Het romantische verhaal van Frits De Brabandere en Carola Wambeke begon ruim 75 jaar geleden in eigen dorp. Carola was een dochter van landbouwers, Frits woonde in het centrum van Schuiferskapelle. "Mijn broer Gaston had verkering met Maria, de zus van Carola", blikt Frits terug. "Zo heb ik Carola uiteindelijk leren kennen. Toen we op 6 februari 1942 met elkaar in het huwelijksbootje stapten, was dat meteen een dubbel huwelijk, samen met mijn broer en schoonzus."
...

Het romantische verhaal van Frits De Brabandere en Carola Wambeke begon ruim 75 jaar geleden in eigen dorp. Carola was een dochter van landbouwers, Frits woonde in het centrum van Schuiferskapelle. "Mijn broer Gaston had verkering met Maria, de zus van Carola", blikt Frits terug. "Zo heb ik Carola uiteindelijk leren kennen. Toen we op 6 februari 1942 met elkaar in het huwelijksbootje stapten, was dat meteen een dubbel huwelijk, samen met mijn broer en schoonzus."De familie De Brabandere was een grote familie. "Ik was de jongste van 15 kinderen, al waren er wel al vijf kinderen overleden op het moment dat ik geboren werd", aldus nog Frits. "Bij Carola waren ze met vijf en zij was de jongste."Carola werd geboren in Wingene, maar woonde haar leven lang in Schuiferskapelle. "Ik werd eigenlijk geboren op 29 februari, want 1920 was een schrikkeljaar", blikt Carola terug. "Maar dat was niet zoals vandaag hoor, want doordat de 29ste februari maar om de vier jaar voorkomt, hebben ze mij op datum van 28 februari in het geboorteregister geschreven. Toen kon dat nog", lacht Carola.Een dubbel huwelijk, dat was 75 jaar geleden geen zo'n groots evenement zoals de huwelijken van vandaag, zo blijkt. "Het huwelijksfeest was eerder sober te noemen. We trokken om 9.30 uur naar de kerk om er ons huwelijk in te zegenen. Daags voordien hadden we al ons jawoord gegeven voor de burgemeester in het toenmalige gemeentehuis van Schuiferskapelle. Na de misviering trokken we naar het ouderlijke huis van Carola in de Bilkbosstraat, waar een etentje werd geserveerd voor de dichtste familie: broers, zussen, enzovoort. 's Avonds om 20 uur waren we alweer thuis." (lacht)"Ik herinner mij nog goed dat het op onze trouwdag machtig koud was", zegt Frits. "Er lag sneeuw in de straten van Schuiferskapelle en we konden gelukkig rekenen op de auto van Smetje uit Ruiselede om ons van de kerk naar de feestlocatie ten huize Wambeke te rijden. Toen waren er nog niet zoveel auto's op de weg, maar Smetje kon dat regelen. Hij had natuurlijk niet verwacht dat er zoveel sneeuw zou liggen en gestrooid werd er al helemaal niet in die tijd. Hij was uitermate voorzichtig met zijn kostbare vierwieler, maar uiteindelijk zijn we er zonder brokken geraakt.""Toen we om 20 uur naar huis trokken, konden we niet meer rekenen op de auto om ons thuis te brengen. We trokken over de stukken in de sneeuw terug naar huis. Het was een meer dan avontuurlijke tocht in onze trouwkleren."De ijzige koude, dat was niet meteen wat Frits als het ideale trouwweer zag. "Dat klopt, als het aan mij had gelegen, dan was ik in de zomer getrouwd, zoals de meeste mensen doen. Maar mijn broer wou en zou in de winter trouwen en ja, Gaston was vier jaar ouder en had dus meer te zeggen dan ik en dus trouwden we in de winter."Het koppel trouwde opvallend genoeg in 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog. Maar dat deerde het verliefde koppel niet. "Neen, eenmaal de invasie van de Duitsers in 1940 achter de rug, konden we weliswaar te voet vanuit Diksmuide terugkeren naar Schuiferskapelle, waar we in tijden van bezetting eigenlijk best een relatief rustige tijd kenden. Het was helemaal niet gevaarlijk. Het dagelijkse leven kabbelde voort, weliswaar met Duitsers in het land. Er waren zelfs Duitsers die werk kwamen vragen. Dus een huwelijksfeest vieren was helemaal geen probleem."Frits en Carola waren jarenlang zelfstandig. Carola had een schoenenwinkel aan de voorkant van het huis aan de Henri D'Hondstraat. "Ik verkocht er schoenen, laarzen, sandalen en van die zeesletsen in fluoreserende kleuren", zegt Carola. "Ik heb dat gedaan totdat ik de pensioenleeftijd had bereikt. Ik heb heel veel verkocht, vooral de laarzen deden het goed. De landbouwers uit Schuiferskapelle kwamen massaal naar mijn winkeltje om er hun schoeisel aan te kopen. En als laarzen toen kapot waren, gooiden ze die niet weg om meteen nieuwe te kopen. Neen, ze kwamen er terug mee binnen om ze te laten herstellen."Het herstellen van de laarzen, dat was dan weer een job voor Frits. "Honderden botten heb ik hier hersteld", zegt de handige Harry, die achteraan het huis een eigen atelier had. "Laarzen herstellen deed ik in mijn vrije tijd om mijn vrouw te helpen, want in hoofdberoep was ik zelfstandig gareelmaker