Bij de familie Lasou leven drie generaties onder één dak en allemaal zijn ze besmet door de foorreizigersmicrobe. Vanessa en Andy vormen samen met moeder Ines de zesde generatie Lasous op de kermissen maar intussen staat met Senne en Sven al de zevende generatie te trappelen om het roer over te nemen.
...

Bij de familie Lasou leven drie generaties onder één dak en allemaal zijn ze besmet door de foorreizigersmicrobe. Vanessa en Andy vormen samen met moeder Ines de zesde generatie Lasous op de kermissen maar intussen staat met Senne en Sven al de zevende generatie te trappelen om het roer over te nemen. "Wij trekken van de ene kermis naar de andere met vier kramen. Eigenlijk begon het allemaal met een zwiermolen van pionier Robert Lasou - beter bekend als nonkel Miele - in de streek van Destelbergen bij Gent. In 2000 zijn we van Destelbergen verhuisd naar Oostrozebeke en werd de fakkel overgenomen door Ines en Vanessa", zo klinkt het."Wij zijn al sinds mensenheugenis een foorkramersfamilie. Wij hebben nooit anders gekend", vervolgt Vanessa Lasou. "Wel is het zo dat de tournees gebleven zijn en wij nog steeds op dezelfde plaatsen en dezelfde data op de kermissen terug te vinden zijn. Daar komt elk jaar een enorme papierwinkel bij kijken want alle kermistoestellen moeten jaarlijks gekeurd worden op hun veiligheid. Alle toestellen zijn ook zwaar verzekerd. Wat wij dit jaar al betaald hebben aan keuringen, verzekeringen en abonnementen hebben we nog helemaal niet terugverdiend.""Er werd een enorme voorraad aan spullen ingekocht om het volledige seizoen door te komen en nu blijft alles in de dozen steken en dreigen veel van die spullen verouderd en waardeloos te worden, wat voor ons een enorm verlies zou betekenen. Tot op vandaag hebben we slechts één kermis mogen doen, in Ingelmunster. Als daar niet vlug verandering in komt, wordt dit voor velen het faillissement. In de zomer moeten wij het geld verdienen om te kunnen overleven in de winter en de stocks weer aan te vullen. Voorlopig weet ik niet hoe wij de winter gaan doorkomen.""Ons lot ligt in de handen van de 16 burgemeesters regio midwest die groen licht moeten geven voor de kermis. Wij begrijpen er niets van. De wekelijkse markten mogen plaatsvinden en de pretparken mogen open zijn, maar wij mogen niet op kermissen staan. Nochtans werd er al groen licht gegeven voor kermissen op 1 juli.""Wij zijn ervan overtuigd dat de kermissen niet voor meer besmettingen zorgen dan de markten, want ook kermissen kunnen veilig georganiseerd worden. Kleine evenementen zoals dorpskermissen zouden op zijn minst moeten kunnen, want daar komen toch geen grote groepen op af en bovendien steunen wij daarmee de plaatselijke economie. Er werd dan ook betoogd in Brussel door de foorreizigers. Wij zijn helemaal niet tegen de maatregelen om het veilig te houden, maar wij zijn wel gekant tegen de discriminatie waardoor wij ons beroep niet kunnen uitoefenen.""Het is ook zo dat wij sinds 1 juli geen subsidie meer ontvangen want kermissen zijn toegestaan, alleen houden de burgemeesters dit nu tegen. Wij zijn woedend dat wij niet mogen werken en onze boterham verdienen. Dat komt neer op broodroof. Tot op vandaag hebben we geen enkele zekerheid. Het is elke dag kijken in de brievenbus om te zien welke kermis nu weer is afgelast. Voorlopig ligt onze eerste afspraak op 1 september in Waregem als het al zal doorgaan. Dit is voor alle foorreizigers een zware aderlating en wij vrezen dan ook veel faillissementen als er niet heel vlug beslist wordt dat we weer aan de slag kunnen. Ons werk is ons leven en daar zit ook een emotioneel luik aan vast. De meeste foorreizigers zijn heel positieve mensen, maar door de huidige situatie zie ik velen een depressie oplopen. Ze hebben meestal zwaar geïnvesteerd in de winter en nu zouden ze dat moeten terugverdienen. Ook het sociaal aspect is momenteel volledig weg. Ik vrees voor een echte catastrofe", zucht Ines Lasou. (CLY)