Filip Deheegher blijft zich inzetten voor de vrede in Ieper: “We leggen de harde realiteit nu te snel naast ons neer”

Filip Deheegher bemant al twintig jaar de Ieperse vredesdienst: “Zo'n stedelijke dienst is echt wel uitzonderlijk.” (foto TOGH)
Tom Gheeraert

In zijn eentje bemant Filip Deheegher al twintig jaar de Ieperse vredesdienst. Van de Vredesprijs over het uitrollen van de vredesvlag tot het wekelijkse muzikale protest tegen de oorlog in Oekraïne, hij leidt het allemaal in goede banen. En hoewel het niet goed gaat met de vrede in de wereld, blijft Filip hoopvol: “Mocht ik dat idealisme niet meer hebben, dan moet ik ermee stoppen.”

Geboren en getogen in Poperinge, kwam Filip Deheegher in 1990 terecht in Ieper om te werken voor de jeugddienst, als 22-jarige. “In eerste instantie voor de speelpleinwerking en snel daarna ook het jeugdhuis. Ik heb tien jaar in het Vleeshuis quasi gewoond. Dat was een heel fijne tijd. Je kwam in contact met al wat jong was in Ieper en dat was fantastisch.”

Hoe kwam je op de vredesdienst terecht?

“In 2001 was het burgemeester Luc Dehaene die me belde en voorstelde dat ik de jeugddienst zou verlaten om met iets anders te beginnen, wat nu nog steeds de vredesdienst is. We startten met een quasi wit blad, het enige wat we hadden was het idee om een vredesprijs in het leven te roepen, dat gegroeid was uit onder meer de opening van het In Flanders Fields Museum en de oprichting van het Vredesfonds in 1998.”

Wat doet de vredesdienst nu allemaal?

“De Vredesprijs is een belangrijk aspect. Binnenkort maken we de genomineerden voor 2023 bekend. Dat is heel divers, van Afghanen over mensenrechten in Rusland, journalisten die zich inzetten om verhalen verder uit te spitten tot verzet tegen explosieve wapens… Thema’s die er echt toe doen. We betrekken de scholen bij de keuze van de laureaat en dat educatieve verhaal is voor mij even belangrijk als de prijs. Ook het netwerk van Mayors for Peace is belangrijk, waarvan Ieper het internationaal campagnesecretariaat had van 2006 tot 2015. Dat was zodanig aan het bloeien dat er geopteerd werd om te werken met chapter cities, wat Ieper nu doet voor België.”

“Ik heb het gevoel dat ik een publiek figuur ben”

“We schreven van 2001 tot 2007 ook een mooi verhaal in Kosovo. Na de eerste lokale verkiezingen sinds de oorlog kwamen daar mensen aan het roer met nu bestuurservaring. Vanuit de NGO Balkanactie kwam de vraag aan de stad Ieper om collega’s in de Kosovaarse stad Gjilan te coachen. Zo hebben we daar een verwilderde zone in de stad in onderling overleg omgebouwd tot speelplein en ontmoetingsplaats. We hebben zelfs de aanzet gegeven voor een speelpleinwerking door er met zes Ieperse monitoren naartoe te trekken.”

Hoe uniek is de vredesdienst?

“In Gent en Antwerpen heb je wel een vredescentrum, maar een echte stedelijke vredesdienst is heel uitzonderlijk. Ik besef heel goed dat met mijn werkgebied geen verplichte opdracht van de stad is. Het gaat altijd over het samenbrengen van mensen en zien wat de mogelijkheden zijn. Een heel lokaal project waar ik van heb genoten is de immense vredesvlag. Gewoon al het proces: vijftig vrouwen die hun eigen naaimachine meebrachten naar het JOC om hele namiddagen stroken stof aan elkaar te naaien. Er zijn daar fantastische vriendschappen uit ontstaan. Daarvoor doe je het toch.”

Deze zomer was er de heisa rond het neofascistische festival Frontnacht. Hoe ging je daarmee om als vredesambtenaar?

“Er was geen formeel advies gevraagd aan de vredesdienst daarover. Het dossier is behandeld net als andere dossiers. Ik heb me er dan ook volledig afzijdig van gehouden. Nochtans waren er mensen die mij vroegen om daar mijn mening over te uiten. Dat heeft mij wel een paar slapeloze nachten bezorgd, maar ook hoop, omdat toen expliciet duidelijk werd dat heel veel mensen de vrede een warm hart toedragen.”

De opkomst van extreemrechts, oorlog in Oekraïne… Het gaat niet goed met de vrede. Lig je daar wakker van?

“Soms is het allesbehalve plezant om dag in dag uit met conflict bezig te zijn. De media focussen hoofdzakelijk op wat in Oekraïne gebeurt, maar wie staat er nog stil bij wat er vandaag in Syrië gebeurt, of wat er gaande is in Jemen of de Tigray-regio in Ethiopië? Het is die realiteit die we te snel naast ons neerleggen.”

Nu klink je cynisch. Lukt het nog om het idealisme te behouden?

“Mocht ik het idealisme niet meer hebben, dan moet ik stoppen. Maar goed, er is ook zoiets als positieve vrede. Wetende dat we door een aantal zaken toch het verschil kunnen maken voor een aantal mensen, dan moet je gewoon voortdoen. Ik probeer het zo nuchter mogelijk te bekijken. Die zaken laten mij niet los, maar dan besef ik dat er nog andere zaken zijn in het leven.”

Welke?

“Toneel spelen is dan een fantastische uitlaatklep, net als muziek luisteren. Soms bekruipt me het gevoel dat ik een publiek figuur ben geworden. Heel veel mensen blijken te weten wie ik ben en waar ik mee bezig ben, terwijl ik daar nooit bewust mee bezig ben geweest. Onlangs nog had iemand het over ‘die met zijn haar’ toen hij naar mij verwees. Ik kan het ook niet helpen dat ik een karakterkop heb.”

Privé

Filip werd geboren op 9 april 1968 in Poperinge. Hij woont samen met Nele Ryde in de Haiglaan. Ze hebben vier kinderen: Beppe (20), Nanne (18), Kobus (16) en Jutte (12), en een deeltijds inwonende pleegzoon Mohamed uit Syrië.

Loopbaan

Na een jaar gewerkt te hebben op het internaat van het Poperingse College ging hij in 1990 aan de slag op de Ieperse jeugddienst. In 2001 stapte hij over naar de nieuw opgerichte vredesdienst.

Vrije tijd

Filip speelt toneel en is secretaris bij de Corneelkring in Brielen. Hij volgt de actualiteit op de voet, geniet van muziek, maar ook van stilte en alleen zijn.

Lees meer over:

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.