Het is een stralende Michiel Hendryckx die we ontmoeten op de Mercator. "Het is voor mij een prettig weerzien met dit schip", vertelt hij. "Ik mocht als journalist van De Standaard eens meevaren, toen het voor renovatie naar Antwerpen moest. Dat was een schip vol oude knarren. Allemaal zestigers en zeventigers. Inderdaad, zoals ik. (knipoogt) Dat waren matrozen die vroeger op het schip gewerkt hadden. Ik herinner mij nog dat de vrees toen bestond dat Antwerpen het schip zou claimen na de restauratie. Hoe lang dat geleden is? (blaast) Zeker meer dan tien jaar. Ik weet nog dat ik toen net digitaal werkte."
...

Het is een stralende Michiel Hendryckx die we ontmoeten op de Mercator. "Het is voor mij een prettig weerzien met dit schip", vertelt hij. "Ik mocht als journalist van De Standaard eens meevaren, toen het voor renovatie naar Antwerpen moest. Dat was een schip vol oude knarren. Allemaal zestigers en zeventigers. Inderdaad, zoals ik. (knipoogt) Dat waren matrozen die vroeger op het schip gewerkt hadden. Ik herinner mij nog dat de vrees toen bestond dat Antwerpen het schip zou claimen na de restauratie. Hoe lang dat geleden is? (blaast) Zeker meer dan tien jaar. Ik weet nog dat ik toen net digitaal werkte."Hendryckx is een geboren verteller, een buitenbeentje in de wereld van de fotografen. Wie naar hem luistert, hangt aan zijn lippen. "Ik praat te veel, zeker", excuseert hij zich meermaals. Maar hij meent het niet. Hij geniet ervan. "Wist je dat de Mercator eigenlijk niet zeewaardig was? Dat weet ik van een grootnonkel. Die voer heel zijn leven op de koopvaardij. De Mercator is een prachtig schip, zei hij, maar ook een rotschip. Het zeilt gewoon slecht. Het is onstabiel. Het verhaal gaat zelfs dat het schip haast kapseisde, toen het de stoffelijke resten van pater Damiaan ophaalde. Stel je voor."Jij bent een kind van de Westhoek, geboren in Adinkerke. Wat onthoud je van je jeugd?"Veel. Ik heb het grote geluk dat ik goed kan onthouden. (droog) Wat wil je weten? Een gelukkige versie? Of een horrorversie?"Eerst de horror dan."Mijn verste herinnering gaat terug naar de kleuterklas. Een beklemmende herinnering, aan een strenge non voor de klas. Dat was geen leuke tijd. Ook het eerste studiejaar was vreselijk. Voor de klas stond een oude conservatieve meester. Hij sloeg zijn leerlingen met de vlakke hand. Ik ben daar gecrasht. Ik was zelfs de laatste van de klas. Gelukkig zijn mijn ouders in die periode verhuisd naar De Panne. Daar kwam ik in een school terecht met jonge onderwijzers. Dankzij die mensen ben ik opengebloeid. Zij hebben mij gered. (even stil) Maar de horror zat ook thuis. Mijn vader was architect. Een goede architect. Maar wel met een collaboratieverleden. Hij had meegedaan met de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog en belandde nadien enkele jaren in de bak. Toen hij vrijkwam, zat hij vol drive om een carrière uit te bouwen. Het was een goede periode voor architecten. België, en dus ook De Panne, was aan heropbouw toe na die vreselijke oorlog. Helaas bezat hij niet diezelfde drive als vader. Idem voor mijn moeder. Zij werkte voor hem. (denkt na) Mocht mijn moeder vandaag leven, dan zou zij de pil pakken, zodat ze zeker géén kinderen zou krijgen. Die mensen waren totaal niet geïnteresseerd in kinderen. Mijn twee zussen en ik moesten vooral zwijgen."Ben je boos op je ouders?"Neen, eigenlijk niet. Ik ben hen blijven bezoeken, ook op het einde van hun leven. Mijn vriendin zegt wel dat ik al eens ruzie maak met mijn vader in mijn slaap. Maar neen, ik voel geen wrok. Ik kan hen ergens zelfs begrijpen. Die mensen hebben moeilijke jaren doorgemaakt. Jij, met je felle bek, zou ook in die Duitse val gelopen zijn, zei mijn vader vaak. Hij werd als lid van de Vlaamse Jeugd eens uitgenodigd door het Duitse regime in een jeugdherberg in de Alpen. Dat was nog vóór de oorlog. Ze vlogen daar met zweefvliegtuigen boven de bergen. Adembenemend mooi. Ze kregen Duitse meiden te zien in naakt bovenlijf, die kwamen turnen in de zon. Dat nationaalsocialisme bleek wel wat anders te zijn dan het preutse Vlaanderen. Hij kwam overenthousiast thuis na die reis. Hij was erin getrapt."Was jij er ook in getrapt, zoals hij zei?"Als ik nadenk over die vraag, dan word ik héél nederig. Misschien wel. Misschien ook niet. Ik weet dat niet. Maar misschien had hij een punt, ja."Wat was dan het geluk in je jeugd?