Ignaas Devisch is professor Medische Filosofie en Ethiek aan de universiteit van Gent. Zijn onderzoeksdomein: filosofische vraagstukken in de gezondheidszorg. Hij was in maart één van de auteurs van het advies over wie eerst gered moet worden bij een tekort aan bedden op intensieve zorgen. Een belangrijk vraagstuk dat zich vandaag aandient, is dat over het vaccin tegen corona. Dat vaccin zou er volgend voorjaar kunnen zijn. Weliswaar in beperkte hoeveelheid. De vraag zal groter zijn dan het aanbod.
...

Ignaas Devisch is professor Medische Filosofie en Ethiek aan de universiteit van Gent. Zijn onderzoeksdomein: filosofische vraagstukken in de gezondheidszorg. Hij was in maart één van de auteurs van het advies over wie eerst gered moet worden bij een tekort aan bedden op intensieve zorgen. Een belangrijk vraagstuk dat zich vandaag aandient, is dat over het vaccin tegen corona. Dat vaccin zou er volgend voorjaar kunnen zijn. Weliswaar in beperkte hoeveelheid. De vraag zal groter zijn dan het aanbod."Wat is het einddoel? Dat moet de eerste vraag zijn. Willen we het virus zo snel mogelijk de kop indrukken? Dan moeten we die doelstelling voor ogen houden. Er is een wereldwijde consensus dat eerst de verpleegkundigen gevaccineerd moeten worden, want zij moeten overeind blijven om anderen te verzorgen. Wie komt daarna?""Dat lijkt logisch, maar dan ga je voorbij aan het einddoel. Je kan ook zeggen: wie eerst komt, eerst krijgt. Dat klinkt ook logisch. Maar ook dan bots je op datzelfde probleem. Ik pleit voor een verfijnd model waarin je flexibel probeert de kwetsbaren te beschermen en tegelijk de verspreiding van het virus zo snel mogelijk indijkt. Dankzij alle apps kan nagegaan worden waar het virus zich bevindt. Lokaliseer dat, en pak die brandhaarden aan.""Neen, ik verkies een mix. We mogen geen mensen laten sterven. Maar we kunnen niet zonder meer alle kwetsbaren voorrang geven. Minstens een deel van de vaccins moet voorbehouden worden om de verspreiding tegen te gaan.""Dat is vooral kijken naar de winst die geboekt kan worden in het aantal levensjaren. Gezondheidstoestand is belangrijker dan leeftijd. Ik ga het cru stellen. Als iemand nog vijf dagen te leven heeft, dan kan die moeilijk voorrang krijgen.""Ik weet dat niet. (denkt na) Als dat kan, dan sowieso alleen als ultieme noodrem. Eerst moet nagegaan worden welk deel van de bevolking zich vrijwillig wil laten vaccineren. Als dat deel groot genoeg is om groepsimmuniteit op te bouwen, - zestig à zeventig procent, geven de meeste artsen aan -, dan moeten er geen verdere maatregelen genomen worden. Ik weet echter niet of dat zal lukken. Ik voel een groeiende afkeer tegenover dat vaccin. Er wordt veel foute informatie verspreid.""Transparant informeren op een vertrouwelijk niveau. Dat betekent lokaal, in wijken, in buurthuizen, zo dicht mogelijk bij de mensen. We mogen daar niet mee wachten, want het wantrouwen is groot. Het heeft geen zin om miljoenen te investeren in grote televisiespotjes. Dat zal niet werken.""Er moet een groep gevormd worden met experten én beleidsmakers. Zitten daar geen beleidsmakers in, dan bestaat het gevaar dat daar geen gevolg aan wordt gegeven. Dat was al eerder een probleem in deze crisis. Maar vooral belangrijk: men mag niet wachten. Dat moet nú gebeuren. Dat is mijn oproep. We hebben nog een half jaar vooraleer de eerste vaccins daar zijn. Zorg dat we weten wie die mogen krijgen, zodat we niet opnieuw aan crisisbeleid moeten doen.""Dat is een moeilijke vraag. (denkt na) Ik kan alleen maar zaken vaststellen. Eén: die kakofonie aan adviesgroepen. Twee: het gebrek aan politiek leiderschap. Wetenschappers werden tegen wil en dank naar voren geschoven. Drie: de verwarring na elke persconferentie. Vier: de spanningen tussen de mensen die gedemotiveerd raken en de mensen die vooral willen tonen hoe flink ze zijn. Ik betreur die verhitting héél erg. Wie kritisch is, wordt afgemaakt in televisiestudio's. Je moet blijkbaar tot één kamp behoren. Ik volg het debat soms met afgrijzen."(lacht): "Neen, toch niet. Het idee voor dit boek is vorig jaar ontstaan. Ik wil mensen overtuigen om met hun kinderen in gesprek te gaan over de grote levensvragen. Wat betekent geluk? Waarom pesten mensen elkaar? Waar komt de mens vandaan? Wat doen we met de dood? Onderschat kinderen niet. Zij zijn daarmee bezig. Ga met hen in gesprek. Wees niet bang. Durf zelfs zeggen: ik weet het niet. Ik hoop de mensen daarvan te overtuigen."