Geert Messiaen gaat op zijn 72ste met pensioen: “Klaar om fakkel door te geven”

Geert Messiaen: "Ik wil zeker niet vasthouden aan de job an sich. Wel merk ik dat ik soms een andere visie heb op sociale gezondheidszorg dan jongere generaties." (foto SB) © (foto SB)
Peter Soete

Geert Messiaen gaat met pensioen. Op 2 juli geeft de secretaris-generaal van de Liberale Mutualiteiten zijn allerlaatste bedrijfsspeech in de vip-ontvangst van RSC Anderlecht. Dan is het dagelijks sporen naar Brussel voorbij voor de bijna 72-jarige Geert. Maar van een zwart gat zal Geert Messiaen geen last hebben want het Zwarte Gat is voor hem gewoon een ploeg in het liefhebbersvoetbal waarvan hij bestuurslid is.

We ontmoeten Geert Messiaen op een zaterdagmiddag in Decathlon. In een van de kantoortjes houden de bestuursleden inschrijvingsvergadering voor het Roeselaars Minivoetbal. Het is tijd voor een broodje en een fris pintje. Geert is superenthousiast. Hij heeft met zijn vereniging net een sponsordeal afgesloten met Decathlon voor enkele jaren. “Prachtig toch, dat er bedrijven geloven in de ontspanning van sportievelingen die zich verenigen in een club van meer dan 110 ploegen.”

Geert Messiaen mag dan wel op 1 juli met pensioen gaan, echt rustig is zijn laatste week niet: afscheid nemen van zijn medewerkers in Brussel, een algemene vergadering van de Raad van Bestuur van Mutas, een algemene vergadering van de Raad van Bestuur van de Landsbond en een driedaags congres van de mutualiteiten in het Groothertogdom Luxemburg. Op dinsdag 2 juli volgt dan het officiële afscheid in RSC Anderlecht en die viering wordt in goede banen geleid door een andere Roeselarenaar: Serge Gobin.

Ik ken één organisatie die zal blij zijn dat Geert Messiaen met pensioen is.

Geert Messiaen: “De NMBS, inderdaad (lacht). Ik zal geen dagelijkse brieven meer sturen naar hen maar zal hen zeker nog blijven volgen. Weet je dat ik 42 jaar lang pendelaar ben geweest ? Als ik gemiddeld 250 werkdagen per jaar reken aan 200 km per dag, dan ben ik twee keer naar de maan en terug gereisd. Ik blijf de trein een schitterend vervoersmiddel vinden maar je moet er voortdurend en zeer kort op zitten. Enfin, op de NMBS, bedoel ik natuurlijk.”

Enkele jaren geleden wilde je nog niet praten over een mogelijk pensioen ?

“Neen, ik was er nog niet klaar voor. Nu wel. Je ne suis pas heureux de partir, mais je pars heureux. Ik ben niet gelukkig om te vertrekken maar ik vertrek als een gelukkig man. Op 10 juli word ik 72 jaar en ik mag toch wel stellen dat ik het goede voorbeeld heb gegeven als het op langer werken aan komt (lacht). Nu ga ik bewust met pensioen, ik ben er klaar voor. Ik doe mijn job nog zeer graag maar de dagelijkse treinreis wordt een beetje zwaar. Ik ben klaar om de fakkel over te dragen aan jongere mensen. Ik wil zeker niet vasthouden aan de job an sich. Wel merk ik dat ik soms een andere visie heb op sociale gezondheidszorg dan jongere generaties.”

Die visie heb je toch kunnen neerpennen in de zeven boeken die je hebt geschreven ?

“En er komt nu nog een achtste uit ook. Dat klopt, ik heb mijn mening kunnen vertolken in de vakliteratuur die ik heb geschreven. Ik ben geen schrijver, ik schrijf geen romans. Ik heb gewoon mijn professionele standpunten proberen uiteen te zetten in die boeken. En ik ben zeer tevreden dat mijn principes gehoord en opgepikt worden; over de geestelijke gezondheidszorg, over het Belgisch systeem dat ik blijf verdedigen, over het confederalisme waar ik me hard tegen verzet. Ik ben altijd een liberale mutualist geweest: vrij kiezen welke gezondheidszorg of -vorm maar altijd met het oog op het goed verstrekken van diezelfde kwalitatieve gezondheidszorg.”

Ik was en ben nog altijd een tegenstander van de nieuwe stationsomgeving

Je gebruikte soms bevlogen taalgebruik om je woorden kracht bij te zetten ?

“Ik ben inderdaad een zeer extrovert man die nooit een blad voor de mond neemt. Ik leg altijd de vinger op de wonde en dat doe ik soms te impulsief, dat is zo. Nu en dan heeft het eens gebotst met bepaalde personen maar ik heb toch vaak gelijk gekregen. En wie mij kent en begrijpt, weet dat hij of zij een heel eind op weg kan gaan met Geert Messiaen.”

In Roeselare ben je ook actief geweest in de lokale politiek onder meer als schepen. Kriebelde het nooit om ook nationaal verantwoordelijkheid op te nemen ?

“Heel zeker, ik wilde me ook inzetten voor de nationale politiek en ik zou klaar hebben gestaan als die vraag zou gekomen zijn. Maar het is zoals met zo veel zaken: ik heb niet de juiste personen ontmoet op het juiste ogenblik. Maar ik heb me altijd 100 procent ingezet voor de lokale politiek, zowel als gemeenteraadslid of als schepen. Maar ook hier zat het tijdskader tegen en kwam er vroegtijdig een einde aan de politieke verantwoordelijkheid die ik droeg. Ik heb dan mijn eerste boek Onvoltooide symfonie geschreven.”

