Maria uit Pittem is kranige eeuwelinge

Omringd door haar uitgebreide familie vierde Maria haar honderdste verjaardag. (foto Jan)
Redactie KW

Het was feest in wzc Sint-Remigius, want Maria Venniere vierde haar honderdste verjaardag. Dochter Francine Dewilde kijkt terug op het rijkgevulde leven van deze bedrijvige dame.

Maria werd geboren in Watou op 7 februari 1922 als tweede dochter van het gezin Venniere. Haar vader heeft ze nooit gekend, want hij overleed op 1 december van datzelfde jaar aan een ziekte die hij opliep door gasaanvallen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Later hertrouwde haar moeder met Kamiel Deprez en verhuisde het gezin naar Proven, waar Maria naaischool volgde.

In 1945 trouwde ze met Charles Dewilde, de zoon van een handelsfamilie uit Watou die een boerderij had, waarbij ook een café en benzinepomp hoorden. Het jonge koppel vestigde zich in Ieper en kreeg drie kinderen: Raymond (70), Francine (69) en Lena (64). “De periode in Ieper waren volgens mijn moeder haar mooiste jaren”, aldus Francine. “Ze had daar een kleine kledingwinkel, waar ze ook stoffen verkocht.”

“Nadat ze enkele jaren in Ieper woonden, werden ze echter teruggefloten door haar schoonouders, die wilden dat mijn ouders kwamen meehelpen in hun bedrijf in Watou. Het klikte niet met haar schoonouders en mijn moeder wou dat haar kinderen alle mogelijkheden kregen om een diploma te halen. Daarom nam ze het initiatief om tegen de wil van haar schoonouders in naar Roeselare te verhuizen, waar ze onder de naam Bomeka (de afkorting van boter, melk en kaas) een kruidenierswinkel begon.”

“Mijn vader werd toen chauffeur voor P. Sluis, een firma voor vogeleten. Mijn mama heeft de winkel uitgebaat tot ze op 60-jarige leeftijd met pensioen ging. Helaas overleed mijn vader toen hij pas 65 jaar was.”

Niet stilzitten

“Stilzitten was echter niets voor mij ma. Ze richtte op haar appartement een naaikamertje in, waar ze retouches deed voor een aantal kledingwinkels in Roeselare. Daarnaast ging ze in scholen helpen met de oppas van de kinderen. Op deze manier bleef ze bezig, was ze onder de mensen en kon ze een centje bijverdienen.”

“Toen ze 89 jaar werd, besloot ze dat het tijd werd om letterlijk op rust te gaan en trok ze naar wzc Sint-Remigius in Pittem, waar wij wonen.”

“Naast kaarten hield ze ook van wandelen en dus trok ze er regelmatig op uit voor een flinke wandeling. Ze had zich zelfs een stappenteller aangeschaft. Tot haar 98 jaar kwam ze nog te voet naar ons in de Kwiekmotestraat. Begin 2021 is ze echter gevallen en heeft ze haar heup gebroken. Kort nadien kreeg ze een trombose, waardoor ze erg verzwakte. Ze is daarna van de serviceflat naar een kamer verhuisd.”

“Ze krijgt hier alle zorgen en is hier gelukkig. Uiteindelijk heeft ze drie kinderen, 13 kleinkinderen (waarvan één overleden) en 27 achterkleinkinderen. Ze is overigens duidelijk van een oude stam, want haar moeder werd ook 99.”

(JG)

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.