in mijn ateliertje in de tuin. Ik had heel veel werk. De boeren van Schuiferskapelle en zelfs verderop kwamen bij mij langs om hun paarden te voorzien van een gareel. Ik trok - met de fiets - van boerderij naar boerderij om de paarden te gaan opmeten, want elk gareel werd gemaakt op maat."Gareelmaker, dat was een beroep die hem aanbevolen was door zijn zus. "Klopt, mijn zus heeft mij dit aangeklapt, want dit vak werd mij niet aangeleerd op school. Mijn zus kende iemand in Ruiselede die gareelmaker was, maar die had te veel werk. Door een extra gareelmaker in de streek, zou het allemaal wat haalbaarder worden. Uiteindelijk studeerde ik het vak in Wingene."Frits heeft echter nooit spijt gehad van zijn keuze. Hij werkte tot aan zijn 85ste (!). "Ik kon niet stoppen met werken, ik deed het enorm graag. Uiteraard maakte ik op het einde niet meer alleen garelen, want de tractoren hadden hun intrede gedaan. Ik maakte ook bachen voor de karren van landbouwvoertuigen en vrachtwagens. Ik maakte ook vlasbachen, uit een speciale stof, die op het vlas werd gelegd, zodat die niet nat werd. Het gareelmaken deed ik nog uitsluitend voor de paardensporters. Zo was de Aarseelse jockey Remi Bals een trouwe klant van mij."Hij had werk in overvloed. "Op het einde kwamen ze van heinde en verre bij mij aankloppen, want ik was nog de enige gareel- en bachemaker uit de streek. Uiteindelijk heb ik op mijn 85ste beslist dat het genoeg was."Frits en Carola hadden een druk leven als zelfstandige. Toch vonden ze nog de tijd om aan gezinsuitbreiding te doen. Ze kregen twee kinderen, die ondertussen ook al beiden met pensioen zijn: Rita (73) en de elf maanden jongere Hugo (72). Rita heeft er ondertussen ook al een gouden huwelijksjubileum opzetten. Ze is al 51 jaar getrouwd met Eric Debusschere en samen met hem baatte ze jarenlang een elektrozaak uit langs de Bruggestraat in Tielt. Samen hebben Eric en Rita drie kinderen en vijf kleinkinderen. Broer Hugo is een gepensioneerd verpleger en hij is al 42 jaar getrouwd met de uit Chili afkomstige Rosa Campos. Ze wonen in Oostkamp. Hugo en Rosa hebben vijf kinderen en negen kleinkinderen.Een grote bende als er straks een albasten huwelijksfeestje mag worden gevierd. "Dat klopt, we gaan met de dichtste familie op restaurant en met kinderen en (achter)kleinkinderen alleen zijn we al met 35 aanwezigen. We hebben hier in ons huis een kast staan met foto's van al onze afstammelingen en we zullen stilaan een kast bij moeten plaatsen, want er kan geen foto meer bij."Uiteraard krijgen Frits en Carola dezer dagen vaak dezelfde vraag: wat is het geheim om zoveel jaar gezond en gelukkig samen te zijn? "Goh, eigenlijk is het heel simpel: gewoon samen blijven. We zijn... gewoon braaf geweest", zegt Frits. "En wat mij betreft mag het nog heel lang duren", vult Carola aan. "We hebben een heel fijn leven. Misschien is het geheim van een lang leven wel onze regelmaat: we staan elke ochtend om zes uur op, winter of zomer, het maakt ons niet uit. Om zes uur zijn we uit de veren. We eten ons middag- en avondmaal ook altijd vroeg. En stress? Ik weet niet wat dat is", zegt Frits nog met een knipoog.Frits kwam als 18-jarige in het huis langs de Henri D'Hondstraat wonen. Na hun huwelijk, toen zijn ouders intussen al overleden waren, bouwde hij met Carole er zijn gezin uit. 82 jaar woont hij in het huis en dat is hij nog lang niet beu. "Neen, ik jeunde mij hier altijd in Schuiferskapelle, ik heb er nooit aan gedacht om elders te gaan wonen. Ik kende alle klanten en kende het halve dorp. Vandaag is dat anders. Ik ken hier niemand meer. Ik ben een vreemdeling in eigen dorp geworden. Iedereen die ik kende is ondertussen overleden", zegt Frits met wat weemoed in de stem. "Ik ken alleen nog mijn naaste buren. Er zijn veel jongeren komen wonen, maar die gaan allemaal uit werken. Schuiferskapelle is een slaapdorp geworden. Overdag is hier niemand meer in de straten, iedereen is weg en dat is best wel jammer."Toch denkt het koppel nog lang niet aan een rusthuis of een of andere zorgflat. Zorg- of verpleegkundigen komen er ook nog niet langs. "Neen, ik kook nog altijd mijn eigen potje", zegt de honderdjarige Frits niet zonder enige trots. "In huis doen we nog alles zelf. Ik doe ook nog de was en de strijk en stof alles af. Neen, rusthuizen gaan aan ons niet veel verdienen. We krijgen alleen wat hulp van onze kinderen, die vooral het administratieve en zo voor hun rekening nemen." "Want een computer, neen, dat hebben wij niet. En eerlijk, zolang we thuis kunnen wonen, zullen we ons goed voelen."En nu, op naar een eiken 80-jarig huwelijksjubileum? "Ik denk dat het moeilijk zal worden", zegt Frits nog. "Maar niemand houdt ons tegen, natuurlijk. Wij gaan door. Tot de dood ons scheidt."