Als nachtverpleegkundige tien weken in quarantaine met vijf kinderen

Een mooi familiekiekje met op de onderste rij v.l.n.r. Louise, de tweeling Julie en Amélie en mama Véronique Coppens. Bovenaan v.l.n.r. Thibaud, Mathis en papa Dimitri Dewaele. (foto GV)
Redactie KW

Véronique Coppens (44) en Dimitri Dewaele (45) uit de Bosstraat in Vichte hebben samen vijf kinderen, waarbij Véronique ook nog eens nachtverpleegkundige is in woonzorghuis Ter Meersch in Avelgem. Geen simpele situatie, dus vroegen we ons af hoe zij de voorbije weken zijn doorgekomen.

Aan de omvang van de tafel en de zitbank in de tuin zie je meteen dat hier een groot gezin woont. Toch is het opvallend rustig ten huize Dewaele, dankzij de structuur die ze ook tijdens de lockdown aanhielden. “Doordeweeks stonden we om 8 uur op, waarna iedereen ontbeet. Tegen 9 uur was iedereen in het gezin aan het werk in zijn kamer”, vertelt Véronique. “Dimi kon als programmeur telewerken en ik deed geregeld 3 à 4 opeenvolgende nachtdiensten. Daarna was ik steevast doodop, zodat ik meteen tot drie uur in de namiddag sliep. Ik hou me ook nog steeds strikt aan de veiligheidsmaatregelen om het besmettingsgevaar tot een minimum te herleiden.”

Ik plan graag vooruit en doe boodschappen voor een hele week – Véronique Coppens

“Om 10:30 uur nam iedereen pauze en stond er een pot soep klaar”, vertelt Dimitri. “Daarna werkten we weer verder tot 12:15 uur. In de namiddag hadden de drie middelbare scholieren nog schoolwerk en daarna maakte ik met de twee jongens een fietstochtje. Het was fijn om meer contact te hebben én de conditie ging erop vooruit. De structuur aanhouden vonden Véro en ik belangrijk. Het schoolwerk volgde ik dagelijks op en ik zorgde er altijd voor dat het eten stipt om 12:15 uur op tafel stond.” Waarop Véronique meteen aanvult dat hij eigenlijk vooral de kinderen aan het werk zette. “Ook bakten de jongens regelmatig iets. Maar het opeten ging meestal vlugger dan het opruimen”, lacht Dimitri.

Meer tijd

“We hadden meer tijd nu ze allemaal thuis waren”, merkt Véronique op. “Er waren geen hobby’s, waardoor het leven veel rustiger was en alles meer vanzelf liep. Dimi at nu ook warm ‘s middags, dus dat was een gemak. Het was wel wat zoeken naar een moment waarop ik eens kon poetsen.”

“En als ik moest vergaderen, was het niet het moment om te beginnen zingen”, knipoogt Dimi. “Het zal weer wennen zijn als ze allemaal terug naar school moeten.” Momenteel gaat enkel de tweeling, Julie en Amélie (11), twee halve dagen naar school. “Ik vind het leuk om weer naar school te gaan om mijn vriendinnen te zien”, vult Amélie aan. “Het was goed georganiseerd om alles veilig te laten verlopen”, zegt Julie.

Twintig kilo vlees

“Ook wat de boodschappen betreft, zijn we zeer georganiseerd”, aldus Véronique. “Eén keer per week koop ik alles in de Colruyt voor een volledige week. Ik plan graag vooruit. Zo koop ik bijvoorbeeld twintig kilo vlees in één keer en steek dat dan in delen in een van onze grote diepvriezers.”

In het weekend ging het gezin vaak samen wandelen of fietsen, soms op de beide weekenddagen. “Met onze ouders skypeten of telefoneerden we regelmatig. Ze staan hun mannetje”, zegt Véronique. “Net zoals wij. Dat ik negen broers heb, zal ermee te maken hebben dat ik ook weet van aanpakken.”

Hangjongeren

En hoe beleefden de kinderen de voorbije weken? “Papa zette de slaapkamerdeur ‘s morgens altijd vriendelijk, maar toch duidelijk, open. Hij had er ook verstand van om mij op te jagen in de badkamer”, lacht Louise (bijna 13). “In ons gezin hebben we het voordeel dat we nooit alleen zijn en samen spelletjes kunnen doen na ons schoolwerk.”

Dimitri: “Als ze te veel op hangjongeren begonnen lijken, stuurde ik hen naar buiten of gaf ik wat uitdagende programmeeropdrachtjes voor Lego Mind Storm.”

Het gezin bleef in elk geval in beweging tijdens de lockdown. “In de voorbije periode hebben we zeker 50 fietsroutes gedaan. Papa kroop dan steeds uit de wind en fietste in de twee wielen”, plaagt Thibaud. “Kort gezegd wordt het lastig voor hem om te volgen, zeker bergop”, vult Mathis (14) aan. “Meestal rijden we 30 à 40 kilometer, maar afgelopen donderdag waren het er honderd.” Véronique en Louise gingen om de twee dagen ongeveer tien kilometer lopen en de tweeling fietste of wandelde ook regelmatig. “Ik ben alleszins blij dat het KSA-kamp nu ook kan doorgaan, zodat mijn sociaal leven weer wat op gang komt”, besluit Thibaud.

(Gerda Verbeke)

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.