In Wijtschate legden archeologen op een akker aan wijk De Kapellerie een Duitse loopgravenstructuur uit WO I bloot. De Duitsers hadden de Kapelleriemolen verwerkt in een loopgravenstelling. Hill 80 was een strategisch punt met een uitzicht op de stad Ieper. De geallieerden veroverden de site bij de slag om Mesen in 1917, maar later werd de stelling herveroverd door de Duitsers.
...

In Wijtschate legden archeologen op een akker aan wijk De Kapellerie een Duitse loopgravenstructuur uit WO I bloot. De Duitsers hadden de Kapelleriemolen verwerkt in een loopgravenstelling. Hill 80 was een strategisch punt met een uitzicht op de stad Ieper. De geallieerden veroverden de site bij de slag om Mesen in 1917, maar later werd de stelling herveroverd door de Duitsers.De volledige site dreigde verloren te gaan omdat een bouwpromotor er woningen wou op plaatsen. Het verplichtte archeologisch onderzoek kostte echter te veel geld om het woonproject nog rendabel te maken. Archeoloog Simon Verdegem kon via een crowdfunding geld ophalen waarmee het project werd gefinancierd. Het resultaat was niet min: de archeologen legden 550 meter loopgraven en 430 bomkraters bloot en vonden de stoffelijke resten van 110 soldaten, waaronder Britten, Fransen, Duitsers en Zuid-Afrikanen.Het project mocht rekenen op heel wat media-aandacht en wordt nu ook vernoemd in een reportage op de site van National Geographic. Het artikel, met als titel 'Hoe archeologie de geheimen van de WO I-loopgravenoorlog ontrafelt', beschrijft over hoe archeologie een extra dimensie toevoegt aan onze kennis van WO I, ondanks de vele geschreven bronnen, foto's en filmsspoelen die beschikbaar zijn over het conflict. "Zo waren we verbaasd dat de meeste resten die we vonden afkomstig waren uit 1914, terwijl er in 1917 een veel grotere slag plaatsvond op die plek", aldus Simon Verdegem in het artikel. Wie zeker ook tevreden is met de publicatie is Eric Flamand, fotograaf van onze krant en wonende in Wijtschate. "Die mensen hebben een van mijn foto's gebruikt die ik van de opgravingen heb gemaakt. Ik kreeg plots een mail uit Amerika, waarin National Geographic de toestemming vroeg de foto te mogen publiceren. Het verbaasde me wel een beetje dat ik daarvoor eerst een hele boel formulieren moest invullen, maar goed. Ik vind het best leuk dat een van mijn foto's door hen wordt gebruikt, National Geographic is toch niet niets." (CMW)