Joseph 'Jos' Desimpel groeide op in een Roeselaars arbeidersgezin in de Zuidmolenstraat. "Hij heeft geen eenvoudige jeugd gehad", vertelt zijn enige dochter Leen Desimpel. "Om het gezin wat te ontlasten, bracht hij zelfs enige tijd in een weeshuis door. Mijn vader was een familiemens en hield van onze warme thuis, iets wat hij tijdens zijn eigen kindertijd enorm heeft gemist. Er werd van hem verwacht dat hij arbeider werd maar hij volgde zijn artistieke roeping. Hij schreef zich in aan de Stedelijke Academie waar hij tijdens de schildersopleiding zijn levensgezellin Marcella Decreus leerde kennen."
...

Joseph 'Jos' Desimpel groeide op in een Roeselaars arbeidersgezin in de Zuidmolenstraat. "Hij heeft geen eenvoudige jeugd gehad", vertelt zijn enige dochter Leen Desimpel. "Om het gezin wat te ontlasten, bracht hij zelfs enige tijd in een weeshuis door. Mijn vader was een familiemens en hield van onze warme thuis, iets wat hij tijdens zijn eigen kindertijd enorm heeft gemist. Er werd van hem verwacht dat hij arbeider werd maar hij volgde zijn artistieke roeping. Hij schreef zich in aan de Stedelijke Academie waar hij tijdens de schildersopleiding zijn levensgezellin Marcella Decreus leerde kennen.""Met haar blijf hij uiteindelijk 72 jaar samen. Ze waren allebei verliefd op kunst met een grote K", zegt Leen hierover. "Op onze site zijn trouwens ook twee werken van Marcella te zien." Na de oorlog studeerde het koppel samen aan de Antwerpse Koninklijke Academie voor Schone Kunsten. Daarna verhuisden ze naar Kluisbergen. Vanaf 1955 gaf hij ruim 36 jaar les aan de Roeselaarse Stedelijke Academie. Halverwege de jaren zestig kwamen ze in Roeselare wonen. Joseph Desimpel was ook een tijdje leraar in het VTI van Izegem. Hij speelde ook een rol in het opstarten van het Schoenmuseum waarvan de collectie nu is ondergebracht op de erfgoedsite Eperon d'Or." Na zijn studies leefde Joseph Desimpel de eerste jaren van verschillende karweien. Onder de naam Jan de Simpele werkte hij als illustrator aan twee boeken van De Rode Ridder. Hij ondertekende zijn werken ook met De Simpele. "Hij gaf dit ook aan in de academie", vertelt ex-leerling en ex-collega Piet Deceuninck. "Soms zei hij over zijn leerlingen die door hem waren beïnvloed: 'Het zijn allemaal simplisten'. Hij wilde hiermee zijn oeuvre wat inkaderen." De academie én zijn leerlingen waren voor Joseph zijn passie en zijn tweede gezin."Mijn vader was van nature heel gedreven. Hij had heel veel moeite met onrechtvaardigheid en kon zich daarover opwinden. Daarnaast genoot hij intens van huiselijkheid, lekker eten en mooie landschappen. Wij gingen vaak op reis naar de Provence. Daar heeft hij enkele prachtige landschappen geschilderd." De twee leerkrachten van de Antwerpse academie waar hij heel erg naar opkeek, waren Gustave Van de Woestyne en Gustaaf De Bruyne. Bij hen heeft hij zijn enorme technische kennis opgedaan. 'Les volgen is een vereiste maar daarna is het de bedoeling dat je je eigen saus erover giet', zei hij daarover. 'Ik geef u de middelen en daarna heb jij de kans om je uit te drukken zoals jij het wilt.' Hij kreeg trouwens ook nog les van Permeke", weet Piet."Als lesgever was Joseph Desimpel een vakman pur sang en hij kon het ook heel goed uitleggen. Leerlingen keken enorm naar hem op, omdat hij zoveel wist. Het was voor hem een absolute drijfveer om zijn kennis door te geven. Ook thuis ging het vaak over zijn leerlingen." Zijn studenten zijn trouwens ook het thema van enkele van zijn schilderijen. "Hij benaderde iedereen heel persoonlijk", vertelt Noël Veranneman. "Ik was ooit eens bezig met een werk en het lukte niet. 'Rook jij?' vroeg Joseph. Ik beaamde dit. 'Stop met roken!' antwoordde Joseph. Ik heb dit gedaan en een tijdje later ging het tekenen veel beter. Roken tast de hersenen aan en dat had Joseph op die manier begrepen." Hij liet zich door de meest eenvoudige dingen inspireren. "Hij maakte een sociale schets van het leven in Vlaanderen zoals hij het zag in de periode van 1955 tot 1975. Hij zocht een kerngedachte en probeerde die als boodschap in zijn werk mee te geven. Zijn werken hebben een link met de leefwereld waarin hij dan vertoefde. Op de Kluisberg was dat het landschap. Toen hij op de St.-Jozefsparochie woonde, tekende hij kinderen die van school kwamen. Hij wilde iets creëren met alles wat hij meemaakte.""Het werk van Joseph Desimpel is niet gekend omdat hij tijdens zijn leven nooit heeft geëxposeerd", legt zijn schoonzoon Stefaan Vandendriessche uit. "Zijn bekendheid beperkt zich tot mensen die les gekregen hebben op de Roeselaarse Academie en oud-collega's. Hij wilde zijn talent niet commercialiseren omdat zoiets een extra druk zou leggen op zijn gezin. Hij vertrouwde de commerce niet.""Omdat hij nooit lijsten heeft bijgehouden van mensen die een schilderij hebben gekocht, weten we eigenlijk niet hoeveel hij er uiteindelijk heeft gemaakt. Hij schilderde naar schatting een honderdtal doeken. De meeste mensen die een schilderij van hem gekocht hebben, zijn waarschijnlijk al gestorven. We vrezen dat die werken op zolders staan te verkommeren en hopen dat deze tentoonstelling bij sommigen een lichtje doet branden. Met deze expositie streven we erkenning na en hopen we contacten te leggen met ex-leerlingen."Van 14 tot 23 augustus kun je kennismaken met het werk van 'Jos' Desimpel in Galerie Alfons Blomme, Ooststraat 84, Roeselare. De toegang is gratis maar reserveren is verplicht. Je kan elke dag tussen 11 en 18 uur voor één uur reserveren. Mail naar stvddr@gmail.com of via de post: Familie J. Desimpel, Boudewijn Hapkenstraat 5, 8820 Torhout. (KK)