzorgcentrum Deken Darras weet men al lang dat mijn maandagavonden heilig zijn en dat ik dan geen late shift kan doen, wat op andere dagen natuurlijk geen probleem is. Dat er door corona bijna een half jaar geen lessen waren, betekende dat ik die maandagen wel alles kon werken. En maar goed ook in zo'n helse periode."Ben jij een strenge trainster?"Ik vind van niet. We houden het leuk, wat niet betekent dat we onszelf geen discipline opleggen."Toon je alle oefeningen nog voor?"Uiteraard, want anders zou het maar een saaie bedoening zijn, hé. Turnen houdt me fit. Ik mag niet klagen over mijn gestel, want in al die jaren bleef het blessureleed beperkt tot een elleboog uit de kom. Ik ga dan ook door zolang ik me goed voel, of beter: zolang de club me nog wil." (lacht)Het moet fijn zijn om deel te mogen uitmaken van zo een populaire vereniging met een kleine 400 leden, die jaar na jaar een inschrijvingsstop moet inlassen."De grote vraag is vooral een gevolg van ons groot aanbod, denk ik. Ons jongste kleinkind Helena is amper vijf en ze turnt al een jaar. Kleuterturnen, lessen op maat van die kinderen. Ook de andere kleinkinderen hebben ervan geproefd. Ze moeten het een jaar de kans geven, vind ik. Maar als het echt hun ding niet is, heeft het geen zin hen te verplichten om te blijven komen."Je bent ook een tiental jaar bestuurslid geweest, niet?"Ja, maar omdat het mij allemaal te druk werd, heb ik mij teruggetrokken. Indien nodig en het past in mijn beroepsbezigheden - ik werk sowieso al een op de twee weekends - kunnen ze een beroep op mij doen. Bijvoorbeeld om de catering voor de juryleden te verzorgen ter gelegenheid van wedstrijden."Hoe heb je corona beleefd in het woonzorgcentrum? Vreesde je niet voor je eigen gezondheid?"Tot op vandaag houden we ons aan strikte regels, maar die hebben er de voorbije maanden voor gezorgd dat wij het virus buiten hebben kunnen houden. Ik heb me nooit echt grote zorgen gemaakt voor mezelf. Je kunt niet meer doen dan alle gezondheidsadviezen zo goed mogelijk op te volgen."Hoe heb je je werk in die 33 jaar zien evolueren?"Onze bewoners van nu zijn over het algemeen zwaarder zorgbehoevend dan hun voorgangers, omdat ze langer thuis blijven. Aan de andere kant beschikken we ook over beter materiaal dan in mijn beginperiode. Het valt me vooral op dat de sector nu om personeel schreeuwt, terwijl er eind jaren zeventig, begin jaren tachtig amper werk was voor pas afgestudeerden. Je kunt je dat nu niet meer inbeelden, maar ik heb geruime tijd gestempeld voor ik hier aan de slag kon. Nu is de situatie omgekeerd. Ik denk ook dat jonge mensen die nu afstuderen geen al te realistisch beeld hebben van onze job. Een stage van 8 tot 16 uur kan je niet vergelijken met constant wisselende uren, weekendwerk en zo. Maar ondanks alles blijft dit natuurlijk een mooie, dankbare job." (TVW)