(resoluut) "De zee. Die bood troost in donkere dagen. Als ik daar vandaag aan terugdenk, dan heeft dat bijna iets religieus. Ik heb in die zin heel mooie herinneringen aan mijn jeugd. We speelden met vrienden in de duinen. Elke woensdagnamiddag. Of ik ging alleen wandelen op de dijk. Dan zei ik aan mijn moeder dat ik ging vliegeren. Dat was mijn excuus om de zee te zien."Jij bent een andere richting uitgegaan in je leven, die van progressief kunstenaar."Dat zorgde óók voor conflict met mijn vader. Zelfs op het einde van zijn leven zag hij mij als een mislukkeling. Ondanks mijn boeken, mijn tv-programma's, mijn werk voor De Standaard, zijn favoriete krant. Dat zei hij ook letterlijk. Ik heb vaak nagedacht over die woorden. (even stil) Dat was jaloezie. Dat zegt meer over hem dan over mij. Ik was ook een echte wijvenzot. Ik had veel vriendinnen. (lacht) Dat stak hem de ogen uit."Je zegt: 'was'.(lacht) "Jawel. Ik ben rustiger geworden. Ik word 68, hè. Ik ben al acht jaar samen met Sylvia, een ongelooflijke vrouw. Ik ben zeer gelukkig."Was jij een kind van Mei 68?"Toch wel, ja. Maar ik was mild. Geen radicaal. Veel fanatiekelingen van toen zijn overgeslagen in de andere richting. De intellectuelen die toen in de fabrieken gingen werken, zijn vandaag de grootste kapitalistische etters. Ik vocht, figuurlijk, tegen de hypocrisie van die tijd. Ik was ook naïef, wou de wereld verbeteren. Ik wou dat doen met mijn fotografie. Ik wou de mensen schoonheid tonen, en zo zorgen voor een betere wereld. Dat heb ik van mijn moeder. Zij was ook sociaal. Ik koester dat, die sociale reflex."Iets anders. Waar vaar je naartoe, als ik je dit schip in handen geef?"Mooie vraag. Ik ben een reiziger. Dat zit in mijn DNA. (op dreef) Dat heb ik óók van mijn ouders. Reizen is bewegen, nieuwsgierig zijn, af en toe stoppen en kijken. (denkt na) Ik zou op de Noordzee varen. Engeland. Ierland. De westkust daar is fantastisch. Ik hou van de verlatenheid van de natuur. Al is het toerisme ook daar de natuur aan het verkloten. Ik zou ook aanmeren op het eiland Man. Aanmeren, een haven binnenlopen, héérlijk moet dat zijn. Weet je wat ik elk jaar doe? Met mijn zoon, die nu twaalf is, een week op vakantie gaan. Hij en ik. Wij hebben een goede band. Ik zou dat iedereen aanraden."Jij bent vader geworden, toen je al 55 was. Was dat moeilijk?"Neen. Maar ik was daar wel bang voor. Ik vind dat veel ouders slecht omgaan met hun kinderen. Wie is er vaak de baas? De kinderen. Ik kan me daar zó aan ergeren. Wel, ik was bang om ook een etter op de wereld te zetten. Gelukkig is dat niet gebeurd. Louis is een fantastisch kind. Ik probeer hem streng, maar liefdevol op te voeden. Zijn moeder woont vlakbij, op 800 meter. Hij woont doorgaans daar, maar komt één à twee dagen per week bij mij. Hij is graag bij mij, want hij weet dat ik duidelijke lijnen trek. Kinderen houden daarvan."Wie zou je meenemen op het schip?"Louis natuurlijk. En mijn vriendin. Maar ik zou ook een goede crew meenemen. Professionele matrozen, geen zeveraars. En mensen die professioneel werken, zijn meestal ook aangename mensen." Jij bent ook eens te voet op reis geweest, naar de Griekse berg Olympus. Wie had je dat ingefluisterd?"Ikzelf. Iedereen wandelt naar Santiago de Compostela. Ik wou een andere richting uit. Ik was toen 39 en in de fleur van mijn leven. Ik was gelukkig. Toch wou ik een sabbatjaar. Eens iets anders doen. Gaan stappen. Je moet zoiets niet uitstellen tot je 50 bent. Ik was geïnspireerd door de grote romanschrijver Bruce Chatwin. Hij schreef in een van zijn boeken: If you walk long enough, you don't need another God. Je moet daar eens over nadenken. (zwijgt even) De bestemming was eigenlijk ondergeschikt aan de reis, aan het onderweg zijn. Ik heb een boeiend leven achter de rug. Een schoon leven. Dat meen ik, ondanks alles. Ik ben een gelukkig man. Ik ben zelfs blij dat ik ouder word. Maar dát jaar, dat was het schoonste uit mijn leven. Na anderhalve maand stappen kwam ik echt in trance. Een ongelooflijk gevoel."