Die dag waren de twee Henegouwers met de trein uit Bergen naar Gent getrokken om er ketamine te kopen, een snelwerkend verdovingsmiddel dat wordt gebruikt bij chirurgische ingrepen, maar de laatste jaren als drug opduikt in het uitgaansmilieu. Daders en slachtoffer waren adepten van rave parties. Guillaume Lecharlier was voor de feiten als koper al driemaal bij Joyce Sparenberg langs geweest.

Twintig messteken

Na het proeven van de koopwaar en het afspreken over de prijs, vielen de twee mannen het slachtoffer aan en brachten haar met twintig messteken in de nek en de borststreek om het leven. Het stoffelijk overschot werd drie dagen later gevonden. De daders, die een treinticket op de plaats delict hadden achtergelaten, werden snel geïdentificeerd.

Op de slotdag van het proces vorderde advocaat-generaal Marc De Brackeleer tussen 20 en 25 jaar gevangenisstraf voor Joël Dopchie, die bekentenissen had afgelegd dat hij het slachtoffer had vastgehouden, en tussen 25 en 30 jaar opsluiting voor Guillaume Lecharlier.

Altijd ontkend

Meester Sven Mary, een van de advocaten van Guillaume Lecharlier, betreurde dat de juryleden geen geloof hechtten aan de versie van zijn cliënt. Lecharlier heeft altijd ontkend dat hij de dodelijke messteken toebracht. "De straf moet repressief en educatief zijn", pleitte Mary. Een straf van minder dan 20 jaar zou voor de defensie juist zijn, klonk het.

Joyce Sparenberg was afkomstig van Antwerpen en woonde in Gent, maar groeide op in een pleeggezin in Loppem. (Belga/TV)