Gerard Ghesquiere, die 68 jaar jong is en in de Stationsstraat woont, is al van jongsaf gefascineerd door alles wat met auto's te maken heeft. Tijdens zijn actieve loopbaan was hij automecanicien en spuiter, in 1978 stond hij aan de wieg van de Tacot Club Mouscron en hij is in het wereldje ook bekend als de archivaris van 'Rally in Ieper'. Drie jaar geleden was hij ook de initiatiefnemer van de geslaagde expo '25 year Ypres Historic'.
...

Gerard Ghesquiere, die 68 jaar jong is en in de Stationsstraat woont, is al van jongsaf gefascineerd door alles wat met auto's te maken heeft. Tijdens zijn actieve loopbaan was hij automecanicien en spuiter, in 1978 stond hij aan de wieg van de Tacot Club Mouscron en hij is in het wereldje ook bekend als de archivaris van 'Rally in Ieper'. Drie jaar geleden was hij ook de initiatiefnemer van de geslaagde expo '25 year Ypres Historic'.Maar bovenal is Gerard een echte 'doener'. Een vijftal jaren geleden was hij klaar met de afwerking van zijn eerste oldtimer. "Dat was een Speedsport, een wagen van Belgische makelij", verduidelijkt Gerard. "Voor de afwerking kreeg ik hulp van mijn schoonzoon, Geert Coucke. We streven beiden de perfectie na. Het kan niet goed genoeg zijn. Vandaar dat de bouw zoveel tijd in beslag neemt. Eind 2015 hebben we onze eerste ritjes kunnen doen met de Speedsport. Geweldig was dat.""Maar mijn restauratiehonger was nog niet gestild... Tijdens een openbare verkoop in 2013 heb ik een bod gedaan op een wagen van het Franse automerk Corre La Licorne. Ik had de wagen gekocht voor een B7W4, maar toen we hem gingen ophalen, bleek het uiteindelijk een CUW4 te zijn. De wagen stond in een vervallen fabriek op een eiland midden de rivier de Marne en bevond zich in heel slechte staat. Eerst heb ik een plan gemaakt op ware grootte. Kwestie van een duidelijk zicht te hebben hoe de wagen er daadwerkelijk uitzag.""Daarna kon het echte restauratiewerk beginnen. De Licorne is volledig vernieuwd. Aan elk onderdeel hangt wel een verhaal vast, want het is bijzonder moeilijk om nog originele stukken terug te vinden. Het is een kwestie van opzoeken, beurzen bezoeken om iets bruikbaars te vinden... bijna altijd in Frankrijk. De wagen is helemaal, van a tot z, met de hand gemaakt. Beetje bij beetje heb ik de auto zien evolueren. De wagen is voor een groot gedeelte uit beukenhout gemaakt. Daar heeft mijn schoonzoon Geert voor gezorgd. Mijn vrouw, Marie-José Vervaeke, heeft de zetels en de zijkanten in leder voor haar rekening genomen. Zij zal ook het dekzeil maken.""Via een klein onderdeeltje van het koetswerk zijn we te weten gekomen dat de wagen een blauwe kleur had. Vandaar dat we gekozen hebben voor capriblauw. Het is echt monnikenwerk, want we leggen de lat hoog. We zijn al een flink eind opgeschoten, maar er is nog heel wat werk vooraleer de Licorne volledig zal af zijn. Ik hoop tegen eind 2020 klaar te zijn... Dan kan ik aan mijn volgende wagen beginnen. Ook een Corre La Licorne, maar een 5 CV. En ik heb ook nog een ander project in petto. Met een Nederlandse, Duitse en Franse collega-restaurateur zijn er plannen beginnen rijpen om een boek te schrijven over de geschiedenis van de Licorne. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan."