Fernand Rosseel was 30 jaar gezicht van de Veurnse Bouwmaatschappij: “De biechtvader van de huurders”

Fernand Rosseel koestert zijn medaille uit 1994. (foto MVO)
Myriam Van den Putte
Myriam Van den Putte Journaliste Het Wekelijks Nieuws

Op dinsdag 16 november zal het exact vijftig jaar geleden zijn dat Fernand Rosseel aan het hoofd kwam van de Veurnse Bouwmaatschappij. Vandaag blikt de 72-jarige Veurnaar terug op zijn dertigjarige carrière én op de evolutie van de maatschappij.

Fernand is intussen 72, maar hij heeft de evolutie en alle realisaties tijdens zijn loopbaan nauwkeurig bijgehouden. Wanneer hij zijn verhaal doet, blijkt dat alles ook goed opgeslagen zit in zijn geheugen. “Ik was 22 jaar toen ik werd aangesteld door de Raad van Bestuur om vanaf 16 november 1971 de 70-jarige juffrouw Vanderstraeten op te volgen bij wat toen nog de NV voor Goedkope Woningen te Veurne heette”, steekt Fernand van wal.

“Zij heeft me wegwijs gemaakt in de basisadministratie van de vennootschap, maar al snel bleek dat ik er moederziel alleen moest aan beginnen in mijn kantoortje in de Hobélaan. Wel kreeg ik te maken met twee overheidsinspecteurs van de Nationale Maatschappij voor de Huisvesting (vandaag de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen, red.). Zij moesten mijn werk controleren, maar ze hebben mij vooral ook heel goed geholpen. Bij een bezoek aan de directeur-generaal in Brussel kreeg ik de opdracht om alle dossiers ‘af te stoffen’. De maatschappij stond op dat moment ook bijna op stilstand. Ik ben, op advies, in 1973-1974 gestart met een groep garages te bouwen, en heb daarvoor de hulp ingeroepen van een collega in Ieper.”

Bouwkredieten

“In 1975-1976 kocht de Maatschappij een lap grond in de Nieuwstad en heeft daar 73 woningen gebouwd. Mijn taak was hoofdzakelijk de administratieve begeleiding, maar ik vergezelde de architecten ook naar de werf. Daardoor leerde ik ook de technische kant kennen. Ik moest ook de dossiers in Brussel voorleggen om bouwkredieten los te krijgen. Het was een zware periode, maar alles is goed verlopen en ik heb toen veel geleerd. Tot mei 1977 moest ik het in mijn eentje runnen, pas dan kreeg ik iemand erbij. Van het kantoortje in de Hobélaan zijn we dan verhuisd naar een leegstaand pand in de Zuidstraat. Steeds meer bouwwerken kwamen op me af… We bouwden hele reeksen woningen. In 1975 stelde ik in Brussel voor om de oude woningen uit de jaren 1930 in de Zannekinlaan te verbouwen. Daar hadden ze eerst geen oren naar, maar in 1976 kreeg ik toch groen licht. Dit project heeft ook een emotionele impact gehad, zowel op de bewoners toen ik hen daarover moest inlichten, als op mezelf. Ik was ook heel blij met de hulp van wijlen architect Plasman. Tot in 1980 werkten we met twee aan al die projecten, en we hadden verscheidene werven in Koksijde, Steenkerke en in Lo. We werkten met de grote aannemers uit de regio.”

In 2000 bracht Fernand, samen met Jozef Ameeuw, een boek uit naar aanleiding van het 80-jarige bestaan van de NV voor Goedkope Woningen. Dat overzichtsboek toont Fernand niet zonder trots. “Daarvan zien we vandaag nog het resultaat”, zegt Fernand. “Veurne zit mooi boven het gemiddelde aantal sociale woningen dat de overheid oplegt. Ik mag wel zeggen dat er, sinds ik ben gestart en tot 2000 zo’n 600 woningen zijn gebouwd.”

Toen minister Akkermans subsidies toekende voor projecten rond kleinschalige stads- en dorpsvernieuwing in herwaarderingsgebieden ging Fernand op zoek naar geschikte oude panden. “Het oude rusthuis Ter Linden stond leeg, en daar hebben we 31 appartementen gerealiseerd”, vertelt hij. Moeiteloos somt hij de projecten op, maar zelf wil hij het niet gezegd hebben dat hij bijna in zijn eentje de maatschappij heeft grootgemaakt.

Bescheiden

“Ik heb altijd de steun gekregen van professionele mensen zoals ingenieur Viaene, de architecten Plasman, Seys en Vandendries, die me hebben begeleid. En ook van mijn vrouw”, klinkt het bescheiden.

Het ‘moment suprême’ van zijn carrière was de dag in 1994 toen Willy D’Havé, voorzitter van de Raad van Bestuur van de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij, hem persoonlijk de medaille kwam overhandigen en hem feliciteerde voor zijn prestaties. “Ik heb veel mooie herinneringen aan mijn carrière”, blikt Fernand emotioneel terug. “Ik heb ook veel gezien en gehoord, mooie maar soms ook schrijnende situaties, want ik was ook wel de biechtvader. Altijd had ik het beste voor met iedereen. Ik was ook niet ‘de directeur’, maar ‘Fernand’ voor alle huurders. Toen ik in 2004 plots zomaar werd ontslagen, was mijn teleurstelling bijzonder groot. Want ik had me graag nog veel langer ingezet.”

(MVQ)

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.