Op een bepaald ogenblik verdwijnt de generatie van Louis Bril, Francis Werbrouck, Geert Messiaen en het slabakt een beetje in de blauwe familie ?

“Misschien is de overgang te bruusk gebeurd en werd de oude generatie een beetje te vroeg afgeschreven. De jongeren waren iets te hongerig maar het is ook onze fout. We hebben misschien te vroeg de handdoek gegooid. Maar wat me vandaag ook bezig houdt op politiek vlak: wie zal onze bevolkingsgroep vertegenwoordigen van prille zeventigers zoals ik ? Er zijn er al heel wat, hoor !”

Is Roeselare mooier geworden de laatste tien jaren ?

“Ja, toch wel maar ik heb er een beetje een dubbel gevoel bij. Ik heb altijd gestreden tegen de megalomane projecten in de stad. Ik was en ben nog altijd een tegenstander van de nieuwe stationsomgeving. Ook van de vele appartementsblokken die in de stad als paddenstoelen uit de grond schieten. Ik zag Roeselare liever toen het kleiner en een gezellig provinciestadje was. Roeselare is te klein om groot te zijn en te groot om te klein zijn.”

Bij de vaderlandslievende verenigingen ben je de verbindende figuur. Hoe loopt het daar ?

“Er heerst een goede sfeer onder de aangesloten leden. En zo hoort het ook want niemand is verplicht om deel uit te maken van het overkoepelende geheel.”

Geert Messiaen gaat op zijn 72ste met pensioen:

Roeselare heeft nog steeds een schepen van vaderlandslievende verenigingen. Een voordeel ?

“Absoluut, want dat is de onmisbare link met het stadsbestuur. En de schepen van vaderlandslievende verenigingen Dirk Lievens kan ik in vier adjectieven omschrijven: positief, dynamisch, enthousiast en geloofwaardig.”

Wacht nu het zwarte gat als je met pensioen gaat ?

“Helemaal niet. Het Zwarte Gat is een voetbalploeg uit onze liefhebberscompetitie. Ik blijf betrokken bij veel verenigingen, in veel geledingen van onze maatschappij en een goede planning is alles. Ook mijn pensioen heb ik goed voorbereid. Ik heb mijn aanvraag in december ingediend om zes maanden later te kunnen stoppen. Op 1 juli begint de zomervakantie samen met mijn pensioen. Die zomervakantie geeft mij de tijd om te wennen aan een trager ritme en aan de vakantie die altijd zal blijven duren.”

En word je een echte huisman ?

“Ik wil dat proberen maar ik heb toch een beetje twijfels. Maar ik weet wel al dat ik binnen afzienbare tijd zonder problemen een muntstuk in het winkelkarretje zal kunnen stoppen, het gras zal kunnen afrijden en de vaatwasmachine zal ledigen.”

Tips van Geert

Leuk shoppen

“Ik ga echt graag mee winkelen met Marleen. Als dat in een grootwarenhuis is dan ligt er altijd meer in onze kar dan gepland. Ik kan me moeilijk aan lijstjes houden en dan vooral als het op snoep aankomt. Op het gebied van kledij en schoenen koop ik niets alleen. Marleen gaat altijd mee, ik heb er echt geen idee van wat mooi is, bij mij past, … Marleen legt ‘ s morgens ook altijd de kledij klaar die ik draag, ook mijn das, ja. En tijdens het winkelen volg ik ook haar advies. En dan gaan we samen iets drinken of eten. We maken er een echt uitstapje van.”

Lekker eten

“Dat doe ik uiteraard ook graag. Dat gaat van de Chinese over de Griekse en de Italiaanse keuken. Het hoeft geen supergrote gastronomie te zijn. Als we Italiaans eten, begin ik gewoonlijk met een Aperol Spritz, dan eten Marleen en ik een bordje Italiaanse gerechtjes om te delen en dan volgt een pastaschotel. Afsluiten doe ik met een koffie en een afzakkertje. Bij Petrouska eet ik ook graag. Dat heeft misschien met nostalgie te maken: ik herinner me nog dat we als jongeren gingen zwemmen en nadien frietjes aten bij Anita, de mama van Petrouska, aan het station.

Op reis

“Reizen vind ik leuk maar we zijn omwille van onze huisdieren de laatste twee jaar niet meer op reis geweest. We hebben wel veel fietstochten (met onze elektrische fiets) ondernomen naar Ieper en Brugge en dat was fantastisch. Als ik op reis ga, heb ik het liefst allemaal georganiseerd, dat ik me om niets moet bekommeren. Ook verkies ik een rustige omgeving en geen zwembadtoestanden met roepende kinderen en kom ik liefst na maximum tien dagen weer naar huis.”

Mooie plekjes

“Niet de stationshal (lacht). Maar wel het Sterrebos en het terras van de Mango. Ook de Kleiputten vind ik mooi en een stukje natuur dat te weinig bekend is bij het grote publiek. Ook het jaagpad langs het kanaal Roeselare-Ingelmunster vind ik leuk om af te rijden en weet je waar ik ook enorm van hou? Van de geur van een voetbalveld in de herfst. Dat is niet een mooi ‘plekje’ maar toch…”

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.