Toen George Sutherland hoorde dat 'zijn' Talbot House, de Britse soldatenclub in de Gasthuisstraat op de rand van het faillissement stond, organiseerde hij de crowdfundwandeling 'George walks for Talbot House'. Hij wandelde de meer dan drie kilometer van de Britse soldatenbegraafplaats Lijssenthoek naar Talbot House, en zamelde zo geld in. Zijn actie haalde de wereldpers, met meer dan honderd artikels en vermeldingen op televisie in alle landen van de Commonwealth wereldwijd. Enkele weken later werd hij op het Brusselse paleis ontvangen door koning Filip.
...

Toen George Sutherland hoorde dat 'zijn' Talbot House, de Britse soldatenclub in de Gasthuisstraat op de rand van het faillissement stond, organiseerde hij de crowdfundwandeling 'George walks for Talbot House'. Hij wandelde de meer dan drie kilometer van de Britse soldatenbegraafplaats Lijssenthoek naar Talbot House, en zamelde zo geld in. Zijn actie haalde de wereldpers, met meer dan honderd artikels en vermeldingen op televisie in alle landen van de Commonwealth wereldwijd. Enkele weken later werd hij op het Brusselse paleis ontvangen door koning Filip."Ik ben geboren in Poperinge op 21 december 1921. Ik kreeg de voornamen van de Britse koning George V en de Belgische koning Albert I. Mijn vader Walter was als Schot, maar in Canadese dienst omdat hij eerder naar daar verhuisde, hospitaalsoldaat op Lijssenthoek, en werkte er later, na de Wapenstilstand, als tuinman. Hij plantte er de eerste, nu monumentale, bomen. Mijn moeder, Marie Lermyte, leerde hij kennen omdat ze woonde in De Boonaerd, het cafeetje recht tegenover de begraafplaats. Ik werd daar geboren, op de 'voute' van het landelijke café, als jongste van drie", vertelt George Sutherland. Op 3 september 1939, exact op de dag waarop Engeland de oorlog verklaarde aan Duitsland, trad hij in de voetsporen van zijn vader en ging als tuinier aan de slag op de Britse begraafplaats Dozinghem in Vleteren. In mei 1940 moest hij vluchten naar Glasgow. In januari 1941 ging George in dienst bij de RAF (Britse luchtmacht) in Edinburgh, als vliegtuigmonteur. In november 1944 kwam hij met een van de eerste konvooien Engelse bevrijders terug naar Poperinge. Op 20 februari 1945 kon hij eindelijk trouwen met zijn Poperingse liefje Clara Questroy uit de 'Zwynlandreke', die de hele oorlog op George had gewacht. Maar daarna moest George verder met zijn squadron naar Duitsland. Pas in augustus 1946 kon hij met een veertigtal collega's oorlogsveteranen aan de slag als tuinman op Lijssenthoek. Hij hielp mensen die op zoek waren naar hun familieleden op de enorme begraafplaats van de Eerste Wereldoorlog."Ook mijn zoon Alex werd tuinier bij de Commonwealth War Graves Commission. Hij maakte carrière als Horticulture Manager, en was in die hoedanigheid actief in 87 landen. Hij kreeg uit handen van de Queen de MBE-onderscheiding", zegt George fier.Vrijdagnamiddag werd George bij hem thuis opgehaald door burgemeester Christof Dejaegher (CD&V) met een presidentiële limousine. Op de Grote Markt werd hij opgewacht door The Flanders Memorial Pipe Band en de genodigden. Tijdens de ontvangst in het stadhuis werd hem het ereburgerschap toegekend, en ondertekende hij het Gulden Boek. Hij kreeg een heel speciale fles Schotse whisky als geschenk. Bij het buitenkomen werden het Belgische en Britse volkslied gespeeld. Daarna ging men in stoet, onder muzikale begeleiding van de Koninklijke Harmonie Sint-Cecilia naar Talbot House, waar een huldiging door The Scottish Clan Hay plaats vond. Chief Douglas Sutherland sprak er in naam van de Clan. Er waren een vijftigtal clanleden en twee pipebands aanwezig.(AHP)