Alain Goditiabois en Ann Bockstaele bleven de afgelopen jaren niet van het ongeluk gespaard. Nadat de Oosterzeelse taverne van het koppel in vlammen opging, moesten ze in Blankenberge hun frituur sluiten. "En nu was onze nieuwe frituur in Oos...

Alain Goditiabois en Ann Bockstaele bleven de afgelopen jaren niet van het ongeluk gespaard. Nadat de Oosterzeelse taverne van het koppel in vlammen opging, moesten ze in Blankenberge hun frituur sluiten. "En nu was onze nieuwe frituur in Oosterzele net drie weken open, toen het coronavirus toesloeg. Van de frituur in Blankenberge zijn we niet eens afscheid kunnen gaan nemen want we moeten in ons kot blijven... Ik heb het met tranen in de ogen moeten volgen op Facebook", zegt een hoorbaar geëmotioneerde Alain Goditiabois aan de telefoon. De frituur moest weg omdat ze volgens het nieuwe stadsbestuur in strijd waren met de stedenbouwkundige voorschriften. Dat gold ook voor de andere twee frituren die in Blankenberge op het openbaar domein stonden: frituur Tonny en frituur Carlo. Normaal moesten ze eind januari al weg zijn, maar de uitbaters kregen van het stadsbestuur nog even respijt. "Maar een hart onder de riem hebben wij van het stadsbestuur nooit gekregen. Dit is voor ons een erg vervelende zaak geweest, we hebben hier een smak geld mee verloren. Het is een wonde die nooit helemaal zal genezen, maar hopelijk breken er na corona eindelijk eens betere tijden aan", aldus Alain Goditiabois.